Gorinchem, 18 januari 2024 – Een nieuwe wervingscampagne van de Nederlandse Veiligheidsbranche wordt gericht op personen die van baan willen veranderen, bijvoorbeeld omdat ze het in hun huidige baan niet naar hun zin hebben. Heb jij het in je? Word beveiliger! Is de slogan waaronder de campagne deze week is gelanceerd.
De campagne loopt vooral via sociale media, sinds maandag 15 januari. Onder meer wordt aan belangstellenden via het internet een test aangeboden om hen een gevoel te geven bij hun geschiktheid voor het werk als beveiliger. Ook wordt hen onmiddellijk een overzicht van vacatures in de beveiligingssector getoond.
Voorzitter Ard van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche heeft hoge verwachtingen van de nieuwe campagne. ‘Onze vorige campagnes, bijvoorbeeld om voormalige beveiligers terug te halen, hebben heel wat teweeg gebracht met miljoenen ‘clicks’. Nu het er op lijkt dat de arbeidsmarkt wat ruimer wordt, is dit het ideale moment om mensen aan te trekken die nog geen ervaring in de beveiliging hebben.’
Tilburg, 21 september 2023 – ‘De oplossing van al langer bestaande vraagstukken rond de arbeidsmarkt voor beveiligingsbedrijven zijn op Prinsjesdag niet dichterbij gekomen. Oplossing van het tekort aan gekwalificeerd personeel en van problemen rond flexwerk laten daardoor nog langer op zich wachten. De verhoging van het minimumloon kan daarbij zorgen voor zorgwekkend oplopende personeelskosten.’
Dat stelt voorzitter Ard van der Steur in een reactie op het op Prinsjesdag gepresenteerde kabinetsbeleid. Van der Steur zegt de moeilijke positie van het demissionaire kabinet te begrijpen, maar had desondanks gehoopt op steviger beleidsvoornemens om het werk in de maatschappelijk zo relevante veiligheidsbranche beter uitvoerbaar te maken.
Volgens Van der Steur zijn er rond de arbeidsmarkt een paar vraagstukken die snel om oplossing vragen. De belangrijkste daarvan is het flexwerk-vraagstuk. Terwijl de politieke roep om beperking van flexwerk steeds luider klinkt, hebben veel beveiligers zich geregistreerd als zzp’er. Intussen is duidelijk geworden dat de status van zzp’er vaak onhoudbaar is voor velen. Terwijl dat roept om verminderde inzet van zzp’ers, worden de wegen voor gewoon flexwerk afgesneden, stelt Van der Steur. Daarom ligt het volgens hem voor de hand om met wettelijke maatregelen het aantal zzp’ers in de beveiliging terug te dringen en tegelijkertijd andere flexibele arbeidsovereenkomsten mogelijk te maken.
De waarschijnlijke verhoging van het minimumloon in de komende kabinetsperiode zal de personeelskosten van beveiligingsbedrijven verder opstuwen en kan zomaar leiden tot minder aanbod van beveiligingswerk. Het niet kunnen voldoen aan vraag naar beveiligingswerk kan een vervelende maatschappelijke consequentie zijn, waarschuwt Van der Steur.
Aanzienlijk tevredener is de voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche over de veiligheidsparagraaf in de kabinetsvoornemens. ‘Er is een hoog bewustzijn van de dreigingen op veiligheidsgebied, digitaal en fysiek. Het kan niet anders of we gaan in de komende kabinetsperiode stappen zetten op het gebied van samenwerking tussen politie, Koninklijke Marechaussee, openbaar ministerie en de particuliere beveiligers. We hebben een gezamenlijk, maatschappelijk belang.’
Gorinchem, 25 mei 2022 – De beveiligingsbranche heeft de afgelopen jaren zware klappen gekregen. De omzet onder leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche herstelde marginaal (met 3,8%) naar 1,35 miljard euro, maar zit nog op het niveau van jaren geleden. Het aantal werkzame personen daalde (met 3,7%) naar 24.896 arbeidsplaatsen. De klap was het hardst in de evenementen- en horecabeveiliging. Het is nog maar de vraag of uitgestroomde professionals terugkeren na het opheffen van de coronamaatregelen.
De marginale omzetgroei is een meevaller, aangezien ruim de helft van de vorig jaar betrokken bedrijven een omzetdaling verwachtten over het afgelopen jaar. Vooral het gedaalde aantal arbeidsplaatsen baart voorzitter Ard van der Steur zorgen. “De coronacrisis sleepte langer voort dan verwacht en de branche moet alles op alles zetten om de capaciteit terug op orde krijgen nu herstel is ingezet”. De bedrijven zijn positief gestemd: Ongeveer 60% van alle betrokken bedrijven verwacht dat de omzet in 2022 stijgt.
De Nederlandse Veiligheidsbranche voert jaarlijks een branchescan uit om een betrouwbare schatting van kengetallen over de beveiligingsbranche te kunnen presenteren. Respondenten uit het laatste onderzoek vertegenwoordigen 86% van de markt op basis van de loonsom. De overige 14% is aangevuld op basis van een lineaire schatting.
Wat opvalt over het afgelopen jaar is dat het aantal FTE sterker daalde (met 5,4%) dan het aantal arbeidsplaatsen. Er zijn minder medewerkers met een voltijdbaan, die volgens de cao Particuliere Beveiliging is bepaald op basis van een 38-urige werkweek. Terwijl het aantal arbeidsplaatsen daalt, blijft het aandeel jongeren (onder 35 jaar) ongeveer gelijk. Bijna de helft van alle werkzame personen is ouder dan 45 jaar.
Meer kengetallen over de beveiligingsbranche, inclusief specificatie voor de sectie Evenementen- en Horecabeveiliging, zijn beschikbaar in het rapport ‘Ontwikkelingen in de beveiligingsbranche; kwantitatieve branchescan beveiligingssector 2021’. Dit rapport wordt als download op onze website aangeboden.
De branchescan heeft betrekking op afgelopen jaar. Inmiddels kampt de sector met een tekort aan gekwalificeerde beveiligers. Dit ondanks dat de lonen sinds december 2018, conform de cao Particuliere Beveiliging, met ruim 11% gestegen zijn. Met ingang van loonperiode 1 2023 kunnen beveiligers nog een loonsverhoging van ruim 8% tegemoet zien. Lonen worden met minimaal 2,5% verhoogd en de arbeidsduur gaat naar 144 uur. In de praktijk komt dit neer op 5,6% extra loonsverhoging. Gedurende de looptijd van de cao Particuliere Beveiliging stijgen de lonen in totaal dus met minimaal 19%, afhankelijk van ontwikkeling van de CPI (Consumenten Prijs Index).
‘Wat voor beveiliger ben jij?’ Met die vraag startte de Nederlandse Veiligheidsbranche ondertussen een wervingscampagne. Een campagne die vooral jongeren moet interesseren in een baan als beveiliger. Naast de forse investering in arbeidsvoorwaarden blijft beveiliging immers vooral een leuk en veelzijdig vak. De veiligheidsbranche wil beveiligers positief onder de aandacht brengen en daarmee het tekort aan beveiligers aanvullen.
Gorinchem, 18 mei 2022 – De Nederlandse Veiligheidsbranche is verbaasd door het voorstel van de reisbranche aan Schiphol om een aantal taken weer zelf te gaan uitvoeren. De branchevereniging van reisorganisaties ANVR stelde dat de luchthaven een einde zou moeten maken aan de uitbesteding van strategische diensten zoals beveiliging en bagageafhandeling.
Voorzitter Ard van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche ziet geen steekhoudende argumenten die inbesteden van beveiliging door Schiphol rechtvaardigen. “Beveiligingsbedrijven hebben jarenlang geïnvesteerd: in goede scholing van vakmensen en hun professionele dienstverlening,” zegt Van der Steur. “Het kader voor een inbesteding moet zijn dat sprake is van marktfalen. Dat is niet het geval. Beveiligingsbedrijven zijn heel goed en deskundig in staat om Schiphol en heel Nederland van private beveiliging te voorzien.”
Van der Steur geeft aan dat beveiligen een gespecialiseerd vak is dat niet zomaar door een opdrachtgever kan worden overgenomen. Hij bevestigt wel dat er sprake is van een tekort aan gekwalificeerde beveiligers. Het tekort aan beveiligers uit zich op Schiphol, maar ook op andere plekken waar beveiliging weer is opgeschaald. Beveiligingsbedrijven zetten alles op alles om hun capaciteit op orde te krijgen.
Gorinchem, 21 januari 2022 – Met het oprukken van Omikron en het snel oplopende aantal besmettingen beginnen quarantainemaatregelen steeds meer te knellen. In de persconferentie van 14 januari heeft het kabinet aangekondigd het strenge quarantainebeleid per direct te versoepelen. Deze versoepeling gaat voor beveiligers niet ver genoeg en de praktische uitwerking roept vragen op, volgens voorzitter Ard van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche. “Samen met andere sectoren vragen we om duidelijkheid en verdere versoepeling van de quarantaineregels voor cruciale beroepen”.
Versoepelde quarantaineregels
Op dit moment geldt dat iedereen die langer dan een week geleden een boostervaccinatie heeft gehad en geen klachten heeft, niet in quarantaine hoeft na nauw contact met een besmet persoon. Ook iedereen die korter dan acht weken geleden positief is getest en hersteld hoeft niet meer in quarantaine. Voorwaarde is wel dat je geen klachten hebt die gerelateerd zijn aan Corona.
Impact versoepeling beperkt voor veiligheidsbranche
Volgens het RIVM heeft ongeveer 86% van alle Nederlanders die 18 jaar en ouder zijn zich laten vaccineren. Iets meer dan de helft van de 18 plussers heeft inmiddels een boostervaccinatie gehad. Dat betekent dat nog steeds een groot aantal met name jonge mensen niet aan de vereisten voor versoepeling voldoen. Van der Steur wijst erop dat dit dus nog steeds kan betekenen dat in het meest negatieve scenario bijna de helft van alle beveiligers in Nederland in quarantaine moet gaan na nauw contact met een besmet persoon. Van der Steur ”Dat zou desastreus voor de veiligheid op veel plekken in het maatschappelijk leven zijn”.
Coulance gevraagd aan opdrachtgevers
Naast de oproep aan het kabinet om quarantaineregels te versoepelen, roept de Nederlandse Veiligheidsbranche opdrachtgevers op om rekening te houden met de uitdagingen van hun beveiligingspartner. “Quarantaineregels worden gesteld door de overheid en zijn daarom een valide argument waarom beveiligingsbedrijven geen continuïteitsgarantie kunnen geven. Het is dan onacceptabel als boeteclausules worden ingeroepen”.
Pleidooi voor versoepeling quarantaineregels breed gedeeld
De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft haar pleidooi voor versoepeling van quarantaineregels inmiddels neergelegd bij VNO-NCW, MKB Nederland, betrokken departementen en enkele Tweede Kamerfracties. “Het mag niet zo zijn dat beperkte capaciteit bij cruciale beroepen, waaronder beveiliging, verdergaande opening van onze maatschappij in de weg staat”.
Gorinchem, 27 september 2019 – Op 17 september was de derde dinsdag van september en dat betekent Prinsjesdag. De Miljoenennota en de Rijksbegroting zijn door minister Hoekstra van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer. Wat zijn de gevolgen voor de branche?
Den Haag, 16 september 2019. Op het ministerie van Financien wordt het koffertje ingepakt. Foto: Ministerie van Financiën / Valerie Kuypers
Economisch beeld De piek van economische groei hebben we nu achter ons en het groeitempo van de Nederlandse economie neemt af naar een verwachte 1,8% in 2019 en 1,5% in 2020. De Nederlandse concurrentiepositie is nog steeds goed, maar we zien wel dat de winstgevendheid van het bedrijfsleven afneemt (de AIQ loopt verder op van 73% in 2018 tot bijna 75% verwacht in 2020) en de productiviteit nauwelijks toeneemt. Mede door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zien we in de meest recent afgesloten CAO’s dat er sprake is van een loonstijging tot gemiddeld 3,3%.
Arbeidsmarkt, lonen en inflatie De arbeidsmarkt blijft zeer krap door de gunstige economische conjunctuur van de afgelopen jaren. De werkloosheid komt uit op 3,5%, lager dan het niveau van voor de crisis in 2008. De tekorten op de arbeidsmarkt vormen de voornaamste belemmering voor bedrijven om in hun productie te voorzien. Wel is er een aanhoudende stijging van de werkzame beroepsbevolking van 1,9% in 2019 en 0,9% in 2020.
Het CPB verwacht voor volgend jaar een stijging van de contractlonen met 2,5%. Uit de recente realisatiecijfers van AWVN blijkt echter een contractloonstijging van gemiddeld 3,3% procent. Onze verwachting is dat deze trend zich doorzet en dat de contractloonstijging volgend jaar hoger uitvalt dan het CPB nu raamt. Hierdoor kan de gemiddelde koopkrachtstijging voor werkenden mogelijk nog hoger uitkomen dan de verwachte 2,4% volgens het CPB voor 2020. Overigens dient te worden opgemerkt dat in deze cijfers nog geen incidentele loonstijgingen zijn meegenomen, waarvan gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt en pogingen van werkgevers om werknemers aan zich te binden wel ruimschoots sprake is. Risico van deze oplopende loonstijging is dat dit plaatsvindt in een periode dat de arbeidsproductiviteitsgroei beperkt is en de economische groei juist afvlakt. Hierdoor stijgt de loonvoet van bedrijven met 3% in 2020.
Fiscaliteit Vennootschapsbelasting Het tarief van de vennootschapsbelasting gaat in 2020 niet omlaag, maar blijft op 25%. In 2021 gaat het tarief naar 21,7%; eerder was besloten dat het tarief naar 20,5% zou gaan. Het minder verlagen en uitstellen van de tariefsverlaging raakt het middelgrote familiebedrijfsleven. Het tarief voor winsten tot € 200.000 (het mkb tariefopstapje) gaat wel zoals bepleit omlaag in 2020 naar 16,5% en in 2021 naar 15%. De betalingskorting in de vennootschapsbelasting wordt afgeschaft per 2021.
Zelfstandigenaftrek Vorig jaar was al besloten de aftrekbaarheid van de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 stapsgewijs af te bouwen tot het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting (37,05%). Het voordeel van de verlaging van de inkomstenbelasting wordt op die manier bij zelfstandigen deels teruggenomen. In aanvulling daarop heeft het kabinet besloten de hoogte van de zelfstandigenaftrek terug te brengen met €2.000 in stapjes van €250 per jaar. De opbrengst van deze maatregel wordt naar verwachting gebruikt in het kader van de hervorming zzp.
Verruiming van de werkkostenregeling De werkkostenregeling wordt verruimd met €100 mln. In het voorstel wordt de werkkostenregeling zodanig aangepast dat er meer vrije ruimte komt voor ‘kleinere’ werkgevers en werkgevers met relatief veel parttimers en/of lage loonsommen. Daarmee kunnen kleine werkgevers iets extra’s doen voor hun medewerkers. Het gaat dan bijvoorbeeld om extern georganiseerde personeelsfeesten, uitjes en jubilea.
Werkgevers met een hogere loonsom profiteren ook van de extra vrije ruimte, maar naarmate een werkgever meer personeel heeft zal de extra vrije ruimte per medewerker lager uitvallen. Concreet stelt het kabinet een twee-schijvensysteem voor bij het vaststellen van de vrije ruimte. Tot een loonsom van €400.000 (ca. 12 fte) zal een hoger percentage (1,7%) worden toegepast, waardoor werkgevers tot 42% extra vrije ruimte tot hun beschikking krijgen.
Arbeidsmarkt, onderwijs en zorg Zzp-maatregelen Het kabinet werkt aan twee wetsvoorstellen die op 1 juli 2021 in werking moeten treden. Het eerste betreft de invoering van een minimumtarief per uur van €16. Het kabinet beoogt daarmee een vangnet te scheppen voor zzp’ers aan de onderkant van de markt. Daarnaast wordt een zelfstandigenverklaring ingevoerd: bij een minimumarbeidsbeloning van €75 per uur heeft deze als gevolg dat de opdrachtgever wordt gevrijwaard van loonheffing en premieheffing en dat de opdrachtnemer afstand doet van het recht op een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen. Ook kunnen door de zelfstandigenverklaring de aanspraken van de werkende op arbeidsrechtelijke bescherming worden beperkt tot een zogenaamd arbeidsrechtelijk ‘basisregime’; ook cao-bepalingen gelden niet. Er zal worden gewerkt aan de uitwerking van de afspraak uit het pensioenakkoord, dat er een vorm van arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zpp-ers komt.
Loondoorbetaling bij ziekte De loondoorbetalingsplicht bij ziekte wordt makkelijker, duidelijker en goedkoper gemaakt. Verzekeraars hebben de MKB-verzuimontzorgverzekering verder ontwikkeld die vanaf nu wordt aangeboden. Daarnaast zal per 1 januari 2021 een aantal wettelijke wijzigingen van kracht worden. Zo ontvangen ondernemers vanaf die datum een tegemoetkoming in de kosten van het tweede ziektejaar van €1000 tot €1300 per bedrijf. Daarnaast wordt het medisch advies van de bedrijfsarts leidend bij de RIV-toets. Tot slot wordt gewerkt aan meer duidelijkheid rondom de inzet van het tweede spoor. Al deze wetgeving wordt momenteel nader uitgewerkt.
Evaluatie Arbeidsomstandighedenwet Het kabinet zal de Arbeidsomstandighedenwet in 2020 evalueren. Daartoe wordt een aantal onderzoeken in 2019 en 2020 uitgevoerd. Met name zal dan ook worden bezien hoe de wetswijzigingen van 1 juli 2017 uitwerken.
Maatregelen ten behoeve van betere naleving Risico-inventarisatie en –evaluatie Het kabinet constateert dat de naleving van de risico-inventarisatie en -evaluatie (Rie) door bijna de helft van het aantal werkgevers wordt gedaan. Tegelijkertijd valt ongeveer 80% van alle werknemers onder een risico- inventarisatie en -evaluatie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet onderzoek naar mogelijkheden voor verbetering van de naleving. Een belangrijk richtsnoer daarbij is de werkgever als vertrekpunt te nemen.
Veranderende arbeidsrelaties en Arbeidsomstandighedenwet De diversiteit in arbeidsrelaties is in de loop van de jaren toegenomen, terwijl de Arbeidsomstandighedenwet onveranderd is gebleven. De Arbeidsomstandighedenwet gaat uit van een traditionele werkgevers-werknemersrelatie. De SER voert een verkenning uit naar de arbeidsomstandigheden in relatie tot de verschillende typen arbeidsrelaties. Die verkenning moet mede de opmaat vormen voor een advies over wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet, die rekening houdt met de verschillende typen arbeidsrelaties.
Wet arbeidsmarkt in balans Op 1 januari a.s. treedt de Wet Arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking. De wet regelt aanpassingen op het terrein van het ontslagrecht en tijdelijke contracten (ketenregeling/WW-premie). Met de Wet werk en zekerheid (Wwz) uit 2015 zijn eerste stappen gezet, maar de Wab moet meer balans brengen. Het gaat hierbij onder andere om aangekondigde maatregelen rond de positie van zelfstandigen, de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid en ziekte en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen.
Premies Als gevolg van de Wab zijn er vanaf 2020 twee premietarieven binnen het Awf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden. Het lage tarief wordt voorlopig vastgesteld op 2,94 procent en het hoge tarief op 7,94 procent. De gemiddelde AWf-werkgeverspremie bedraagt 4,19 procent. Definitieve vaststelling van de AWf-premie vindt plaats in oktober. De Aof-premie is (voorlopig) vastgesteld op 6,79 procent. Definitieve vaststelling van de Aof-premie vindt plaats in oktober.
Lage inkomensvoordeel In het kader van de afspraken over de vernieuwing van het pensioenstelsel (d.d. 5 juni jl.) wordt het Lage inkomensvoordeel (Liv) per 2020 niet meer gedifferentieerd, maar generiek vastgesteld op €0,51 per verloond uur met een maximum van €1.000 per werknemer per kalenderjaar (in de bandbreedte 100-125% Wml). Het budget voor het Liv gaat van circa €500mln naar €360mln per jaar. Wat het jeugd-Liv betreft, wordt per 2020 het gedifferentieerde bedrag gehalveerd en per 2024 helemaal afgeschaft. Het budget gaat daarmee van circa 100 mln. naar 50 mln. en in 2024 naar 0.
Wijzigingen transitievergoeding In de Wab is geregeld dat werknemers al vanaf de eerste dag van het dienstverband recht hebben op een transitievergoeding. Met de voorgestelde wijziging bedraagt de transitievergoeding over de gehele duur van het dienstverband 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De hogere opbouw bij dienstverbanden langer dan tien jaar wordt afgeschaft.
Veranderingen transitievergoeding Een werkgever moet loon doorbetalen aan een zieke werknemer. Als de werknemer langer dan twee jaar ziek is, kan de werkgever ontslag aanvragen bij het UWV. De zieke werknemer heeft dan recht op een transitievergoeding.
Werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 compensatie aanvragen als zij een werknemer ontslaan die langer dan 2 jaar ziek is. Zo voorkomt de overheid dat werkgevers te maken krijgen met een opeenstapeling van kosten na twee jaar loon doorbetalen aan zieke werknemers. De compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald. Lag het einde van de periode van twee jaar ziekte al vóór 1 juli 2015? Dan is geen compensatie mogelijk.
Aanvullend geboorteverlof vanaf 1 juli 2020 Per 1 juli 2020 kunnen partners tot 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen. Zij krijgen dan een uitkering ter hoogte van 70% van hun dagloon, tot 70% van het maximumdagloon. UWV betaalt deze weken verlof. De werknemer moet deze verlofweken opnemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind. Voorwaarde is wel dat een werknemer eerst het geboorteverlof van eenmaal het aantal werkuren per week opneemt. Ook moet een werknemer het verlof in hele weken aanvragen. In overleg met de werkgever kan de werknemer het aanvullend verlof over een langere periode dan 5 weken spreiden. Het is ook mogelijk om minder dan 5 weken aanvullend geboorteverlof op te nemen.
Pensioenstelsel Werkgevers, vakbonden en kabinet zijn het na jaren eens geworden over hoe het nieuwe pensioenstelsel eruit moet zien; waaronder aanpassing van de AOW-leeftijd (minder snel omhoog) en voor mensen in zware beroepen (maatwerk om eerder uit te treden en investeren in duurzame inzetbaarheid). De afspraken uit het pensioenakkoord zullen we in de komende periode samen met het kabinet en vakbonden uitwerken (zoals de vormgeving van de nieuwe pensioencontracten, de aanpassing van het fiscale kader en de transitie naar een aangepast pensioenstelsel), zodat het kabinet in 2020 een wetvoorstel kan indienen.
Premies gezondheidszorg De inkomensafhankelijke zorgpremie die werkgevers moeten betalen voor hun werknemers gaat van 6,95% in 2019 naar 6,70% in 2020. Deze premie geldt in 2020 over de eerste 57.214 euro van het brutoloon. Via deze inkomensafhankelijke zorgpremie financieren werkgevers daarmee 18,1 miljard euro aan de collectief gefinancierde zorg.
Subsidieregeling Praktijkleren (bbl) De subsidieregeling praktijkleren is in 2019 tot 2023 verlengd. Aan de subsidieregeling is voor de komende vijf jaar € 10,6 miljoen per jaar toegevoegd om de sectoren landbouw, horeca en recreatie tegemoet te komen met een extra investering in de scholing van werknemers (motie Heerma). Deze stimulering vindt plaats via een extra tegemoetkoming in de begeleidingskosten voor bbl-stageplekken.
Leven lang ontwikkelen Een vervanging van fiscale aftrek voor scholing is aangekondigd. In plaats van de fiscale aftrek komt er een subsidieregeling. Het gaat om ruim €200 mln per jaar. Deze regeling gaat scholing van personen financieren tot maximaal €1000,- pp per jaar en zal worden toegekend aan individuen die willen scholen in het kader van hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. De invoeringsdatum is nog niet zeker maar waarschijnlijk per 2021. Zolang deze regeling niet van kracht is, blijft de fiscale scholingsaftrek in stand.
MBO De komende jaren wordt een daling van het aantal studenten in het MBO verwacht. Het Ministerie van OCW gaat werk maken van meer mogelijkheden tot samenwerking en fusies en men gaat werk maken van het versterken van de positie van het specialistisch beroepsonderwijs. Ook is in 2020 €25mln beschikbaar voor het regionaal investeringsfonds voor publiek private samenwerking van MBO, lagere overheden en het bedrijfsleven in de regio.
Marktwerking en regelgeving Aanbesteden De actie-agenda Beter Aanbesteden is nagenoeg afgerond. Door de staatssecretaris van EZK is aangekondigd dat er een vervolg op de actie-agenda komt. De inzet is het verder professionaliseren van aanbesteden. Daarnaast zal een start worden gemaakt met het project professioneel opdrachtgeverschap. Voor VNO-NCW en MKB-Nederland is het duidelijk dat er nog veel moet gebeuren om het aanbesteden te optimaliseren. Het is daarom goed dat de staatssecretaris van EZK hier de coördinatie pakt.
Justitie en Veiligheid VNO-NCW/MKB-Nederland merken over de Justitie-begroting op ten aanzien van de plannen rond de politie, dat het belangrijk dat de Politie samen met de veiligheidsindustrie blijft zoeken naar innovaties en nieuwe mogelijkheden t.b.v. het takenpakket van de politie. De Politie dient hiervoor ook voldoende capaciteiten en financiële middelen beschikbaar te hebben.
Particuliere beveiliging Onder “gesubsidieerde rechtsbijstand” zijn twee onderwerpen op het terrein van particuliere beveiliging ondergebracht Het initiatiefvoorstel van Wet bescherming koopvaardij is begin 2019 door de Eerste Kamer aanvaard. Bij AMvB zal nader invulling worden gegeven aan het vergunningstelsel, toezicht etc. Bij de AMvB zullen de financiële gevolgen verder in kaart worden gebracht. Inwerkingtreding van de wet en nadere regelgeving zal in de loop van 2020 zijn. In 2019 is gestart met een wijzigingstraject van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR). Deze wet stamt uit 1997 en is aan aanpassing toe. Het wijzigingstraject zal in 2020 worden voortgezet. De Nederlandse Veiligheidsbranche is bij de wijziging betrokken.
Meldkamers In 2020 treedt de Wijzigingswet meldkamers in werking; veiligheidsregio’s, politie, brandweer, KMar en ambulance-diensten werken verder aan een toekomstbestendige inrichting van het meldkamerdomein. De meldkamers van de hulpdiensten worden op 10 locaties gerealiseerd (Drachten, Apeldoorn, Hilversum, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Bergen op Zoom, Den Bosch en Maastricht). Het beheer van de meldkamers wordt in 2020 overgedragen aan de politie waarbij een opbouwfase van 3 jaar is afgesproken om het beheer volledig in te richten. De branche is op dit traject aangesloten via de Stuurgroep Samenwerking elektronische beveiliging en politie (SEBP).
Ondermijning Ondermijning is het belangrijkste veiligheidsthema de komende jaren. Er komt ondermijningswetgeving om geconstateerde juridische knelpunten in de huidige aanpak van georganiseerde criminaliteit en ondermijnende criminaliteit op te lossen. Zo wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel om de bevoegdheid te creëren voor de burgemeester om een woning tijdelijk te sluiten na het aantreffen van wapens in een woning of de beschieting van een woning. Ook is het wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden in ontwikkeling, dat o.a. het delen van informatie in samenwerkingsverbanden moet vergemakkelijken. Daarnaast zijn de incidentele middelen (€ 100 mln.) en structurele gelden (jaarlijks € 10 mln.) die beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van de intensivering van de aanpak verdeeld over de regio’s en landelijke partners. Zij gaan de komende periode voortvarend aan de slag met de uitvoering van de concrete meerjarige versterkingsplannen. Deze versterking wordt vormgegeven langs een aantal zogenoemde «rode draden», zoals de aanpak van (drugs)criminaliteit op mainports, het verbeteren van zicht op criminele geldstromen, de versterking van de aanpak in kwetsbare gebieden en het vergroten van de weerbaarheid van bestuur en samenleving. Met de inzet van deze gelden wordt een belangrijke stap gezet om het zicht op de ondermijningsproblematiek verder te verbeteren en de integrale samenwerking en uitvoeringskracht te versterken. Ook biedt de inzet van de extra middelen de mogelijkheid om via concrete pilots en projecten de aanpak te innoveren, mede met behulp van moderne technologieën. Er wordt ingezet op intensieve samenwerking tussen verschillende publieke en private instanties, zoals dat nu ook gebeurt tussen de Taskforce Brabant Zeeland en Intensivering Zuid Nederland. In samenwerking met VNO-NCW/MKB-Nederland komt de publiek-private samenwerking in dit onderwerp de komend tijd meer op stoom. Er komt een bestuurlijk verbod op Outlaw Motorcycle Gangs (criminele motor-bendes). De initiatiefwet daartoe is aanhangig in de Tweede Kamer en valt samen met een onderdeel uit het regeerakkoord: het maakt deel uit van de ambitie van het kabinet om met een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit te komen.
Subsidies criminaliteitspreventie Voor het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid en het Keurmerk Veilig Ondernemen blijven subsidies beschikbaar. Voorgaande jaren stonden die subsidies steeds ter discussie, omdat ze werden geschrapt/gekort door het departement en via amendering door de Tweede Kamer werden zeker gesteld.
Gevangenissen De dienst Justitiële inrichtingen laat op de begroting de kosten voor externe inhuur van b.v. beveiligingspersoneel de komende jaren stijgen (niveau realisatie 2018).
Vergunningen WPBR In de paragraaf over de dienst Justis kunnen de cijfers worden gevonden over aantallen vergunningen (begroot op 590 nieuwe vergunningen), zie p. 128 begroting.