Tag: criminaliteit

  • Veiligheidsbranche aan Kamer: ‘Laat beveiligingsbedrijven politie steunen’

    Veiligheidsbranche aan Kamer: ‘Laat beveiligingsbedrijven politie steunen’

    Veiligheidsbranche aan Kamer: ‘Laat beveiligingsbedrijven politie steunen’

    Gorinchem, 4 juni 2024 – ‘Laat particuliere beveiligingsbedrijven de politie ondersteunen. Gebruik de menselijke en technologische capaciteiten van die bedrijven om als extra ogen en oren van de politie te functioneren, maar laat het geweldsmonopolie bij de politie.’

    Die oproep doet de Nederlandse Veiligheidsbranche in een brief aan de Tweede Kamer voorafgaand aan debatten eind juni over de politie, criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit.

    In de brief zet de bedrijfstakvereniging uiteen wat de stand van zaken is op het vlak van publiek-private samenwerking tussen politie en particuliere beveiliging en hoe die verbeterd kan worden. Zowel politie als (demissionair) minister Yeşilgöz van Justitie en Veiligheid hebben zich voorstanders van zulke samenwerking getoond vanwege de groeiende uitdagingen waarvoor de politie staat. Gebruikmaking van de 32000 Nederlandse beveiligers kan mogelijk uitkomst bieden.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche stelt ook dat het tempo waarin de samenwerking zich ontwikkelt omhoog mag. Concreet zijn volgens de vereniging noodzakelijk een landelijk beleidskader voor publiek-private samenwerking, een geoormerkt budget voor de uitvoering ervan en betere gebruikmaking van de wettelijke mogelijkheden voor informatiedeling.

    Als aanwijsbare terreinen waarop (beter) kan worden samengewerkt, wijst de Nederlandse Veiligheidsbranche op informatiedeling, opsporing, aanpak van ondermijning, bewaken en beveiligen.

  • Samenwerking overheid en beveiligingsbranche tegen overvallen op geld- en waardetransporten

    Samenwerking overheid en beveiligingsbranche tegen overvallen op geld- en waardetransporten

    Samenwerking overheid en beveiligingsbranche tegen overvallen op geld- en waardetransporten

    Gorinchem, 3 december 2020 – De overheid en de beveiligingsbranche zetten de komende jaren hun samenwerking voort bij het bestrijden van overvallen op gelddepots en geld- en waardetransporten. Vier publieke en private partijen hebben daartoe een convenant getekend. De afspraken die hierin zijn opgenomen, hebben betrekking op het voorkomen en bestrijden van deze ernstige vorm van criminaliteit.

    Ondertekenaars zijn de minister van Justitie en Veiligheid, de politie, de Nederlandse Veiligheidsbranche en Brink’s Solutions Nederland BV. Het convenant geldt voor drie jaar en bouwt voort op de afspraken die ruim drie jaar geleden zijn gemaakt over samenwerking en informatie-uitwisseling.

    Geld- en waardedepots en geld- en waardetransporteurs zijn een aantrekkelijk doelwit voor de georganiseerde criminaliteit, constateren de ondertekenaars van het convenant. Criminelen deinzen er niet voor terug hierbij explosieven en automatische vuurwapens te gebruiken. “De toenemende digitalisering van transactiemogelijkheden brengt ook met zich mee dat criminelen zich meer richten op branches en objecten waar veel contant geld voorhanden is.”

    In het convenant is onder andere afgesproken dat de aanvalsplannen van geld- en waardedepots jaarlijks worden beoordeeld op juistheid en volledigheid en dat responseplannen minstens zo vaak worden getest. Desgewenst kunnen politie en particuliere beveiligers gezamenlijk oefenen of trainingen organiseren.

    Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, is blij met de continuering van de samenwerkingsafspraken: “Juist op dit gebied is het van essentieel belang dat justitie, politie en beveiligingsbedrijven naadloos samenwerken en optimaal gebruik maken van elkaars kennis en ervaring. Dat wordt met dit convenant geborgd.”
    De Nederlandse Veiligheidsbranche, onder andere eigenaar van het Keurmerk Geld- en Waardetransport, stelt in het kader van dit convenant haar specialistische kennis beschikbaar. Het keurmerk stelt onder andere heldere eisen aan de beveiliging van depots van geld- en waardetransporteurs.

  • Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Gorinchem, 17 december 2019 – Bij het opsporen van criminelen die nog een gevangenisstraf moeten uitzitten, kan justitie heel goed gebruik maken van de diensten van particuliere onderzoeksbureaus. Dit blijkt volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche uit een pilot met zo’n onderzoeksbureau, waarbij van 11 personen de vermoedelijke woon- of verblijfplaats in het buitenland werd achterhaald.

    Nederlandse Veiligheidsbranche positief over pilot

    De pilot vond in 2018 en 2019 plaats in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en werd (na een aanbesteding) uitgevoerd door onderzoeksbureau Pinkerton. De vraag was om van 25 voortvluchtige personen, die nog een gevangenisstraf van minimaal 120 dagen moesten uitzitten, het vermoedelijke adres in het buitenland te achterhalen.
    Met deze adressen (en een positieve ID-verificatie) zouden buitenlandse autoriteiten veroordeelden kunnen aanhouden. Afgesproken was dat de onderzoekers uitsluitend gebruik mochten maken van publiek toegankelijke bronnen. Bovendien moest ter wille van een rechtmatige aanhouding goed beschreven worden op welke manier een adres was achterhaald.

    Van de veroordeelden werd door justitie verondersteld dat ze zich ophielden in verschillende Europese landen. Pinkerton is langs twee lijnen op zoek gegaan naar hun waarschijnlijke woon- of verblijfplaats. Ten eerste is door data-analisten gezocht via officiële bekendmakingen van buitenlandse overheden, zoekmachines, sociale media, publiek toegankelijke websites, openbare telefoongidsen en handelsinformatie. Deze methode bleek niet het meest effectief.
    De tweede onderzoekslijn, het inschakelen door Pinkerton van lokale partners, leverde meer resultaten op. Lokale onderzoeksbureaus zijn vaak goed op de hoogte van specifieke omstandigheden en mogelijkheden in een land. Zo werden in Frankrijk de vermoedelijke adresgegevens van drie veroordeelden opgespoord omdat de Belastingdienst deze informatie van de ene belastingplichtige op aanvraag beschikbaar stelt aan een andere belastingplichtige. Een vierde adres werd in Frankrijk via het kadaster achterhaald. Adressen van andere veroordeelden werden opgespoord in Polen (3), Roemenië (3) en Bulgarije (1).

    De Nederlandse Veiligheidsbranche vindt een steekproef van 25 personen weliswaar klein, maar noemt een score van 11 vermoedelijke adressen toch “zeer hoopgevend”. Hiermee is overigens niet met zekerheid vast te stellen of de betrokken personen ook daadwerkelijk op het gevonden adres woonden of tijdelijk verbleven omdat het de onderzoekers niet was toegestaan ter plaatse te gaan kijken. Justitie heeft niet bekendgemaakt of de 11 veroordeelden ook feitelijk zijn aangehouden.

    Aanbevelingen
    Op basis van de pilot doet Pinkerton enkele aanbevelingen voor een mogelijk vervolg. Ten eerste stelt het bureau dat het niet in alle landen zinvol is op deze manier op zoek te gaan naar voortvluchtige veroordeelden. Sommige landen hebben zo weinig openbare bronnen waarin persoonsgegevens te vinden zijn, dat zulk onderzoek al bij voorbaat weinig kans heeft. “Wij hebben vooraf met het ministerie afgesproken dat onderzoek uitsluitend op basis van nationale wetgeving zou worden uitgevoerd”, zegt Koos Schoonbeek, directeur van Pinkerton.
    Verder is een conclusie dat de beschikbaarheid van een recente foto van een veroordeelde de kans op succes aanzienlijk vergroot. Bij deze pilot was van 10 van de 25 personen géén foto beschikbaar, wat de identificatie heeft bemoeilijkt en van deze 10 slechts 1 adres heeft opgeleverd.
    De effectiviteit kan ook vergroot worden door het speurwerk te richten op landen waar op basis van de pilot blijkt dat de opsporingsmethodiek relatief eenvoudig en tegen geringe kosten kan. Als de opsporingsmethodiek erkend wordt, kan waarschijnlijk ook het meest efficiënt samengewerkt worden met de justitiële autoriteiten in het betreffende land.

    Verder concludeert het onderzoeksbureau dat het verstandig kan zijn veroordeelden zelf tijdig formeel toestemming te vragen voor het verwerken van hun persoonsgegevens, bijvoorbeeld als voorwaarde voor vervroegde invrijheidstelling. Daarmee kan mogelijk voorkomen worden dat persoonlijke gegevens niet aangenomen en verwerkt mogen worden vanwege privacyregelgeving in andere EU-landen.

    Het ministerie van Justitie en Veiligheid is tevreden over het verloop van de pilot en over de resultaten. Het zegt niet uit te sluiten dat in de toekomst vaker van particuliere onderzoeksbureaus gebruik zal worden gemaakt. Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming heeft enige tijd geleden een programma ‘Onvindbare veroordeelden’ geïntroduceerd, waarmee hij een impuls wil geven aan de effectieve tenuitvoerlegging van straffen.

    Het idee om de pilot met een particulier onderzoeksbureau te houden kwam van de Nederlandse Veiligheidsbranche, de brancheorganisatie voor bedrijven op het gebied van particuliere beveiliging, recherche en geld- en waardetransport.
    Voorzitter Ard van der Steur heeft er recent voor gepleit om taken van politie en justitie waarvoor geen gezagsbevoegdheden of bewapening nodig zijn, vaker uit te besteden aan particuliere beveiligingsorganisaties met het Keurmerk Beveiliging. Hij denkt daarbij aan zorg voor arrestanten, baliewerk, het verwerken van aangiftes, het opstellen van meetapparatuur voor snelheidsmetingen, alcoholcontroles, maar bijvoorbeeld ook het opsporen van veroordeelden met een openstaande straf.
    “Op die manier kunnen politie en justitie zich focussen op taken waarvoor wel speciale bevoegdheden nodig zijn”, aldus Van der Steur, “en leveren we gezamenlijk een optimale bijdrage aan veiligheid en rechtsbescherming.”