Tag: eerste kamer

  • ‘Geen zorg voor beveiligers over nieuwe uitzend-wet WTTA’

    ‘Geen zorg voor beveiligers over nieuwe uitzend-wet WTTA’

    Gorinchem, 18 november 2025 – Beveiligingsbedrijven hoeven zich geen zorgen te maken over de effecten van de nieuwe uitzendwet, de WTTA. De beveiligingsbranche vormt een uitzondering op de nieuw situatie waarin bedrijven die personeel beschikbaar stellen aan strenge nieuwe regels moeten voldoen. De nieuwe wet bevat een door de Nederlandse Veiligheidsbranche bepleitte uitzonderingspositie voor beveiligingsbedrijven. Het wetsvoorstel werd vorige week aangenomen door de Eerste Kamer.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche is dan ook erg blij en opgelucht met de probleemloze aanvaarding door de Senaat, stelt voorzitter Ard van der Steur. ‘We hebben in het wetgevingsproces hard gewerkt aan een uitzondering voor onze bedrijven. We hebben erg veel gepraat met politici om duidelijk te maken dat onze bedrijven geen uitzenders zijn. Dat is gelukt. Ik ben er erg trots op dat het onze vereniging is gelukt de juiste juridische kennis te mobiliseren om daarmee de deskundigen in de Tweede Kamer en op het ministerie van onze zaak te overtuigen.’

    Kern van de redenering van de Nederlandse Veiligheidsbranche was dat de wijze waarop beveiligingsbedrijven personeel ter beschikking stellen wezenlijk afwijkt van de wijze waarop uitzendbureaus dat doen. Uiteindelijk was het een motie van Kamerlid Thierry Aartsen die deze uitzondering vastlegde in het wetsvoorstel. Van der Steur: ‘Door die aanvulling op de wet behouden onze bedrijven hun aanpassingsvermogen, terwijl flexibele krachten tóch goed beschermd blijven.’

    Met de nieuwe ‘uitzend-wet’ komt er een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven. Het doel van deze wet is het borgen van de integriteit van de betreffende bedrijven om misstanden te voorkomen arbeidskrachten te beschermen, met name arbeidsmigranten.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft steeds bepleit dat het in- en uitlenen van personeel in de beveiligingsbranche – cruciaal om bijvoorbeeld bij evenementen snel op- en af te kunnen schalen – niet moet worden opgevat als ‘het ter beschikking stellen van arbeidskrachten’ zoals in het wetsvoorstel omschreven. Omdat beveiligingsbedrijven al vergunningplichtig zijn en vallen onder de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus (WPBR), is een extra wet die op hun integriteit toeziet, dubbel op. Kamerlid Aartsen ging in deze opvatting mee en diende zijn, nu aangenomen, amendement in.

    Eerder stelde de Nederlandse Veiligheidsbranche ook dat door het amendement-Aartsen veel extra bureaucratische rompslomp wordt vermeden. ‘De veiligheidsbranche onder de nieuwe wet laten vallen, lost geen problemen op, maar creëert  wel nieuwe,’ zei Van der Steur.

  • Eerste Kamer stemt extra verhoging minimumloon weg

    Eerste Kamer stemt extra verhoging minimumloon weg

    Eerste Kamer stemt extra verhoging minimumloon weg

    Gorinchem, 18 april 2024 – De Eerste Kamer heeft gisteren, 16 april 2024, het voorstel verworpen om het wettelijk minimumloon extra te verhogen. Daardoor blijft de verhoging van het minimumloon beperkt tot de ‘gewone’ indexatie op 1 juli (3 procent). De Nederlandse Veiligheidsbranche is blij met het wegstemmen van de extra verhoging. Eerder stuurde de vereniging samen met ruim twintig andere bedrijfstakverenigingen een brandbrief aan de politiek vanwege de enorme voorziene kostenstijgingen.

    Eerder stemde de Tweede Kamer voor het wetsvoorstel voor een extra verhoging, maar in de Eerste Kamer bleek geen meerderheid. De fracties van BBB, VVD, CDA, JA21, SGP en FVD stemden tegen. De senaat maakt zich zorgen om de hoge kostenstijging voor werkgevers, mede omdat het minimumloon de afgelopen jaren al sterk is verhoogd. Bovendien kost de extra verhoging de overheid zelf ook veel geld, omdat de AOW ook zou meestijgen.

    Deze extra verhoging van het minimumloon zou bekostigd worden door het afbouwen van de 30%-regeling voor kennismigranten, het verhogen van de bankenbelasting en het belasten van de inkoop van eigen aandelen door grotere bedrijven. Deze belastingverhogingen worden teruggedraaid of niet doorgevoerd.

    In het recente pleidooi van de Nederlandse Veiligheidsbranche en 22 andere bedrijfstakken tegen de extra verhoging wordt gewezen op het onder druk staan van het verdienvermogen van het bedrijfsleven, vooral door zware kostenstijgingen. ‘Als dat verdienvermogen niet verbetert, wordt het voortbestaan van steeds meer bedrijven onzeker en dreigen banen te verdwijnen aan de onderkant van de arbeidsmarkt’, stellen zij.

  • Eerste Kamer kan verhoging minimumloon tegenhouden

    Eerste Kamer kan verhoging minimumloon tegenhouden

    Eerste Kamer kan verhoging minimumloon tegenhouden

    Gorinchem, 21 maart 2024 – De Eerste Kamer kan de aangekondigde extra verhoging van het wettelijke minimumloon alsnog tegenhouden. De verhoging werd onlangs aangenomen door de Tweede Kamer, maar de tegenstemmende partijen in de Tweede Kamer  hebben een meerderheid in de eerste Kamer.

    Een groot aantal bedrijfstakorganisaties waaronder de Nederlandse Veiligheidsbranche stuurde onlangs een brandbrief aan het parlement over de sterk oplopende werkgeverslasten en de ongewenste economische gevolgen daarvan. Dat oplopen van de lasten voor werkgevers wordt onder meer veroorzaakt door forse verhogingen van het minimumloon in het afgelopen jaar.

    Een meerderheid in de Tweede Kamer – ook partijen die voor de verhoging van het minimumloon stemden – gaf aan dat hoe dan ook de werkgeverslasten moeten worden verlaagd.

  • Bedrijfstakken: ‘Verlaag werkgeverslasten’

    Bedrijfstakken: ‘Verlaag werkgeverslasten’

    Bedrijfstakken: ‘Verlaag werkgeverslasten’

    Gorinchem, 12 maart 2024 – Verlaag de werkgeverslasten en kom daartoe met concrete voorstellen, want het verdienvermogen van het bedrijfsleven staat zwaar onder druk. Als dat verdienvermogen niet verbetert, wordt het voortbestaan van steeds meer bedrijven onzeker en dreigen banen te verdwijnen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De kostenstijgingen worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door maateregelen die juist tot doel hebben lager-betaalden te helpen, met als belangrijkste voorbeeld de recente verhogingen van het minimumloon.

    Dat schrijven 23 bedrijfstakverenigingen in een brandbrief aan de Tweede en Eerste Kamer. De 23 vertegenwoordigen bedrijven uit onder meer detailhandel, winkelambacht, recreatie, schoonmaak, horeca, beveiliging, ambulante handel en groen, grond en infra. De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft de brief medeondertekend.

    De 23 bedrijfstakverenigingen wijzen er op verlaging van de werkgeverslasten uitblijft, terwijl dat wel was geadviseerd door de Sociaal-Economische Raad in het zogeheten SER-MLT-advies. Andere onderdelen van dat advies, met name de adviezen die de positie van werknemers verbeteren worden wel uitgevoerd.

    Volgens de 23 zijn de verhogingen van het minimumloon nu al te veel voor veel bedrijven om te dragen, terwijl er nog een volgende verhoging op stapel staat. Bovenop die verhoging van de loonkosten komen diverse premieverhogingen.

    De bedrijfstakken stellen dat zij niet tegen de achterliggende gedachte zijn voor het verhogen van het minimumloon. Die is bestaanszekerheid voor personen uit lagere-inkomensgroepen. Voor bedrijven zijn die maatregelen echter alleen draagbaar als er ook een lastenverlichting tegenover staat.

    De brandbrief van de 23 bedrijfstakken komt gelijktijdig met een vergelijkbare brief van ondernemingskoepel VNO-NCW aan de Tweede Kamer. VNO-NCW constateert dat de verhoging van de loonkosten uit de pas loopt met de groei van de productiviteit en dat daarmee het concurrentievermogen van veel bedrijven afneemt.

  • Veel kritische vragen Eerste Kamer over tweedeling bij taakstrafverbod beveiligers

    Veel kritische vragen Eerste Kamer over tweedeling bij taakstrafverbod beveiligers

    Veel kritische vragen Eerste Kamer over tweedeling bij taakstrafverbod beveiligers

    Gorinchem, 17 juni 2021 – Mogen rechters onderscheid maken in het bestraffen van geweld tegen beveiligers die een publieke taak vervullen en tegen beveiligers die voor particuliere opdrachtgevers werken? VVD en D66 hebben hierover in de Eerste Kamer kritische vragen gesteld aan het kabinet, dat dit onderscheid wil maken bij de uitbreiding van het verbod op het opleggen van een taakstraf. Dat verbod zou alleen gaan gelden voor geweld tegen beveiligers met een publieke taak. Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche is blij met de kritische kanttekeningen.

    Ard van der Steur aan het woord tijdens de deskundigenbijeenkomst van de Eerste Kamer

    De VVD, die in de Tweede Kamer een amendement zag sneuvelen om geweld tegen alle beveiligers met hechtenis te bestraffen, noemde in de Eerste Kamer het onderscheid dat het kabinet wil maken “theoretisch”. Het kabinet vindt dat een particuliere beveiliger een stap terug kan doen en de politie kan waarschuwen. Ard van der Steur wees, er tijdens een deskundigenbijeenkomst van de Eerste Kamer  al op dat dit in de praktijk niet zo werkt. In situaties waarin beveiligers als zodanig herkenbaar zijn, bijvoorbeeld op festivals en in winkels kunnen ze vaak niet op de politie wachten om de rust te herstellen. De VVD-fractie in de Eerste Kamer vraagt het kabinet om “een meer op de praktijk toegesneden reactie” op het onderscheid dat het wenst te maken tussen de ene en de andere beveiliger.

    D66 (zelf overigens tegenstander van uitbreiding van het taakstrafverbod) vreest dat het onderscheid tussen geweld tegen bijvoorbeeld de beveiliger van een supermarkt en de beveiliger van een publieke ruimte tot “onduidelijkheden” zal leiden. “De aard van het werk, het bewaken en beschermen, blijft hetzelfde. Is dan alleen de status van de opdrachtgever/werkgever (overheid of particulier) doorslaggevend?” Ook vraagt D66 zich af hoe voor burgers duidelijk kan zijn dat iemand een publieke functie vervult, zeker omdat de regering zegt dat het dragen van onderscheidende kleding daarvoor niet doorslaggevend is.  Wat gebeurt er als burgers geweld gebruiken tegen een ‘stille’ die is ingezet tijdens een massademonstratie die uit de hand dreigt te lopen?”

    Volgens Ard van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche bewijst de discussie in de Eerste Kamer dat het onderscheid dat het kabinet wenst te maken niet alleen onwerkbaar, maar ook onethisch is. “Aan alle beveiligers stellen burgers hoge eisen, ze verdienen  een gelijke rechtsbescherming.”

  • Ard van der Steur in oproep aan Eerste Kamer: ‘Alle beveiligers verdienen dezelfde bescherming tegen geweld’

    Ard van der Steur in oproep aan Eerste Kamer: ‘Alle beveiligers verdienen dezelfde bescherming tegen geweld’

    Ard van der Steur in oproep aan Eerste Kamer: ‘Alle beveiligers verdienen dezelfde bescherming tegen geweld’

    Gorinchem, 8 juni 2021 – Iedereen die geweld pleegt tegen beveiligers moet minimaal een gevangenisstraf krijgen. Onderscheid maken tussen beveiligers die wél of géén publieke taak uitoefenen, is “onwerkbaar, maar ook onethisch”, zegt Ard van der Steur in een brief aan de Commissie voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer. De voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche voert dinsdag 8 juni het woord op een deskundigenbijeenkomst van de Eerste Kamer.

    Onderwerp is het wetsvoorstel voor uitbreiding van het taakstrafverbod. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat mensen die geweld uitoefenen tegen professionals die werken aan onze gezamenlijke veiligheid, nog kunnen wegkomen met een taakstraf. Van der Steur vindt het “terecht dat het kabinet mensen die geweld plegen tegen politie, brandweer, ambulancepersoneel of buitengewoon opsporingsambtenaren hard wil laten aanpakken”.

    Dat moet volgens hem echter ook gelden voor wie het gemunt heeft op beveiligers. Het wetsvoorstel van het kabinet (dat is goedgekeurd door de Tweede Kamer) zou namelijk maar voor een deel van de beveiligers gaan gelden, namelijk alleen voor zover zij een ‘publieke taak’ uitoefenen. Beveiligers die werken voor private opdrachtgevers, zoals winkelbeveiligers, beveiligers op Schiphol en op evenementen, zouden de extra bescherming niet krijgen. Niet terecht, vindt Van der Steur: “Beveiligers doen hun werk vaak onder lastige omstandigheden en hebben van de overheid de bescherming nodig die ze verdienen.” De branchevoorzitter vraagt om “helderheid voor de hele beroepsgroep”.

    De VVD-fractie in de Tweede Kamer wilde dat ook en heeft geprobeerd het wetsvoorstel gewijzigd te krijgen, maar hiervoor was geen meerderheid. Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) gebruikte daarbij als argument dat beveiligers in hun werk ‘een stap terug’ kunnen doen en de politie kunnen inschakelen. Zo werkt het niet in de praktijk, zegt Van der Steur. “In de praktijk verwacht het publiek wel degelijk dat een geüniformeerde beveiliger niet een stap terugzet als het erop aankomt. En nog belangrijker, in de meeste gevallen is er niet eens tijd om terug te treden en de politie te bellen: de klap is al uitgedeeld.” In zijn brief aan de Tweede Kamer geeft Van der Steur hiervan verschillende recente voorbeelden.

    De voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche roept de leden van de Eerste Kamer op om de minister kritische vragen te stellen over zijn rechtvaardiging voor de grens tussen publiek en privaat. Ook waarschuwt hij voor “verdere en onnodige rechtsongelijkheid” binnen de beroepsgroep van beveiligers.
    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,3 miljard euro. Er zijn ongeveer 26.000 beveiligingsmedewerkers actief in Nederland, van wie 90 procent werkt bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.