Tag: ND-vergunningen

  • Falend toezicht op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus is een probleem

    Falend toezicht op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus is een probleem

    Falend toezicht op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus is een probleem

    Gorinchem 4 maart 2022 – Op donderdag 3 maart publiceerde de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) het rapport ‘Toezicht door de politie op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus’. Uit het onderzoek blijkt dat de politie nauwelijks na gaat of particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus in Nederland zich aan de regels houden, zoals opgetekend in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). 

    Voorzitter Ard van der Steur heeft namens de Nederlandse Veiligheidsbranche meegewerkt aan het onderzoek en onderschrijft de conclusies. “Het is zorgwekkend dat het toezicht nog steeds onder de maat is. De Inspectie JenV constateerde in 2016 al dat het toezicht tekort schoot en er is niets veranderd. Wij hebben er de afgelopen jaren ook vaak op gewezen dat het toezicht verbeterd moet worden. Het is treurig dat uit dit nieuwe rapport nog steeds hetzelfde beeld naar voren komt,” aldus Van der Steur. “Het gebrek aan effectief toezicht vormt een serieuze bedreiging voor de veiligheid in Nederland”.  Zijn grootste zorg is dat de politie nu zal proberen het toezicht elders te beleggen, terwijl de politie haar taak gewoon beter moet uitvoeren.

    Nauwelijks toezicht, politie heeft aantal zaken onvoldoende op orde

    Uit het rapport blijkt dat er geen of nauwelijks toezicht is op de naleving van de vergunningsvoorwaarden door particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus en dat de politie daarbij een aantal zaken onvoldoende op orde heeft. In dit onderzoek komt eenzelfde beeld naar voren als in het rapport ‘Naar samenwerken aan veiligheid’ dat in 2016 gepubliceerd werd. Tevens blijkt nu dat er ook weinig aandacht en capaciteit is voor het optreden tegen bedrijven die zonder vergunning – dus illegaal – werkzaamheden verrichten in deze branche. Doordat er nauwelijks controle is en de regelgeving ontoereikend is, kunnen zelfs burgerrechten in de knel komen. De sturing door het ministerie van Justitie en Veiligheid op deze controletaak van de politie is onduidelijk. Ard van der Steur: “Er ligt een duidelijke taak voor het ministerie om nu de leiding te nemen. Deze problemen moeten snel en effectief worden opgelost”.

    Politie kan problemen niet zelfstandig oplossen

    De politie kan evenwel slechts een deel van de problemen zelfstandig oplossen. Ook voor de betrokken onderdelen van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Autoriteit Persoonsgegevens ligt een opgave. Bij de minister pleit de Inspectie JenV voor heldere toewijzing van de verantwoordelijkheden voor het beleid en aansturing van de uitvoering van het reguleringsstelsel van de beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. “Deze aansturing hebben we gemist in de afgelopen jaren. Het ministerie heeft onvoldoende prioriteit gegeven aan de samenwerking met de branche, de noodzakelijke modernisering van de wetgeving en de publiek private samenwerking,” aldus Van der Steur

    Modernisering Wpbr duldt geen uitstel meer

    Ook pleit de Inspectie JenV voor evaluatie van de verouderde Wpbr, in gezamenlijkheid met betrokken partijen. Door vertraging op het ministerie van Justitie en Veiligheid werken betrokken partijen mogelijk nog jaren met sterk verouderde wetgeving en procedures die daaruit voortvloeien. “Modernisering van de Wpbr duldt geen uitstel meer. Dat blijkt ook uit dit kritische rapport van de Inspectie JenV,” aldus Van der Steur.

    Toezichttaak politie en toerusting politieorganisatie

    Bij de korpschef van politie pleit de Inspectie JenV ervoor om afspraken te maken met de minister van Justitie en Veiligheid en het OM over het (niveau van het) uit te voeren toezicht op de sector, voor respectievelijk de vergunde en onvergunde bedrijven. Ook pleit de Inspectie JenV ervoor om de politieorganisatie toe te rusten op uitvoering van de toezichttaak. “Het spreekt voor zich dat de meeste energie moet worden gestoken in het toezicht op onvergunde bedrijven om misstanden in de branche tegen te gaan,” merkt Van der Steur op. 

    Omvangrijke taak politie uitvoerbaar houden

    De Nederlandse Veiligheidsbranche is zich bewust van de omvangrijke taak waar de politie voor staat en pleit voor meer en betere samenwerking die kan helpen deze taak uitvoerbaar te houden. Ondanks de zorgen over de kwaliteit van het huidige toezicht blijft de politie, wat de Nederlandse Veiligheidsbranche betreft, verantwoordelijk voor effectief toezicht op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. “Samen vinden we de ruimte voor effectief toezicht,” aldus Van der Steur. 

  • Wetgeving inzet zzp’ers wordt feitelijk niet nageleefd

    Wetgeving inzet zzp’ers wordt feitelijk niet nageleefd

    Wetgeving inzet zzp’ers wordt feitelijk niet nageleefd

    Gorinchem, 9 december 2019 – De wetgeving voor de inzet van zelfstandigen door beveiligingsbedrijven is tegenstrijdig. Terwijl de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) het inschakelen van zzp’ers feitelijk uitsluit, worden in de praktijk steeds meer zogeheten ND-vergunningen voor het uitoefenen van een beveiligingsbedrijf afgegeven aan zelfstandigen. Dit heeft een “negatieve invloed op de kwaliteit van de beveiligingsdienstverlening en de veiligheid”, aldus de Nederlandse Veiligheidsbranche in een reactie op nieuwe wetgeving inzake zzp’ers.

    De brancheorganisatie reageert op het voorstel van het kabinet voor de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring. Doel van deze wet is zelfstandigen/werknemers en hun opdrachtgevers/werkgevers meer zekerheid geven over de kwalificatie van hun arbeidsrelatie.

    Punt is echter dat de Wpbr de inzet van zzp’ers formeel eigenlijk uitsluit. Op grond van die wet zijn beveiligingsbedrijven verplicht om zelf een ND-vergunning te hebben (af te geven door Dienst Justis) en bij de inzet van werkenden (in loondienst of als zelfstandige) een beveiligingsvergunning op naam aan te vragen. “Daarmee is ‘vrije vervanging’ feitelijk niet mogelijk”, zegt de Nederlandse Veiligheidsbranche. “Ook zal een beveiliger als gevolg van de kenmerken van de Wpbr en de aard van de werkzaamheden in de praktijk vrijwel altijd ‘onder gezag’ werken.” Ook dat belemmert echte zelfstandigheid.
    Dat niettemin het aantal zzp’ers groeit zien de branche en de politie, die toezicht houdt, als een negatieve ontwikkeling.

    In het wetsvoorstel van het kabinet is volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche sowieso niet gekeken naar knelpunten die specifiek zijn voor de beveiligingssector. Ook het feit dat voor zzp’ers straks een algemeen geldend minimumtarief gehanteerd moet worden van 16 euro per uur, vindt de branche geen goed idee. Zo’n tarief zou best eens de norm kunnen worden voor opdrachtgevers. “De race naar de bodem is dan echt ingezet.”
    Als er al een minimumtarief zou moeten gelden dan opteert de Nederlandse Veiligheidsbranche voor een systeem dat in de architecten-cao is ingevoerd namelijk een tarief van 150 procent van het salaris van een vergelijkbare werknemer (in dit geval beveiliger) in loondienst. “Op die manier wordt concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen.”

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.