Tag: pilot

  • Meedoen met pilot ‘roosteren’?

    Meedoen met pilot ‘roosteren’?

    Gorinchem, 18 december 2025 ‘Beveiligingsbedrijven die mee willen doen aan een pilot voor een nieuwe wijze van roosteren, kunnen zich aanmelden bij het secretariaat van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Het proefproject vloeit voort uit cao-afspraken om de systematiek voor het vaststellen van roosters in de beveiliging te verbeteren voor zowel ondernemingen als voor werknemers..

    Samen met de vakbonden heeft de onderhandelingsdelegatie van de Nederlandse Veiligheidsbranche de afgelopen maanden gesproken over nieuwe roosterregels. Enerzijds moet daarmee beter ingespeeld kunnen worden op de behoefte van werkgevers om aan de vragen van klanten te voldoen met een efficiënte maar ook gezonde inzet van hun beveiligers. Anderzijds moeten de nieuwe regels ook tegemoetkomen aan betere voorspelbaarheid en rust in de roosters, onder andere door meer inspraak van beveiligers en door een andere vorm van verstrekking van toeslagen. Tenslotte moeten de nieuwe regels er ook voor zorgen dat het voor zzp’ers aantrekkelijker wordt terug te keren in loondienst. De pilot moet onderzoeken of de bedachte regels ook doen wat ervan wordt verwacht.

    Leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche kunnen zich aanmelden voor deelname via het secretariaat van de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • Veiligheidsbranche en Koninklijke Marechaussee kiezen voor samenwerking op krappe arbeidsmarkt

    Veiligheidsbranche en Koninklijke Marechaussee kiezen voor samenwerking op krappe arbeidsmarkt

    Veiligheidsbranche en Koninklijke Marechaussee kiezen voor samenwerking op krappe arbeidsmarkt

    Gorinchem, 4 december 2020 – De Nederlandse Veiligheidsbranche en de Koninklijke Marechaussee willen meer samenwerken bij het aantrekken en vasthouden van personeel. Beide partijen werven binnen dezelfde doelgroep en hebben dezelfde zorgen over de krapte op de arbeidsmarkt. Daarom hebben Luitenant Generaal Hans Leijtens (Commandant van de Koninklijke Marechaussee) en Ard van der Steur (voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche) donderdag 3 december, een intentieovereenkomst ondertekend.

    Uitgangspunt van de overeenkomst is dat beide partijen “elkaar kunnen versterken door het uitwisselen van kennis en het uitbreiden van de samenwerking”. Beide partijen vinden dat ook hard nodig omdat ze verwachten dat de veiligheidssector meer en meer onder druk zal komen te staan “aangezien het aantal taken en de complexiteit ervan toeneemt.”

    In de overeenkomst is afgesproken dat een werkgroep vanuit de Koninklijke Marechaussee en de Nederlandse Veiligheidsbranche onder andere twee pilots gaat voorbereiden, die in de periode 2021-2023 kunnen worden uitgevoerd.

    Een van die pilots is gericht op samenwerking bij het werven, selecteren, opleiden en het bieden van loopbaanperspectief. Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, is daar blij mee. “Samenwerking kan zorgen voor een nog beter loopbaanperspectief voor zowel medewerkers van de Koninklijke Marechaussee als van beveiligingsbedrijven. Daarmee vergroten we onze gezamenlijke aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt.” Volgens Van der Steur past de intentieovereenkomst in het streven van de Nederlandse Veiligheidsbranche om over een breed terrein de samenwerking tussen publieke en private partijen in deze sector te versterken. Naast de Koninklijke Marechaussee zou hij op een vergelijkbare manier graag samenwerken met de politie.

    Een tweede pilot, die zal worden voorbereid, heeft betrekking op duaal werkgeverschap. Dat zou kunnen betekenen dat civiel personeel kan worden opgeleid tot reservist, om als dat nodig is op het gebied van bewaken en beveiligen een bijdrage te leveren aan de operationele inzet van de Koninklijke Marechaussee. De behoefte aan een pilot als deze heeft de Koninklijke Marechaussee al in 2018 kenbaar gemaakt. “We geven op deze manier steeds meer vorm aan de adaptieve krijgsmacht. Het maakt ons flexibeler en wendbaarder”, zegt Leijtens.

  • Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Gorinchem, 17 december 2019 – Bij het opsporen van criminelen die nog een gevangenisstraf moeten uitzitten, kan justitie heel goed gebruik maken van de diensten van particuliere onderzoeksbureaus. Dit blijkt volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche uit een pilot met zo’n onderzoeksbureau, waarbij van 11 personen de vermoedelijke woon- of verblijfplaats in het buitenland werd achterhaald.

    Nederlandse Veiligheidsbranche positief over pilot

    De pilot vond in 2018 en 2019 plaats in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en werd (na een aanbesteding) uitgevoerd door onderzoeksbureau Pinkerton. De vraag was om van 25 voortvluchtige personen, die nog een gevangenisstraf van minimaal 120 dagen moesten uitzitten, het vermoedelijke adres in het buitenland te achterhalen.
    Met deze adressen (en een positieve ID-verificatie) zouden buitenlandse autoriteiten veroordeelden kunnen aanhouden. Afgesproken was dat de onderzoekers uitsluitend gebruik mochten maken van publiek toegankelijke bronnen. Bovendien moest ter wille van een rechtmatige aanhouding goed beschreven worden op welke manier een adres was achterhaald.

    Van de veroordeelden werd door justitie verondersteld dat ze zich ophielden in verschillende Europese landen. Pinkerton is langs twee lijnen op zoek gegaan naar hun waarschijnlijke woon- of verblijfplaats. Ten eerste is door data-analisten gezocht via officiële bekendmakingen van buitenlandse overheden, zoekmachines, sociale media, publiek toegankelijke websites, openbare telefoongidsen en handelsinformatie. Deze methode bleek niet het meest effectief.
    De tweede onderzoekslijn, het inschakelen door Pinkerton van lokale partners, leverde meer resultaten op. Lokale onderzoeksbureaus zijn vaak goed op de hoogte van specifieke omstandigheden en mogelijkheden in een land. Zo werden in Frankrijk de vermoedelijke adresgegevens van drie veroordeelden opgespoord omdat de Belastingdienst deze informatie van de ene belastingplichtige op aanvraag beschikbaar stelt aan een andere belastingplichtige. Een vierde adres werd in Frankrijk via het kadaster achterhaald. Adressen van andere veroordeelden werden opgespoord in Polen (3), Roemenië (3) en Bulgarije (1).

    De Nederlandse Veiligheidsbranche vindt een steekproef van 25 personen weliswaar klein, maar noemt een score van 11 vermoedelijke adressen toch “zeer hoopgevend”. Hiermee is overigens niet met zekerheid vast te stellen of de betrokken personen ook daadwerkelijk op het gevonden adres woonden of tijdelijk verbleven omdat het de onderzoekers niet was toegestaan ter plaatse te gaan kijken. Justitie heeft niet bekendgemaakt of de 11 veroordeelden ook feitelijk zijn aangehouden.

    Aanbevelingen
    Op basis van de pilot doet Pinkerton enkele aanbevelingen voor een mogelijk vervolg. Ten eerste stelt het bureau dat het niet in alle landen zinvol is op deze manier op zoek te gaan naar voortvluchtige veroordeelden. Sommige landen hebben zo weinig openbare bronnen waarin persoonsgegevens te vinden zijn, dat zulk onderzoek al bij voorbaat weinig kans heeft. “Wij hebben vooraf met het ministerie afgesproken dat onderzoek uitsluitend op basis van nationale wetgeving zou worden uitgevoerd”, zegt Koos Schoonbeek, directeur van Pinkerton.
    Verder is een conclusie dat de beschikbaarheid van een recente foto van een veroordeelde de kans op succes aanzienlijk vergroot. Bij deze pilot was van 10 van de 25 personen géén foto beschikbaar, wat de identificatie heeft bemoeilijkt en van deze 10 slechts 1 adres heeft opgeleverd.
    De effectiviteit kan ook vergroot worden door het speurwerk te richten op landen waar op basis van de pilot blijkt dat de opsporingsmethodiek relatief eenvoudig en tegen geringe kosten kan. Als de opsporingsmethodiek erkend wordt, kan waarschijnlijk ook het meest efficiënt samengewerkt worden met de justitiële autoriteiten in het betreffende land.

    Verder concludeert het onderzoeksbureau dat het verstandig kan zijn veroordeelden zelf tijdig formeel toestemming te vragen voor het verwerken van hun persoonsgegevens, bijvoorbeeld als voorwaarde voor vervroegde invrijheidstelling. Daarmee kan mogelijk voorkomen worden dat persoonlijke gegevens niet aangenomen en verwerkt mogen worden vanwege privacyregelgeving in andere EU-landen.

    Het ministerie van Justitie en Veiligheid is tevreden over het verloop van de pilot en over de resultaten. Het zegt niet uit te sluiten dat in de toekomst vaker van particuliere onderzoeksbureaus gebruik zal worden gemaakt. Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming heeft enige tijd geleden een programma ‘Onvindbare veroordeelden’ geïntroduceerd, waarmee hij een impuls wil geven aan de effectieve tenuitvoerlegging van straffen.

    Het idee om de pilot met een particulier onderzoeksbureau te houden kwam van de Nederlandse Veiligheidsbranche, de brancheorganisatie voor bedrijven op het gebied van particuliere beveiliging, recherche en geld- en waardetransport.
    Voorzitter Ard van der Steur heeft er recent voor gepleit om taken van politie en justitie waarvoor geen gezagsbevoegdheden of bewapening nodig zijn, vaker uit te besteden aan particuliere beveiligingsorganisaties met het Keurmerk Beveiliging. Hij denkt daarbij aan zorg voor arrestanten, baliewerk, het verwerken van aangiftes, het opstellen van meetapparatuur voor snelheidsmetingen, alcoholcontroles, maar bijvoorbeeld ook het opsporen van veroordeelden met een openstaande straf.
    “Op die manier kunnen politie en justitie zich focussen op taken waarvoor wel speciale bevoegdheden nodig zijn”, aldus Van der Steur, “en leveren we gezamenlijk een optimale bijdrage aan veiligheid en rechtsbescherming.”