Tag: rechtspraak

  • Uitspraak Uber-chauffeurs en gevolgen beveiliging

    Uitspraak Uber-chauffeurs en gevolgen beveiliging

    Uitspraak Uber-chauffeurs en gevolgen beveiliging

    Gorinchem, 31 januari 2026 – Deze week oordeelde het gerechtshof in de zaak van FNV tegen Uber. We hebben juriste Joyce Snijder gevraagd naar de gevolgen voor de beveiliging. Zie hieronder. Ook hoogleraar Evert Verhulp (arbeidsrecht UvA) heeft deze week aangegeven wat de uitspraak betekent: Zelfstandigen in andere sectoren hebben weinig aan dit vonnis. De Uber-chauffeurs wijken behoorlijk af van andere zzp’ers, met hun Tesla waarin ze tienduizenden euro’s hebben gestoken, hun autoverzekering en vaak ook hun klantenbinding.

    Brochure ZZP – ja of nee?

    Zes Uber-chauffeurs zijn ondernemer, oordeelt Gerechtshof Amsterdam

    Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 27 januari 2026 geoordeeld dat zes Uber‑chauffeurs die zich in hoger beroep aan de zijde van Uber hadden gevoegd, géén arbeidsovereenkomst met Uber hebben. Volgens het hof vertonen deze chauffeurs een duidelijke mate van ondernemerschap. Daarbij kijkt het hof onder meer naar:

    • Eigen investeringen, zoals de aanschaf van de auto;
    • De vrijheid om zelf werktijden te bepalen;
    • Strategische keuzes bij het accepteren of weigeren van ritten (met invloed op de inkomsten);
    • Het dragen van ondernemersrisico’s, zoals aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.

    De uitspraak ziet expliciet op deze zes chauffeurs. Het hof sluit niet uit dat andere Uber‑chauffeurs wél als werknemer moeten worden aangemerkt; dat hangt af van hun individuele omstandigheden.

    Achtergrond van de procedure

    De zaak loopt al langere tijd en is aangespannen door vakbond FNV. Centraal stond de vraag of de cao Taxivervoer van toepassing was op Uber‑chauffeurs in periodes waarin deze cao algemeen verbindend was verklaard.

    Eerder paste het hof de negen Deliveroo‑criteria toe om te beoordelen of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Toen zag het hof veel aanwijzingen in de richting van werknemerschap, maar ook dat “ondernemerschap” bij sommige chauffeurs de balans de andere kant op kan doen kantelen.

    Omdat dit in de praktijk kan betekenen dat hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever soms wél en soms níet als arbeidsovereenkomst kwalificeert, stelde het hof prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Op 21 februari 2025 bevestigde de Hoge Raad dat:

    • Er geen rangorde bestaat tussen de negen Deliveroo‑criteria;
    • Ondernemerschap volledig meetelt;
    • Verschillende uitkomsten bij hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever mogelijk zijn, afhankelijk van de mate van ondernemerschap.

    Na deze beantwoording moest het hof terug naar de feiten. Alleen over zes chauffeurs waren voldoende gegevens beschikbaar voor een individuele beoordeling. Daarom kon het hof uitsluitend ten aanzien van hen een oordeel vellen en werden de vorderingen van FNV afgewezen.

    Gevolgen voor de particuliere beveiligingsbranche

    De Uber-uitspraak onderstreept dat ondernemerschap in de praktijk het verschil kan maken, maar zij is geen vrijbrief: ook in de particuliere beveiligingsbranche blijft een totaalafweging van alle omstandigheden per inzet vereist. In deze totaalafweging is ook van belang dat op een beveiliger een inspannings- en geen resultaatsverplichting rust, de beveiliger zich aan regels (instructies) moet houden die door het beveiligingsbedrijf en de Wpbr worden opgelegd (denk aan o.a.: de wijze waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, het dragen van een uniform en een beveiligingspas van het beveiligingsbedrijf) en beveiligingswerkzaamheden niet zelden in een team van beveiligers worden verricht. Juist deze omstandigheden duiden op het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Daarom blijven de waarschuwingsberichten aan leden over het inhuren van zelfstandige beveiligers onverminderd relevant.

    Advies

    Huurt u zzp‑beveiligers in? Neem dan bij iedere inzet de Deliveroo‑criteria systematisch door, voer een ondernemerstoets uit en leg uw afwegingen en besluitvorming goed vast — bij aanvang én gedurende de samenwerking. Zo verkleint u de kans op naheffingen, claims of discussies achteraf en houdt u grip op flexibiliteit binnen uw organisatie. Raadpleeg daarbij ook de informatie en waarschuwingsberichten die de Nederlandse Veiligheidsbranche voor leden heeft gepubliceerd over het inhuren van zelfstandige beveiligers en de Brochure ‘Zzp – ja of nee’.

  • Verklaring de Nederlandse Veiligheidsbranche n.a.v. berichtgeving in FD over cao-conflict, juni 2024

    Verklaring de Nederlandse Veiligheidsbranche n.a.v. berichtgeving in FD over cao-conflict, juni 2024

    Verklaring de Nederlandse Veiligheidsbranche n.a.v. berichtgeving in FD over cao-conflict, juni 2024

    Gorinchem, 6 juni 2024 – De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft kennis genomen van het artikel in het Financieel Dagblad van donderdag 6 juni waarin een beschrijving wordt gegeven van een verschil van inzicht over de cao(’s) in de beveiligingssector en de vraag of bedrijven of een hele vereniging van de Cao Particuliere Beveiliging mogen afwijken. De betreffende zaak loopt al jaren. De Raad van State behandelt op 6 juni deze zaak.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft het verzoek van het FD om mee te werken aan het genoemde artikel niet ingewilligd. De vereniging wil de rechtsgang niet oneigenlijk beïnvloeden of de suggestie wekken dat te proberen. De Nederlandse Veiligheidsbranche wacht de uitspraak van de Raad van State af en zal pas weer op de zaak ingaan als die uitspraak is gepubliceerd.

  • Zzp’er in beveiliging soms tóch werknemer

    Zzp’er in beveiliging soms tóch werknemer

    Zzp’er in beveiliging soms tóch werknemer

    Tilburg, 21 juli 2023- Een zzp’er die als beveiliger is ingehuurd door een beveiligingsbedrijf kan ondanks de aanduiding ‘zzp’ soms tóch een werknemer zijn. Dat blijkt uit een recente gerechtelijke uitspraak. De Nederlandse Veiligheidsbranche waarschuwt: voor beveiligingsbedrijven kunnen de (financiële) gevolgen groot zijn.

    De uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betekent concreet dat de overeenkomst van opdracht, zoals die was getekend tussen opdrachtgever en beveiliger, wordt gezien als een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever, die dus eigenlijk werkgever is, kan daardoor een naheffing van de belastingdienst verwachten voor niet afgedragen loonheffingen. Ook zal hij mogelijk met terugwerkende kracht pensioenpremies moeten betalen en eveneens met terugwerkende kracht de geldende cao toepassen. Verder heeft de beveiliger ontslagbescherming.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche adviseert haar leden om zeer voorzichtig te zijn met het inhuren van zzp’ers en goed te toetsen hoe de werkrelatie met zo’n zzp’er in de praktijk zal zijn. Voorzitter Ard van der Steur: ‘Een belangrijk criterium is dat van de gezagsverhouding. Als  het bedrijf concrete aanwijzingen, opdrachten en instructies geeft, is er zo’n verhouding en kan de betreffende beveiliger gauw worden aangemerkt als werknemer. En in de beveiligingswereld is gezag nauwelijks weg te denken uit de relatie tussen een beveiliger en het beveiligingsbedrijf. De aard van het werk is nu eenmaal zo.’

    Een aantal van de belangrijkste overwegingen van het gerechtshof om in de betreffende zaak de zzp’er als werknemer aan te merken, waren het ontbreken van commerciële risico’s, dat de beveiliger slechts één opdrachtgever had en dat de beveiliger zich niet onderscheidde van de beveiligers met een arbeidsovereenkomst.

    Leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche kunnen voor nader advies contact opnemen met het secretariaat.

  • Werknemers winnen rechtszaak maar krijgen geen compensatie

    Werknemers winnen rechtszaak maar krijgen geen compensatie

    Werknemers winnen rechtszaak maar krijgen geen compensatie

    In 2017 is in de cao de verplichting (her-)opgenomen om tijdens vakanties onregelmatigheidstoeslag (ORT) te betalen aan medewerkers. Tevens is met vakbonden de afspraak vastgesteld dat een compensatie van 0,5% in loon gegeven is voor deze gemiste ORT in de jaren 2012 – 2016.

    Een aantal werknemers heeft naderhand een rechtszaak aangespannen over de betreffende afspraak. Deze werknemers hebben – ook in hoger beroep – deze rechtszaak gewonnen. Uiteindelijk is voor 1 werknemer cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Ook van de Hoge Raad krijgt de betreffende werknemer gelijk.

    De verschillende rechters hebben voor hun uitspraak enkel naar de grammaticale uitleg van de cao gekeken. Zij oordeelden dat de betrokken beveiliger onvoldoende kon afleiden dat die 0,5% bedoeld was ter compensatie van de gemiste ORT.

    De uitspraak zal overigens weinig praktische gevolgen hebben. Werknemers die zich nu nog melden met een vordering op basis van deze uitspraak zijn te laat. Een dergelijke loonvordering verjaart namelijk na 5 jaar.

  • CAO Particuliere Beveiliging geldt voor hele branche

    CAO Particuliere Beveiliging geldt voor hele branche

    CAO Particuliere Beveiliging geldt voor hele branche

    Gorinchem, 29 juli 2021 – De Nederlandse Veiligheidsbranche is blij dat de CAO Particuliere Beveiliging nu echt geldt voor de hele branche en dat de Rechtbank Midden Nederland heeft besloten het dispensatiebesluit voor leden van VBe NL te vernietigen. “Met dit besluit wordt een einde gemaakt aan concurrentie op arbeidsvoorwaarden en kunnen we gezamenlijk verder werken aan versterking van de branche”, zegt Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    De rechtbank was duidelijk in zijn uitspraak: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onvoldoende kunnen motiveren waarom leden van VBe NL zich niet zouden moeten houden aan de CAO Particuliere Beveiliging, die eerder voor de branche algemeen verbindend was verklaard. Een algemeenverbindendverklaring betekent dat ook bedrijven en werknemers die niet rechtstreeks bij het CAO-overleg betrokken waren, zich aan de CAO-regels moeten houden.

    De beroepszaak tegen het dispensatiebesluit van de minister was aangespannen door de Nederlandse Veiligheidsbranche samen met de vakbonden FNV en CNV (beide partners bij de CAO Particuliere Beveiliging). De dispensatie die de minister had verleend, betekende dat bedrijven die op 4 mei 2019 lid waren van VBe NL niet gebonden waren aan de CAO Particuliere Beveiliging, maar de CAO Beveiliging (afgesloten tussen VBe NL en vakbond De Unie) mochten toepassen. Dat besluit is nu dus terug gedraaid door de Rechter.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche, FNV en CNV vonden dat de bedrijven die de CAO Beveiliging mochten toepassen niet wezenlijk verschillen van de bedrijven die de CAO Particuliere Beveiliging moeten toepassen. Daarover ging het grootste deel van de beroepszaak.