Categorie: POB

Particulier Onderzoeksbureau

  • Interview Security Management met Ard van der Steur

    Interview Security Management met Ard van der Steur

    Interview Security Management met Ard van der Steur

    19 maart 2020 – Het coronavirus heeft de wereld in zijn greep. De grootste zorg betreft uiteraard de volksgezondheid, maar inmiddels zijn ook de economische gevolgen groot en dreigt maatschappelijke ontwrichting. Security Management vroeg Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche wat de gevolgen zijn voor de beveiligingsbranche.

    Foto:Henk Ganzeboom, Kobalt Fotografie Dupho

    Ook voor Ard van der Steur zijn het momenteel hectische tijden. Samen met het secretariaat van de Nederlandse Veiligheidsbranche is hij bijna 24/7 in touw. “We staan constant in contact met onze achterban om te horen wat er bij hen speelt en zorgen ervoor dat ze van de juiste informatie worden voorzien. Verder hebben we overleg met collega-bestuurders van andere brancheorganisaties, met VNO-NCW, met de NCTV. Als het echt nodig is met de bewindspersoon of de mensen daar net onder op het ministerie.”

  • Beveiliging wordt gezien als cruciale beroepsgroep

    Beveiliging wordt gezien als cruciale beroepsgroep

    Beveiliging wordt gezien als cruciale beroepsgroep

    Gorinchem 16 maart 2020 – Sinds de nieuwe maatregelen heeft de Nederlandse Veiligheidsbranche zich hard gemaakt om beveiliging benoemd te krijgen op de lijst van cruciale beroepen van het NCTV. Een lobby met succesvol resultaat. Vandaag is beveiliging in de officiële informatie van de NCTV ook benoemd als een cruciale beroepsgroep.

    We hebben veel vragen van leden gehad, omdat beveiliging niet op de lijst zelf staat en scholen/kinderopvang daar wel in eerste instantie naar kijken. In de bijbehorende instructie (veelgestelde vragen) wordt beveiliging nadrukkelijk genoemd:

    Het staat meteen bij de eerste vraag/antwoord:

    Wanneer mag ik mijn kind naar de nood(kinder)opvang brengen?

    De opvang die nu geboden wordt op scholen en kinderopvang (zonder extra kosten voor ouders), is noodopvang. De noodopvang is bedoeld om ervoor te zorgen dat mensen in cruciale beroepsgroepen hun werk voor de samenleving kunnen blijven doen. Mensen in deze begroepsgroepen moeten in eerste instantie zelf een oplossing voor opvang zoeken. Zodat hun kinderen niet naar opvang of school hoeven te gaan. En de kabinetsmaatregelen van 15 maart  zoveel mogelijk effect hebben.

    De lijst van cruciale beroepsgroepen is niet alomvattend. Wel geeft de lijst inzicht in de belangrijkste beroepen die de samenleving draaiend houden. Ook mensen met een onmisbare facilitaire of ondersteunende functie (denk aan schoonmaak, beveiliging, ICT) vervullen voor een van deze cruciale beroepsgroepen, kunnen hun kinderen naar de noodopvang brengen. Het is aan ouders en werkgevers om hierin juiste keuzes te maken. Het blijft een noodopvang, die alleen kan worden benut wanneer andere opties ontoereikend zijn.

    Kinderen die ziekteverschijnselen vertonen mogen sowieso niet naar de noodkinderopvang. Zij moeten thuis blijven. Lukt het niet om opvang te regelen, en werkt u niet in een cruciaal beroep of in de vitale infrastructuur? Ga dan met de werkgever in gesprek over een oplossing.

  • Economische maatregelen met betrekking tot het coronavirus

    Economische maatregelen met betrekking tot het coronavirus

    Economische maatregelen met betrekking tot het coronavirus

    Gorinchem 13 maart 2020 – De uitbraak van het coronavirus zal forse impact hebben op de economie. Hoeveel is onzeker maar de Nederlandse economie staat er goed voor (lage werkloosheid en zowel het bedrijfsleven in algemene zin als de overheid heeft voldoende financiële buffers). Vergaande overheidsmaatregelen op economisch terrein lijken volgens het kabinet vooralsnog niet nodig.

    Maar er is in Nederland sprake van veel annuleringen van vakanties, congressen en andere grote evenementen. In de horeca en de toerismesector zijn de effecten intussen voelbaar en ook de beveiligingsbranche wordt geraakt. Hieronder volgt een nadere toelichting op de genoemde maatregelen.

    1.1   Werktijdverkorting en mogelijke opschaling

    Bedrijven die getroffen worden kunnen in aanmerking komen voor de huidige regeling werktijdverkorting. Voor het opschalen van de verwerking van de aanvragen zijn bij SZW extra mensen ingezet. Ook bij het UWV wordt gewerkt aan vergroting van de verwerkingscapaciteit.

    1.2   Verruiming van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

    Bedrijven – en met name het mkb – kunnen in liquiditeitsproblemen komen. Banken en andere financiers kunnen helpen door tijdelijke verstrekking van een overbruggingskrediet, ophoging van het Rekening Courantkrediet (RCkrediet) of opschorting van aflossingen van bestaande kredietlijnen. Per eind maart komt er een tijdelijke verruiming van de BMKB zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief gefinancierd kunnen blijven. Met de BMKB staat de overheid voor een deel borg voor bedrijven die een lening willen afsluiten, maar aan de betrokken financier (met name banken) niet genoeg zekerheden kunnen bieden. Er komt een nieuwe tijdelijke regeling (geldig tot 1 april 2021) waarmee de Staat een hoger garantieaandeel aanbiedt in de BMKB. In de huidige regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de financier (vaak een bank) verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet. Voor deze maatregel wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%.

    1.3   Fiscaliteit

    Om ervoor te zorgen dat ondernemers liquiditeitsproblemen het hoofd kunnen bieden, is er de mogelijkheid tot het verzoek om bijzonder uitstel van betaling in de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting. De Belastingdienst zal uitstel van betaling verlenen als de ondernemer schriftelijk motiveert dat hij door de coronacrisis in de problemen is gekomen. Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. Daarnaast betalen ondernemers nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag, zodat ze meteen minder belasting gaan betalen. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd.

    Volledige brief

    Lees hier de volledige brief.

  • Nederlandse Veiligheidsbranche bezorgd over gevolgen coronavirus

    Nederlandse Veiligheidsbranche bezorgd over gevolgen coronavirus

    Nederlandse Veiligheidsbranche bezorgd over gevolgen coronavirus

    Gorinchem, 13 maart 2020 – De Nederlandse Veiligheidsbranche maakt zich grote zorgen over de  gevolgen van de verspreiding van het coronavirus. Beveiliging is net als politie, ambulance en de zorg onderdeel van de kritische infrastructuur van Nederland. De brancheorganisatie van particuliere beveiligingsorganisaties steunt de noodzaak van de door de regering aangekondigde maatregelen. Zij vraagt het kabinet wel adequate maatregelen te nemen om de negatieve economische gevolgen voor beveiligingsbedrijven te beperken.

    De beveiligingsbranche bestaat uit arbeidsintensieve ondernemingen met een sterk verschillende bedrijfsvoering. Sommige bedrijven (bijvoorbeeld in de objectbeveiliging) werken veel met vast personeel, andere (bijvoorbeeld in de evenementenbeveiliging) werken naar hun aard veel met flexibele medewerkers.

    “Al deze bedrijven en hun medewerkers moeten hun beveiligingstaak ook onder deze moeilijke omstandigheden kunnen blijven uitvoeren”, zegt voorzitter Ard van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche. “Luchthavens, havens, bedrijven, industriële installaties maar ook winkels, geldautomaten en winkelcentra moeten beveiligd, bediend en bevoorraad blijven. Dit mogelijk maken is een belangrijke verantwoordelijkheid voor zowel opdrachtgevers als overheden.”

    Werktijdverkorting en noodfonds

    Het sluiten van bedrijven, de daling van het aantal passagiers op luchthavens en het afgelasten van evenementen, betekent dat veel beveiligingsbedrijven maatregelen moeten nemen om hun personeelsoverschot tijdelijk te beperken. Snelle en adequate toegang tot werktijdverkorting en een noodfonds zijn daarvoor essentieel.
    De eisen ten aanzien van werktijdverkorting zouden volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche versoepeld moeten worden. De eis dat iemand 26 weken in dienst moet zijn voordat werktijdverkorting kan worden aangevraagd zou moeten vervallen, juist ook omdat veel bedrijven na de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) na 1 januari vaak nieuw personeel hebben aangenomen.

    “Voor veel beveiligingsbedrijven is de impact van dit plotselinge omzetverlies ongekend”, zegt Van der Steur. Veel medewerkers zullen in de regeling voor tijdelijke werktijdverkorting ondergebracht moeten worden. Daarnaast worden beveiligingsbedrijven vaak geconfronteerd met een forse verliespost, in een markt waarin de marges vaak al zeer klein zijn en kosten bijna uitsluitend personeelskosten zijn.

    Beveiligers moeten blijven werken

    De oproep van het kabinet aan werknemers om zoveel mogelijk thuis te werken (wat in de beveiligingsbranche doorgaans niet mogelijk is) en thuis te blijven bij klachten als neusverkoudheid, hoesten en keelpijn, kan volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche leiden tot een moeilijk te overbruggen tekort aan gespecialiseerd personeel. Van der Steur: “Het beveiligen van de kritische infrastructuur kan daardoor in gevaar komen. Het is essentieel dat overheid en opdrachtgevers ook hiermee rekening houden.” 

    Ondersteuning door regering essentieel

    De organisatie sluit zich aan bij de oproep van andere brancheverenigingen aan het kabinet om het Nederlandse bedrijfsleven goed te ondersteunen om de negatieve impact van het coronavirus het hoofd te bieden. Belangrijk is dat steunmaatregelen voor alle ondernemingen (dus zeker ook voor het midden- en kleinbedrijf) snel toegankelijk en goed toepasbaar zijn. “Juist nu moeten procedures en administratieve rompslomp zoveel mogelijk beperkt worden”, aldus Van der Steur.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • Brief aan Minister-president Rutte inzake de gevolgen coronavirus voor de beveiligingssector

    Brief aan Minister-president Rutte inzake de gevolgen coronavirus voor de beveiligingssector

    Brief aan Minister-president Rutte inzake de gevolgen coronavirus voor de beveiligingssector

    Gorinchem, 13 maart 2020 – Vandaag heeft de Nederlandse Veiligheidsbranche door middel van een brief aan de premier en de betrokken ministers onze bezorgdheid geuit over enerzijds het in stand houden van de kritische infrastructuur waar de beveiliging net als politie, ambulance en zorg bij hoort en anderzijds de opvang van de negatieve economische gevolgen van deze crisis.

    Het afgelasten van evenementen, het sluiten van bedrijven, scholen, instellingen en musea en het bezuinigen door bedrijven op beveiliging, stelt onze leden voor grote problemen.

    Het is nodig dat er een noodfonds komt, dat werktijdverkorting efficiënt en snel kan worden geregeld, dat kredietfaciliteiten voor ondernemers snel beschikbaar komen en dat opdrachtgevers en de overheid ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Ook zullen we goed contact onderhouden met de vakbonden om te bezien hoe zij kunnen helpen het belang van werkgelegenheid van onze medewerkers veilig te stellen.

    Tegelijkertijd moeten beveiligers ook gewoon hun werk blijven doen. Dat verwacht de samenleving van ons. Bedrijven, instellingen, uitgaansgebieden, winkels en winkelcentra moeten beveiligd blijven en geld moet worden opgehaald bij ondernemers en afgeleverd worden bij de geldautomaten. Particuliere alarmcentrales moeten blijven functioneren en ook rechercheonderzoek gaat gewoon door.

    Voor een breed geschakeerde branche als de onze levert een crisis als deze veel uitdagingen op. Wij behartigen onverkort de belangen van al onze leden en zijn en blijven bereikbaar voor advies, suggesties en overleg.

  • Lees ons halfjaarbericht juli – december 2019

    Lees ons halfjaarbericht juli – december 2019

    Lees ons halfjaarbericht juli – december 2019

    Gorinchem, 20 februari 2020 – Met welke onderwerpen hield de Nederlandse Veiligheidsbranche zich bezig in het tweede halfjaar van 2019? Hoe kwamen we op voor de belangen van aangesloten beveiligingsbedrijven? En wat gebeurde er verder rond onze vereniging? U leest het in het halfjaarbericht van de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    Ard van der Steur als spreker op het CoESS congres in Rome
  • Volop werk in de beveiliging, maar weinig mensen beschikbaar

    Volop werk in de beveiliging, maar weinig mensen beschikbaar

    Volop werk in de beveiliging, maar weinig mensen beschikbaar

    Gorinchem, 30 januari 2020 – Het personeelstekort in de beveiliging is in korte tijd flink opgelopen. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde UWV-rapport over beveiligingsberoepen. Het gaat om functies als objectbeveiliger, buitengewoon opsporingsambtenaar, surveillant en verkeersregelaar. Omdat weinig mensen kiezen voor een baan in de beveiliging, proberen werkgevers personeel aan zich te binden met scholing en gunstigere contracten.

    Lees hier de factsheet

    Hoewel het aantal vacatures voor beveiligingsfuncties al jaren stijgt, ontstonden de personeelstekorten pas in 2018. Vooral werkgevers in het midden en zuiden van Nederland hebben moeite om hun vacatures te vervullen. Ruim de helft van de beveiligingsbedrijven ervaart inmiddels problemen als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Momenteel werken ongeveer 64 duizend mensen in een beveiligingsberoep.

    Concurrentie en vergrijzing

    Er zijn diverse oorzaken voor het personeelstekort in beveiligingsberoepen. Allereerst zijn er te weinig gediplomeerde beveiligers. Voor kandidaten die wel beschikbaar zijn, moeten werkgevers concurreren met andere veiligheidssectoren, zoals politie en defensie. Ook speelt de vergrijzing van de beroepsgroep een rol, waardoor veel werknemers binnen nu en een paar jaar stoppen met werken.

    Beroepen veranderen

    Tegelijkertijd ziet UWV dat de functie-eisen voor beveiligingsberoepen veranderen. Er worden aanvullende vaardigheden gevraagd. Zo worden beveiligingstaken steeds vaker gecombineerd met bijvoorbeeld receptiewerkzaamheden. Dat vraagt om een servicegerichte houding. Ook beheersing van de Engelse taal en digitale vaardigheden worden belangrijker.

    Meer vaste contracten

    De personeelstekorten zorgen langzaam maar zeker voor een verschuiving van het type arbeidscontract. Nog altijd heeft een derde van de werknemers een flexibel contract, maar er worden ook steeds meer vaste contracten aangeboden. Het aantal oproepcontracten neemt af en de omvang van het aantal uren neemt toe. Inmiddels werkt bijna 60% van het beveiligingspersoneel voltijds.

    Baankansen en scholing

    Door de personeelstekorten ontstaan er baankansen voor mensen die interesse hebben in beveiligingsberoepen. Bedrijven zetten zich steeds vaker in om zij-instromers op te leiden. Afhankelijk van het beroep varieert het instroomniveau en de opleidingsduur. UWV organiseert samen met opleiders en werkgevers trajecten om mensen op te leiden voor beveiligingsberoepen. Een voorbeeld is de samenwerking van UWV met Security Professionals.

  • Minister wil knelpunten graag bespreken met veiligheidsbranche

    Minister wil knelpunten graag bespreken met veiligheidsbranche

    Minister wil knelpunten graag bespreken met veiligheidsbranche

    Gorinchem, 10 januari 2020 – Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid wil graag met de veiligheidsbranche praten over wat hij met zijn ministerie kan doen om beveiligingsbedrijven nog beter hun werk te laten doen. “Zet de tien belangrijkste kwesties op een rij waar u tegenaan loopt, dan hebben we het daar over”, zo zei de minister op donderdag 9 januari tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van drie brancheorganisaties in de veiligheidssector.

    ‘Kick Off 2020’ was georganiseerd door de Nederlandse Veiligheidsbranche, de Federatie Veilig Nederland en de Vereniging Erkende Beveiligingsbedrijven (VEB). Minister Grapperhaus hield er een inleiding en was complimenteus over de rol van de veiligheidsbranche in de samenleving.

    In de jaren tachtig van de vorige eeuw – toen hij zijn loopbaan begon als advocaat – had  de branche nog geen goede reputatie, aldus Grapperhaus. “Er was argwaan bij de overheid. U heeft daar enorm hard aan gewerkt, waardoor de branche nu zeer goed bekend staat. Nederland behoort tot de landen met de veiligste rechtstaat ter wereld. Dat is mede te danken aan de professionele beveiligingsindustrie. Daarnaast heeft de branche goed ingespeeld op de toenemende digitalisering en op wens van opdrachtgevers om als beveiligingsbedrijven een bredere rol te nemen.”

    De minister nodigde de branche uit voor een nader gesprek over eventuele knelpunten en deed daarvoor zelf ook al enkele suggesties. “Zou het u helpen als we kritischer kijken naar openings- en sluitingstijden in risicogebieden? Of als we kritischer kijken naar festivalvergunningen? Ik gooi dit voor een volgend gesprek maar eens in de groep.” Dit zijn thema’s die ook spelen bij overheidsorganisaties als de politie, de brandweer en de ambulancediensten, zo stelde Grapperhaus.

    Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst gingen de voorzitters van de drie organiserende brancheorganisaties in op hun wensen ten aanzien van 2020. Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, noemde drie zaken die hij komend jaar graag zou realiseren.

    Beveiligingsbedrijven en politie zouden in de praktijk, onder andere bij het uitwisselen van informatie, nog beter moeten samenwerken. Ook op het gebied van de werving van personeel hoopt Van der Steur op meer samenwerking tussen overheidsorganisaties en particuliere sector. “We worden allemaal geconfronteerd met de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Dan moeten we elkaar niet bestrijden, maar kiezen voor samenwerking.”

    Verder zei Van der Steur te hopen dat ‘kwaliteit’ belangrijker wordt bij aanbesteding van beveiligingsopdrachten. In de praktijk is beveiliging te vaak een sluitpost op de begroting. Hij doelde daarbij met name op het toenemende aantal evenementen in Nederland: “Veiligheid is een van de belangrijkste elementen in de voorbereiding.”

  • Uitspraak Commissie van Beroep Nederlandse Veiligheidsbranche

    Uitspraak Commissie van Beroep Nederlandse Veiligheidsbranche

    Uitspraak Commissie van Beroep Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem, 20 december 2019 – Op 5 november 2019 heeft de Commissie van Beroep van de Nederlandse Veiligheidsbranche een uitspraak gedaan. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de mogelijkheid om door een onafhankelijke commissie te laten toetsen of leden van de vereniging zich houden aan de gedragscode en de Privacygedragscode.

    Klachten

    De wet (WPBR) bepaalt dat als iemand zich benadeeld voelt door het optreden van een particuliere beveiligingsorganisatie (of recherchebureau), hij een klacht kan indienen bij de directie van het bedrijf. Dit geldt voor alle beveiligingsorganisaties, dus zowel voor leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche als voor niet leden. 

    Voor leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche is de wettelijke klachtenprocedure verlengd. Als iemand een klacht heeft ingediend tegen een bij ons aangesloten bedrijf, kan hij – indien hij het niet eens is met de uitspraak – beroep indienen bij de Commissie van Beroep. Deze commissie is ingesteld door de Nederlandse Veiligheidsbranche, maar de leden van deze commissie zijn volstrekt onafhankelijk en onpartijdig.  

    Uitspraken

    De uitspraak van de commissie is bindend voor partijen met ingang van de dag waarop hij is gedaan. De commissie is bevoegd de beklaagde één of een combinatie van maatregelen op te leggen. Welke maatregelen dit zijn, is te vinden in het reglement. 

    Zaak 3051621

    Op 5 november heeft er een zitting plaatsgevonden van de Commissie van Beroep. De klacht van klaagster richtte zich op schending van privacy en het te beperkt en subjectief uitvoeren van het onderzoek. De Commissie van beroep heeft klaagster op beide punten in het gelijk gesteld. Daarbij heeft de Commissie onder meer de volgende maatregel opgelegd: de openbaarmaking van deze uitspraak, geanonimiseerd, door verspreiding hiervan via de nieuwsbrief en de website van de Nederlandse Veiligheidsbranche. 

    De uitspraak van de Commissie van beroep vindt u links. Een afschrift hiervan wordt via de nieuwsbrief van december 2019 verspreid. 

  • Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Onderzoeksbureaus kunnen prima helpen bij opsporen gevluchte criminelen

    Gorinchem, 17 december 2019 – Bij het opsporen van criminelen die nog een gevangenisstraf moeten uitzitten, kan justitie heel goed gebruik maken van de diensten van particuliere onderzoeksbureaus. Dit blijkt volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche uit een pilot met zo’n onderzoeksbureau, waarbij van 11 personen de vermoedelijke woon- of verblijfplaats in het buitenland werd achterhaald.

    Nederlandse Veiligheidsbranche positief over pilot

    De pilot vond in 2018 en 2019 plaats in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en werd (na een aanbesteding) uitgevoerd door onderzoeksbureau Pinkerton. De vraag was om van 25 voortvluchtige personen, die nog een gevangenisstraf van minimaal 120 dagen moesten uitzitten, het vermoedelijke adres in het buitenland te achterhalen.
    Met deze adressen (en een positieve ID-verificatie) zouden buitenlandse autoriteiten veroordeelden kunnen aanhouden. Afgesproken was dat de onderzoekers uitsluitend gebruik mochten maken van publiek toegankelijke bronnen. Bovendien moest ter wille van een rechtmatige aanhouding goed beschreven worden op welke manier een adres was achterhaald.

    Van de veroordeelden werd door justitie verondersteld dat ze zich ophielden in verschillende Europese landen. Pinkerton is langs twee lijnen op zoek gegaan naar hun waarschijnlijke woon- of verblijfplaats. Ten eerste is door data-analisten gezocht via officiële bekendmakingen van buitenlandse overheden, zoekmachines, sociale media, publiek toegankelijke websites, openbare telefoongidsen en handelsinformatie. Deze methode bleek niet het meest effectief.
    De tweede onderzoekslijn, het inschakelen door Pinkerton van lokale partners, leverde meer resultaten op. Lokale onderzoeksbureaus zijn vaak goed op de hoogte van specifieke omstandigheden en mogelijkheden in een land. Zo werden in Frankrijk de vermoedelijke adresgegevens van drie veroordeelden opgespoord omdat de Belastingdienst deze informatie van de ene belastingplichtige op aanvraag beschikbaar stelt aan een andere belastingplichtige. Een vierde adres werd in Frankrijk via het kadaster achterhaald. Adressen van andere veroordeelden werden opgespoord in Polen (3), Roemenië (3) en Bulgarije (1).

    De Nederlandse Veiligheidsbranche vindt een steekproef van 25 personen weliswaar klein, maar noemt een score van 11 vermoedelijke adressen toch “zeer hoopgevend”. Hiermee is overigens niet met zekerheid vast te stellen of de betrokken personen ook daadwerkelijk op het gevonden adres woonden of tijdelijk verbleven omdat het de onderzoekers niet was toegestaan ter plaatse te gaan kijken. Justitie heeft niet bekendgemaakt of de 11 veroordeelden ook feitelijk zijn aangehouden.

    Aanbevelingen
    Op basis van de pilot doet Pinkerton enkele aanbevelingen voor een mogelijk vervolg. Ten eerste stelt het bureau dat het niet in alle landen zinvol is op deze manier op zoek te gaan naar voortvluchtige veroordeelden. Sommige landen hebben zo weinig openbare bronnen waarin persoonsgegevens te vinden zijn, dat zulk onderzoek al bij voorbaat weinig kans heeft. “Wij hebben vooraf met het ministerie afgesproken dat onderzoek uitsluitend op basis van nationale wetgeving zou worden uitgevoerd”, zegt Koos Schoonbeek, directeur van Pinkerton.
    Verder is een conclusie dat de beschikbaarheid van een recente foto van een veroordeelde de kans op succes aanzienlijk vergroot. Bij deze pilot was van 10 van de 25 personen géén foto beschikbaar, wat de identificatie heeft bemoeilijkt en van deze 10 slechts 1 adres heeft opgeleverd.
    De effectiviteit kan ook vergroot worden door het speurwerk te richten op landen waar op basis van de pilot blijkt dat de opsporingsmethodiek relatief eenvoudig en tegen geringe kosten kan. Als de opsporingsmethodiek erkend wordt, kan waarschijnlijk ook het meest efficiënt samengewerkt worden met de justitiële autoriteiten in het betreffende land.

    Verder concludeert het onderzoeksbureau dat het verstandig kan zijn veroordeelden zelf tijdig formeel toestemming te vragen voor het verwerken van hun persoonsgegevens, bijvoorbeeld als voorwaarde voor vervroegde invrijheidstelling. Daarmee kan mogelijk voorkomen worden dat persoonlijke gegevens niet aangenomen en verwerkt mogen worden vanwege privacyregelgeving in andere EU-landen.

    Het ministerie van Justitie en Veiligheid is tevreden over het verloop van de pilot en over de resultaten. Het zegt niet uit te sluiten dat in de toekomst vaker van particuliere onderzoeksbureaus gebruik zal worden gemaakt. Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming heeft enige tijd geleden een programma ‘Onvindbare veroordeelden’ geïntroduceerd, waarmee hij een impuls wil geven aan de effectieve tenuitvoerlegging van straffen.

    Het idee om de pilot met een particulier onderzoeksbureau te houden kwam van de Nederlandse Veiligheidsbranche, de brancheorganisatie voor bedrijven op het gebied van particuliere beveiliging, recherche en geld- en waardetransport.
    Voorzitter Ard van der Steur heeft er recent voor gepleit om taken van politie en justitie waarvoor geen gezagsbevoegdheden of bewapening nodig zijn, vaker uit te besteden aan particuliere beveiligingsorganisaties met het Keurmerk Beveiliging. Hij denkt daarbij aan zorg voor arrestanten, baliewerk, het verwerken van aangiftes, het opstellen van meetapparatuur voor snelheidsmetingen, alcoholcontroles, maar bijvoorbeeld ook het opsporen van veroordeelden met een openstaande straf.
    “Op die manier kunnen politie en justitie zich focussen op taken waarvoor wel speciale bevoegdheden nodig zijn”, aldus Van der Steur, “en leveren we gezamenlijk een optimale bijdrage aan veiligheid en rechtsbescherming.”