Categorie: Uncategorized

  • eHerkenning, wat is het en hoe werkt het?

    eHerkenning, wat is het en hoe werkt het?

    eHerkenning, wat is het en hoe werkt het?

    Bij steeds meer organisaties, zoals UWV, gemeentes en de Belastingdienst, kunt u als ondernemer nu of binnenkort alleen nog inloggen met eHerkenning. Bijvoorbeeld voor het ziek melden van een werknemer, het aanvragen van een vergunning of het indienen van uw btw-aangifte. eHerkenning is een initiatief van de Rijksoverheid voor veilig inloggen bij (overheids)organisaties, speciaal voor bedrijven. Als ondernemer of medewerker van een organisatie identificeert u zich met één inlogmiddel veilig en eenvoudig online bij ruim 400 organisaties.

    De voordelen van eHerkenning
    Veilig inloggen
    Doet u online zaken met de over­heid? En wisselt u daarbij gevoelige informatie uit, zoals medische, finan­ciële of persoonlijke gegevens? Met eHerkenning logt u veilig in om deze zaken online te regelen.

    Eén manier van inloggen
    Met één inlogmiddel van eHerken­ning kunt u inloggen bij ruim 400 organisaties, zoals de Rijksoverheid, ge­meentes, waterschappen en private organisaties. Dat betekent dus min­der wachtwoorden onthouden.

    Zelf kiezen hoe u inlogt
    Wilt u inloggen met een extra con­trole via SMS? Of met een token of app? U kiest zelf hoe u het liefst wilt inloggen. De erkende eHerkenning-leveranciers bieden diverse typen in­logmiddelen aan.

    De verschillende betrouwbaarheidsniveaus
    eHerkenning kent verschillende betrouwbaarheidsniveaus (oplopend van EH1 tot en met EH4). Hoe hoger het betrouwbaarheidsniveau, hoe meer zekerheid dienstverleners hebben over uw online identiteit en hoe gevoeliger de gegevens die u kunt uitwisselen. De dienstverlener bij wie u met eHer­kenning inlogt, bepaalt het betrouwbaarheidsniveau. Voor het aanvragen van een vergunning heeft u bijvoorbeeld niveau EH2 nodig; voor het ziek en beter melden van medewerkers heeft u niveau EH3 nodig. Niveau EH3 wordt steeds vaker vereist voor online identificatie. Met een middel op een hoger niveau kunt u altijd inloggen bij een dienst die een lager niveau vereist. U moet dan wel gemachtigd zijn om namens uw bedrijf deze dienst af te nemen.

    Machtigen
    Als u met eHerkenning een online dienst wilt afnemen namens uw organisatie, moet u daarvoor gemachtigd zijn. Met een machtiging weten dienstverleners zeker dat alleen geautoriseerde medewerkers bepaalde zaken online kunnen en mogen regelen. Vanaf niveau EH2 moet u zo’n machtiging aanvragen; zonder werkt een eHerkenningsmiddel niet. Een machtiging is persoonsgebonden en kan alleen worden gegeven door iemand in de organisatie die tekenbevoegd is volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Als er meerdere personen tekenbevoegd zijn, moeten zij mogelijk ook tekenen. Daarnaast kan de tekenbevoegde een machtigingenbe­heerder aanstellen die de machtigingen beheert. Ga daarom eerst na wie er bij uw organisatie tekenbevoegd is en of er al een mach­tigingenbeheerder is. Meer informatie vindt u op https://www.eherkenning.nl/machtigen.

    Ketenmachtigingen
    In sommige gevallen handelt uw bedrijf niet zelf om online zaken te regelen, maar schakelt het een tussenpartij in (zoals een extern bureau of intermediair). Uw bedrijf kan deze tussenpartij machtigen middels een ketenmachtiging, zodat het diensten kan afne­men met eHerkenning. Uw bedrijf hoeft in dit geval zelf geen eHerkenningsmiddel aan te vragen, maar moet wel de tussenpartij toestem­ming geven voor deze ketenmachtiging. Ga bij de dienstverlener na of u voor hun diensten gebruik kunt maken van ketenmachtiging. Volg de checklist op eherkenning.nl/ketenmachtiging.

    eHerkenning aanvragen
    Een inlogmiddel van eHerkenning is persoonsgebonden en dus niet overdraagbaar aan of te delen met anderen. Heeft u nog geen eHerkenning? Vraag deze online aan bij één van de zes erkende leveranciers. Zij zijn erkend door de Rijksoverheid en alleen zij mogen eHerkenning leveren. Deze leveranciers voldoen allemaal aan de strenge eisen die eHerken­ning stelt op gebied van veiligheid, betrouwbaarheid en de bescherming van persoonlijke gegevens. Op eherkenning.nl/leveranciersoverzicht vindt u alle leveranciers en de middelen die zij aanbieden. Daarnaast kunt u op de website een stappenplan volgen dat u door de belangrijkste aspecten in het aanvraagproces leidt.

    eHerkenning upgraden
    Steeds vaker heeft u minimaal niveau EH3 nodig om zich online te identificeren bij de overheid. Heeft u al een eHerkenningsmiddel, maar op een lager niveau? Dan moet u dit upgraden en daarbij de noodzakelijke machtigingen regelen. Neem contact op met uw leverancier, die u verder kan helpen.

    eHerkenning: straks onmisbaar, nu verkrijgbaar

    Gaat u eHerkenning aanvragen? Gebruik dan dit handige stappenplan.

    Stap 1 – waar gaat u eHerkenning voor gebruiken?
    Bepaal vooraf bij welke organisaties u eHerkenning wilt gebruiken. Besteedt u bepaalde werkzaamheden uit? Dan hoeft u vaak geen eHerkenning aan te vragen maar machtigt u uw tussenpersoon.
    Weten waar u terecht kunt met eHerkenning? Kijk op eherkenning.nl/waar-kunt-u-inloggen

    Stap 2 – welk betrouwbaarheidsniveau heeft u nodig?
    eHerkenning kent 5 niveaus van beveiliging. Organisaties bepalen zelf welk betrouwbaarheidsniveau nodig is om zaken met ze te doen. Steeds meer organisaties vragen om eHerkenning op betrouwbaarheidsniveau 3; dat is een goed niveau om in te stappen.
    Weten welk betrouwbaarheidsniveau u nodig heeft? Kijk op eherkenning.nl/waar-kunt-u-inloggen

    Stap 3 – wie gaat eHerkenning gebruiken?
    Gaat u eHerkenning gebruiken op betrouwbaarheidsniveau 2 of hoger? Dan heeft u een machtiging nodig van iemand in uw bedrijf die tekenbevoegd is. Iedereen die eHerkenning gaat gebruiken, heeft een eigen machtiging nodig. Wijs ook een machtigingenbeheerder aan.
    Meer weten over machtigen? Kijk op eherkenning.nl/machtigen

    Stap 4 – met welke leverancier gaat u in zee?
    Er zijn 6 erkende leveranciers. Ze voldoen allemaal aan dezelfde eisen, maar werken met verschillende systemen en prijzen. U kiest zelf de leverancier die bij u past. Die helpt u verder.
    Weten welke leveranciers er zijn voor eHerkenning? Kijk op eherkenning.nl/leveranciers

  • Nederlandse Veiligheidsbranche publiceert halfjaarbericht

    Nederlandse Veiligheidsbranche publiceert halfjaarbericht

    Nederlandse Veiligheidsbranche publiceert halfjaarbericht

    Gorinchem, 30 oktober 2019 – Wat deed de Nederlandse Veiligheidsbranche in het eerste halfjaar van 2019? Een overzicht van enkele van onze belangrijkste acties en standpunten is te vinden in ons halfjaarbericht. U leest hierin onder andere over onze inzet op het gebied van vakopleidingen, arbeidswetgeving en pensioenen. De economische positie van de branche komt ook aan bod. Daarnaast een terugblik op de introductie van onze nieuwe voorzitter Ard van der Steur, die begin april Laetitia Griffith opvolgde.

  • Beveiligingsbranche kan meer taken van politie overnemen

    Beveiligingsbranche kan meer taken van politie overnemen

    Beveiligingsbranche kan meer taken van politie overnemen

    Gorinchem, 15 oktober 2019 – De particuliere beveiligingsbranche kan in Nederland meer taken van de politie overnemen. Op die manier kan de politie zich focussen op “taken waarvoor bevoegdheden en bewapening nodig zijn”. Dit heeft Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, op donderdag 10 oktober 2019 gezegd in Rome tijdens de viering van het 30-jarig jubileum van CoESS, de Europese federatie van 23 brancheorganisaties van beveiligingsbedrijven uit 18 landen.

    Ard van der Steur spreekt op het congres van CoESS – Rome, 10 october 2019

    Van der Steur zei “zeker niet ontevreden” te zijn over de samenwerking in Nederland tussen alle partijen die bij veiligheid betrokken zijn. Maar juist omdat de politie wordt geconfronteerd met ernstige vormen van zware criminaliteit en vaak gebrek aan capaciteit, zou uitbesteding een oplossing kunnen bieden. “Denk daarbij aan de zorg voor arrestanten, baliewerkzaamheden, het verwerken van aangiftes, het opstellen van meetapparatuur voor snelheidsmetingen van voertuigen, het uitvoeren van alcoholcontroles en dergelijke.” Belangrijk is volgens Van der Steur dat partijen elkaar vertrouwen, dat ze ervaring opdoen met samenwerking en dat wet- en regelgeving het uitwisselen van noodzakelijke gegevens mogelijk maakt.

    Tegelijkertijd pleit de voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche voor blijvende professionalisering van de branche.  Weliswaar heeft een bedrijf een vergunning nodig van het ministerie van Justitie en Veiligheid om te kunnen starten als beveiligingsorganisatie, maar het zou volgens Van der Steur beter zijn als ook het hebben van het keurmerk Beveiliging voor vergunningverlening en voor samenwerking verplicht wordt gesteld. “Een beveiligingsbedrijf met een keurmerk? Daar kun je prima zaken mee doen.”

    Van der Steur feliciteerde CoESS van harte met het 30-jarig bestaan. Het is een organisatie die het uitwisselen van ervaringen door de deelnemende landen mogelijk maakt en die zich tegelijk inzet voor de belangen van de branche in Europa.

    De complete speech van Ard van der Steur op het jubileum van CoESS is links te downloaden.

  • Prinsjesdag 2019, wat betekent het voor de Nederlandse Veiligheidsbranche?

    Prinsjesdag 2019, wat betekent het voor de Nederlandse Veiligheidsbranche?

    Prinsjesdag 2019, wat betekent het voor de Nederlandse Veiligheidsbranche?

    Gorinchem, 27 september 2019 – Op 17 september was de derde dinsdag van september en dat betekent Prinsjesdag. De Miljoenennota en de Rijksbegroting zijn door minister Hoekstra van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer. Wat zijn de gevolgen voor de branche?

    Den Haag, 16 september 2019.
    Op het ministerie van Financien wordt het koffertje ingepakt. Foto: Ministerie van Financiën / Valerie Kuypers

    Economisch beeld
    De piek van economische groei hebben we nu achter ons en het groeitempo van de Nederlandse economie neemt af naar een verwachte 1,8% in 2019 en 1,5% in 2020. De Nederlandse concurrentiepositie is nog steeds goed, maar we zien wel dat de winstgevendheid van het bedrijfsleven afneemt (de AIQ loopt verder op van 73% in 2018 tot bijna 75% verwacht in 2020) en de productiviteit nauwelijks toeneemt. Mede door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zien we in de meest recent afgesloten CAO’s dat er sprake is van een loonstijging tot gemiddeld 3,3%.

    Arbeidsmarkt, lonen en inflatie
    De arbeidsmarkt blijft zeer krap door de gunstige economische conjunctuur van de afgelopen jaren. De werkloosheid komt uit op 3,5%, lager dan het niveau van voor de crisis in 2008. De tekorten op de arbeidsmarkt vormen de voornaamste belemmering voor bedrijven om in hun productie te voorzien. Wel is er een aanhoudende stijging van de werkzame beroepsbevolking van 1,9% in 2019 en 0,9% in 2020.

    Het CPB verwacht voor volgend jaar een stijging van de contractlonen met 2,5%. Uit de recente realisatiecijfers van AWVN blijkt echter een contractloonstijging van gemiddeld 3,3% procent. Onze verwachting is dat deze trend zich doorzet en dat de contractloonstijging volgend jaar hoger uitvalt dan het CPB nu raamt. Hierdoor kan de gemiddelde koopkrachtstijging voor werkenden mogelijk nog hoger uitkomen dan de verwachte 2,4% volgens het CPB voor 2020.
    Overigens dient te worden opgemerkt dat in deze cijfers nog geen incidentele loonstijgingen zijn meegenomen, waarvan gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt en pogingen van werkgevers om werknemers aan zich te binden wel ruimschoots sprake is.
    Risico van deze oplopende loonstijging is dat dit plaatsvindt in een periode dat de arbeidsproductiviteitsgroei beperkt is en de economische groei juist afvlakt. Hierdoor stijgt de loonvoet van bedrijven met 3% in 2020.

    Fiscaliteit
    Vennootschapsbelasting
    Het tarief van de vennootschapsbelasting gaat in 2020 niet omlaag, maar blijft op 25%. In 2021 gaat het tarief naar 21,7%; eerder was besloten dat het tarief naar 20,5% zou gaan. Het minder verlagen en uitstellen van de tariefsverlaging raakt het middelgrote familiebedrijfsleven. Het tarief voor winsten tot € 200.000 (het mkb tariefopstapje) gaat wel zoals bepleit omlaag in 2020 naar 16,5% en in 2021 naar 15%. De betalingskorting in de vennootschapsbelasting wordt afgeschaft per 2021.


    Zelfstandigenaftrek
    Vorig jaar was al besloten de aftrekbaarheid van de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 stapsgewijs af te bouwen tot het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting (37,05%). Het voordeel van de verlaging van de inkomstenbelasting wordt op die manier bij zelfstandigen deels teruggenomen. In aanvulling daarop heeft het kabinet besloten de hoogte van de zelfstandigenaftrek terug te brengen met €2.000 in stapjes van €250 per jaar. De opbrengst van deze maatregel wordt naar verwachting gebruikt in het kader van de hervorming zzp.

    Verruiming van de werkkostenregeling
    De werkkostenregeling wordt verruimd met €100 mln. In het voorstel wordt de werkkostenregeling zodanig aangepast dat er meer vrije ruimte komt voor ‘kleinere’ werkgevers en werkgevers met relatief veel parttimers en/of lage loonsommen. Daarmee kunnen kleine werkgevers iets extra’s doen voor hun medewerkers. Het gaat dan bijvoorbeeld om extern georganiseerde personeelsfeesten, uitjes en jubilea.

    Werkgevers met een hogere loonsom profiteren ook van de extra vrije ruimte, maar naarmate een werkgever meer personeel heeft zal de extra vrije ruimte per medewerker lager uitvallen. Concreet stelt het kabinet een twee-schijvensysteem voor bij het vaststellen van de vrije ruimte. Tot een loonsom van €400.000 (ca. 12 fte) zal een hoger percentage (1,7%) worden toegepast, waardoor werkgevers tot 42% extra vrije ruimte tot hun beschikking krijgen.

    Arbeidsmarkt, onderwijs en zorg
    Zzp-maatregelen
    Het kabinet werkt aan twee wetsvoorstellen die op 1 juli 2021 in werking moeten treden. Het eerste betreft de invoering van een minimumtarief per uur van €16. Het kabinet beoogt daarmee een vangnet te scheppen voor zzp’ers aan de onderkant van de markt. Daarnaast wordt een zelfstandigenverklaring ingevoerd: bij een minimumarbeidsbeloning van €75 per uur heeft deze als gevolg dat de opdrachtgever wordt gevrijwaard van loonheffing en premieheffing en dat de opdrachtnemer afstand doet van het recht op een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen. Ook kunnen door de zelfstandigenverklaring de aanspraken van de werkende op arbeidsrechtelijke bescherming worden beperkt tot een zogenaamd arbeidsrechtelijk ‘basisregime’; ook cao-bepalingen gelden niet.
    Er zal worden gewerkt aan de uitwerking van de afspraak uit het pensioenakkoord, dat er een vorm van arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zpp-ers komt.

    Loondoorbetaling bij ziekte
    De loondoorbetalingsplicht bij ziekte wordt makkelijker, duidelijker en goedkoper gemaakt. Verzekeraars hebben de MKB-verzuimontzorgverzekering verder ontwikkeld die vanaf nu wordt aangeboden. Daarnaast zal per 1 januari 2021 een aantal wettelijke wijzigingen van kracht worden. Zo ontvangen ondernemers vanaf die datum een tegemoetkoming in de kosten van het tweede ziektejaar van €1000 tot €1300 per bedrijf. Daarnaast wordt het medisch advies van de bedrijfsarts leidend bij de RIV-toets. Tot slot wordt gewerkt aan meer duidelijkheid rondom de inzet van het tweede spoor. Al deze wetgeving wordt momenteel nader uitgewerkt.

    Evaluatie Arbeidsomstandighedenwet
    Het kabinet zal de Arbeidsomstandighedenwet in 2020 evalueren. Daartoe wordt een aantal onderzoeken in 2019 en 2020 uitgevoerd. Met name zal dan ook worden bezien hoe de wetswijzigingen van 1 juli 2017 uitwerken.

    Maatregelen ten behoeve van betere naleving Risico-inventarisatie en –evaluatie
    Het kabinet constateert dat de naleving van de risico-inventarisatie en -evaluatie (Rie) door bijna de helft van het aantal werkgevers wordt gedaan. Tegelijkertijd valt ongeveer 80% van alle werknemers onder een risico- inventarisatie en -evaluatie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet onderzoek naar mogelijkheden voor verbetering van de naleving. Een belangrijk richtsnoer daarbij is de werkgever als vertrekpunt te nemen.

    Veranderende arbeidsrelaties en Arbeidsomstandighedenwet
    De diversiteit in arbeidsrelaties is in de loop van de jaren toegenomen, terwijl de Arbeidsomstandighedenwet onveranderd is gebleven. De Arbeidsomstandighedenwet gaat uit van een traditionele werkgevers-werknemersrelatie. De SER voert een verkenning uit naar de arbeidsomstandigheden in relatie tot de verschillende typen arbeidsrelaties. Die verkenning moet mede de opmaat vormen voor een advies over wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet, die rekening houdt met de verschillende typen arbeidsrelaties.

    Wet arbeidsmarkt in balans
    Op 1 januari a.s. treedt de Wet Arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking. De wet regelt aanpassingen op het terrein van het ontslagrecht en tijdelijke contracten (ketenregeling/WW-premie). Met de Wet werk en zekerheid (Wwz) uit 2015 zijn eerste stappen gezet, maar de Wab moet meer balans brengen. Het gaat hierbij onder andere om aangekondigde maatregelen rond de positie van zelfstandigen, de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid en ziekte en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen.

    Premies
    Als gevolg van de Wab zijn er vanaf 2020 twee premietarieven binnen het Awf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden. Het lage tarief wordt voorlopig vastgesteld op 2,94 procent en het hoge tarief op 7,94 procent. De gemiddelde AWf-werkgeverspremie bedraagt 4,19 procent. Definitieve vaststelling van de AWf-premie vindt plaats in oktober.
    De Aof-premie is (voorlopig) vastgesteld op 6,79 procent. Definitieve vaststelling van de Aof-premie vindt plaats in oktober.

    Lage inkomensvoordeel
    In het kader van de afspraken over de vernieuwing van het pensioenstelsel (d.d. 5 juni jl.) wordt het Lage inkomensvoordeel (Liv) per 2020 niet meer gedifferentieerd, maar generiek vastgesteld op €0,51 per verloond uur met een maximum van €1.000 per werknemer per kalenderjaar (in de bandbreedte 100-125% Wml). Het budget voor het Liv gaat van circa €500mln naar €360mln per jaar.
    Wat het jeugd-Liv betreft, wordt per 2020 het gedifferentieerde bedrag gehalveerd en per 2024 helemaal afgeschaft. Het budget gaat daarmee van circa 100 mln. naar 50 mln. en in 2024 naar 0.

    Wijzigingen transitievergoeding
    In de Wab is geregeld dat werknemers al vanaf de eerste dag van het dienstverband recht hebben op een transitievergoeding. Met de voorgestelde wijziging bedraagt de transitievergoeding over de gehele duur van het dienstverband 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De hogere opbouw bij dienstverbanden langer dan tien jaar wordt afgeschaft.

    Veranderingen transitievergoeding
    Een werkgever moet loon doorbetalen aan een zieke werknemer. Als de werknemer langer dan twee jaar ziek is, kan de werkgever ontslag aanvragen bij het UWV. De zieke werknemer heeft dan recht op een transitievergoeding.

    Werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 compensatie aanvragen als zij een werknemer ontslaan die langer dan 2 jaar ziek is. Zo voorkomt de overheid dat werkgevers te maken krijgen met een opeenstapeling van kosten na twee jaar loon doorbetalen aan zieke werknemers. De compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald. Lag het einde van de periode van twee jaar ziekte al vóór 1 juli 2015? Dan is geen compensatie mogelijk.

    Aanvullend geboorteverlof vanaf 1 juli 2020
    Per 1 juli 2020 kunnen partners tot 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen. Zij krijgen dan een uitkering ter hoogte van 70% van hun dagloon, tot 70% van het maximumdagloon. UWV betaalt deze weken verlof. De werknemer moet deze verlofweken opnemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind. Voorwaarde is wel dat een werknemer eerst het geboorteverlof van eenmaal het aantal werkuren per week opneemt. Ook moet een werknemer het verlof in hele weken aanvragen. In overleg met de werkgever kan de werknemer het aanvullend verlof over een langere periode dan 5 weken spreiden. Het is ook mogelijk om minder dan 5 weken aanvullend geboorteverlof op te nemen.

    Pensioenstelsel
    Werkgevers, vakbonden en kabinet zijn het na jaren eens geworden over hoe het nieuwe pensioenstelsel eruit moet zien; waaronder aanpassing van de AOW-leeftijd (minder snel omhoog) en voor mensen in zware beroepen (maatwerk om eerder uit te treden en investeren in duurzame inzetbaarheid). De afspraken uit het pensioenakkoord zullen we in de komende periode samen met het kabinet en vakbonden uitwerken (zoals de vormgeving van de nieuwe pensioencontracten, de aanpassing van het fiscale kader en de transitie naar een aangepast pensioenstelsel), zodat het kabinet in 2020 een wetvoorstel kan indienen.

    Premies gezondheidszorg
    De inkomensafhankelijke zorgpremie die werkgevers moeten betalen voor hun werknemers gaat van 6,95% in 2019 naar 6,70% in 2020. Deze premie geldt in 2020 over de eerste 57.214 euro van het brutoloon. Via deze inkomensafhankelijke zorgpremie financieren werkgevers daarmee 18,1 miljard euro aan de collectief gefinancierde zorg.

    Subsidieregeling Praktijkleren (bbl)
    De subsidieregeling praktijkleren is in 2019 tot 2023 verlengd. Aan de subsidieregeling is voor de komende vijf jaar € 10,6 miljoen per jaar toegevoegd om de sectoren landbouw, horeca en recreatie tegemoet te komen met een extra investering in de scholing van werknemers (motie Heerma). Deze stimulering vindt plaats via een extra tegemoetkoming in de begeleidingskosten voor bbl-stageplekken.

    Leven lang ontwikkelen
    Een vervanging van fiscale aftrek voor scholing is aangekondigd. In plaats van de fiscale aftrek komt er een subsidieregeling. Het gaat om ruim €200 mln per jaar. Deze regeling gaat scholing van personen financieren tot maximaal €1000,- pp per jaar en zal worden toegekend aan individuen die willen scholen in het kader van hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. De invoeringsdatum is nog niet zeker maar waarschijnlijk per 2021. Zolang deze regeling niet van kracht is, blijft de fiscale scholingsaftrek in stand.

    MBO
    De komende jaren wordt een daling van het aantal studenten in het MBO verwacht. Het Ministerie van OCW gaat werk maken van meer mogelijkheden tot samenwerking en fusies en men gaat werk maken van het versterken van de positie van het specialistisch beroepsonderwijs.
    Ook is in 2020 €25mln beschikbaar voor het regionaal investeringsfonds voor publiek private samenwerking van MBO, lagere overheden en het bedrijfsleven in de regio.

    Marktwerking en regelgeving
    Aanbesteden
    De actie-agenda Beter Aanbesteden is nagenoeg afgerond. Door de staatssecretaris van EZK is aangekondigd dat er een vervolg op de actie-agenda komt. De inzet is het verder professionaliseren van aanbesteden. Daarnaast zal een start worden gemaakt met het project professioneel opdrachtgeverschap.
    Voor VNO-NCW en MKB-Nederland is het duidelijk dat er nog veel moet gebeuren om het aanbesteden te optimaliseren. Het is daarom goed dat de staatssecretaris van EZK hier de coördinatie pakt.

    Justitie en Veiligheid
    VNO-NCW/MKB-Nederland merken over de Justitie-begroting op ten aanzien van de plannen rond de politie, dat het belangrijk dat de Politie samen met de veiligheidsindustrie blijft zoeken naar innovaties en nieuwe mogelijkheden t.b.v. het takenpakket van de politie. De Politie dient hiervoor ook voldoende capaciteiten en financiële middelen beschikbaar te hebben.

    Particuliere beveiliging
    Onder “gesubsidieerde rechtsbijstand” zijn twee onderwerpen op het terrein van particuliere beveiliging ondergebracht
    Het initiatiefvoorstel van Wet bescherming koopvaardij is begin 2019 door de Eerste Kamer aanvaard. Bij AMvB zal nader invulling worden gegeven aan het vergunningstelsel, toezicht etc. Bij de AMvB zullen de financiële gevolgen verder in kaart worden gebracht. Inwerkingtreding van de wet en nadere regelgeving zal in de loop van 2020 zijn.
    In 2019 is gestart met een wijzigingstraject van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR). Deze wet stamt uit 1997 en is aan aanpassing toe. Het wijzigingstraject zal in 2020 worden voortgezet. De Nederlandse Veiligheidsbranche is bij de wijziging betrokken.

    Meldkamers
    In 2020 treedt de Wijzigingswet meldkamers in werking; veiligheidsregio’s, politie, brandweer, KMar en ambulance-diensten werken verder aan een toekomstbestendige inrichting van het meldkamerdomein. De meldkamers van de hulpdiensten worden op 10 locaties gerealiseerd (Drachten, Apeldoorn, Hilversum, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Bergen op Zoom, Den Bosch en Maastricht). Het beheer van de meldkamers wordt in 2020 overgedragen aan de politie waarbij een opbouwfase van 3 jaar is afgesproken om het beheer volledig in te richten. De branche is op dit traject aangesloten via de Stuurgroep Samenwerking elektronische beveiliging en politie (SEBP).

    Ondermijning
    Ondermijning is het belangrijkste veiligheidsthema de komende jaren. Er komt ondermijningswetgeving om geconstateerde juridische knelpunten in de huidige aanpak van georganiseerde criminaliteit en ondermijnende criminaliteit op te lossen. Zo wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel om de bevoegdheid te creëren voor de burgemeester om een woning tijdelijk te sluiten na het aantreffen van wapens in een woning of de beschieting van een woning. Ook is het wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden in ontwikkeling, dat o.a. het delen van informatie in samenwerkingsverbanden moet vergemakkelijken. Daarnaast zijn de incidentele middelen (€ 100 mln.) en structurele gelden (jaarlijks € 10 mln.) die beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van de intensivering van de aanpak verdeeld over de regio’s en landelijke partners. Zij gaan de komende periode voortvarend aan de slag met de uitvoering van de concrete meerjarige versterkingsplannen. Deze versterking wordt vormgegeven langs een aantal zogenoemde «rode draden», zoals de aanpak van (drugs)criminaliteit op mainports, het verbeteren van zicht op criminele geldstromen, de versterking van de aanpak in kwetsbare gebieden en het vergroten van de weerbaarheid van bestuur en samenleving. Met de inzet van deze gelden wordt een belangrijke stap gezet om het zicht op de ondermijningsproblematiek verder te verbeteren en de integrale samenwerking en uitvoeringskracht te versterken. Ook biedt de inzet van de extra middelen de mogelijkheid om via concrete pilots en projecten de aanpak te innoveren, mede met behulp van moderne technologieën. Er wordt ingezet op intensieve samenwerking tussen verschillende publieke en private instanties, zoals dat nu ook gebeurt tussen de Taskforce Brabant Zeeland en Intensivering Zuid Nederland. In samenwerking met VNO-NCW/MKB-Nederland komt de publiek-private samenwerking in dit onderwerp de komend tijd meer op stoom.
    Er komt een bestuurlijk verbod op Outlaw Motorcycle Gangs (criminele motor-bendes). De initiatiefwet daartoe is aanhangig in de Tweede Kamer en valt samen met een onderdeel uit het regeerakkoord: het maakt deel uit van de ambitie van het kabinet om met een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit te komen.

    Subsidies criminaliteitspreventie
    Voor het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid en het Keurmerk Veilig Ondernemen blijven subsidies beschikbaar. Voorgaande jaren stonden die subsidies steeds ter discussie, omdat ze werden geschrapt/gekort door het departement en via amendering door de Tweede Kamer werden zeker gesteld.

    Gevangenissen
    De dienst Justitiële inrichtingen laat op de begroting de kosten voor externe inhuur van b.v. beveiligingspersoneel de komende jaren stijgen (niveau realisatie 2018).

    Vergunningen WPBR
    In de paragraaf over de dienst Justis kunnen de cijfers worden gevonden over aantallen vergunningen (begroot op 590 nieuwe vergunningen), zie p. 128 begroting.

  • Directeur-Generaal Wim Saris (J&V) op ALV Nederlandse Veiligheidsbranche

    Directeur-Generaal Wim Saris (J&V) op ALV Nederlandse Veiligheidsbranche

    Directeur-Generaal Wim Saris (J&V) op ALV Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem – 5 juli 2019 – DG Politie, Straffen en Beschermen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, Wim Saris, nam gisteren tijdens de ALV de honneurs waar voor minister Grapperhaus die weggeroepen was voor een debat met de Tweede Kamer. Saris complimenteerde de Nederlandse Veiligheidsbranche met de ontwikkeling die de beveiligingsbranche heeft gemaakt naar een grote professionele branche. De minister heeft veel waardering voor de medewerkers in de branche. “De mannen en vrouwen met een V zijn belangrijke partners in de Nederlandse samenleving om veiligheid vorm te geven.” Aldus Saris. Waar politie voorheen vooral de rol van toezichthouder had, is er steeds vaker sprake van samenwerking tussen branche en politie.

    Wim Saris spreekt op de Algemene Ledenvergadering.
    Foto: Jeroen Poortvliet.

    Naar aanleiding van de ALV verscheen het volgende artikel op Beveiligingsnieuws:
    “De politie krijgt steeds meer waardering voor de beveiligingssector en dat opent nieuwe kansen voor samenwerking. Beveiligers en agenten zullen nooit elkaars werk overnemen, maar er kan wel meer samen worden gedaan om gezamenlijke problemen als capaciteitstekorten het hoofd te bieden.

    Dat zei directeur-generaal Politie Wim Saris van het ministerie van Justitie & Veiligheid aan het begin van de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Hij roemde de branche die zich ontwikkeld heeft van kleine bedrijfjes en éénpitters tot de grote, professionele bedrijven die nu met zo’n 30.000 opgeleide mensen een bijdrage leveren aan een veiliger Nederland. “De minister en ik hebben een enorme waardering voor wat uw sector doet op het gebied van professionaliteit en vakbekwaamheid en de integriteit van de bedrijven en de medewerkers.”

    Verbetering realiseren
    Saris erkende dat de ‘mannen en vrouwen met een V’ niet meer zijn weg te denken uit de samenleving. “Jullie zijn belangrijke partners om de veiligheid in onze samenleving vorm te geven. We staan dus open voor een samenwerking die wel wat verder gaat dan het controleren en afgeven van pasjes door de politie. Een samenwerking waaraan volgens branchevoorzitter Ard van der Steur nog wel het nodige aan te verbeteren valt. De volgende stap is om die verbetering ook werkelijk te realiseren. Vooral waar dat hard nodig is, zoals op luchthavens, bij grote evenementen en in de horeca. Daar zie je steeds meer dat de politie en de beveiliging hand in hand aan het werk gaan en samen de operatie draaien. Dat kan ook niet anders. Er is voor beide partijen meer werk dan capaciteit en dan kan je beter de krachten bundelen, dan dat je met elkaar gaat concurreren.”

    Delen van competenties
    Om de druk op de arbeidsmarkt te verminderen stelde de directeur-generaal voor om uitwisseling van mensen tussen politie en NIEUWS Meer mogelijk voor beveiliging en politie om elkaarte versterken beveiliging te bevorderen. “Beveiligers, politie en boa’s hebben elkaar veel te bieden en delen veel competenties. Iemand kan bijvoorbeeld beginnen in de beveiliging, dan overstappen naar de politie om na een paar jaar weer terug te keren naar de beveiliging. Dat is beter dan blijven proberen 18-jarigen van de arbeidsmarkt te kapen en ze proberen hun leven lang aan je te binden. Mensen blijven toch niet meer bij dezelfde organisatie werken. Dan kunnen we dus beter kijken hoe we elkaar hierin kunnen versterken. Dat kan zolang het geweldsmonopolie en specieke politietaken aan de politie blijven voorbehouden. Er zijn dus grenzen, maar binnen die grenzen is veel meer mogelijk om er samen voor te zorgen dat Nederland een prettig land blijft om in te wonen.

    Veel meer waardering
    Voorzitter Van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche stelde inderdaad vast dat de politie de laatste jaren veel meer waardering heeft gekregen voor beveiligers en de beveiligingsbranche. “De politie erkent dat onze mensen goed worden opgeleid en dat meer taken aan hen overgelaten kunnen worden. Maar aan de andere kant kampen we met grote personeelstekorten. Er zijn dus bedrijven die er bepaald niet op zitten te wachten dat hun mensen overstappen naar de politie. Daarnaast hebben we te maken met een Wet particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus. Als minister heb ik daar niets van meegekregen, maar inmiddels ken ik hem uit mijn hoofd. Ik denk dat heel veel makkelijker en gestroomlijnder kan en daarom gaan we samen met de politie proberen om tot aanpassingen te komen en wel op zo kort mogelijke termijn.” De voorzitter beloofde het komend najaar met een visie op de samenwerking met de politie te komen. Daarin staat hoe de beveiligingsbranche de politie kan ondersteunen en versterken. Volgend jaar komt er ook een congres over dit onderwerp. “Zo kunnen we ook met anderen over dit onderwerp losoferen.”

    Geweldsmonopolie
    De Nederlandse Veiligheidsbranche staat achter het standpunt van de politie dat het geweldsmonopolie bij de overheid moet blijven liggen. “Maar onze mensen beveiligen ook vitale infrastructuur”, stelde algemeen directeur Vinz van Es van G4S Nederland. “Als daar iets mis gaat kunnen we niet veel doen, dus dan moeten we wel heel snel op de politie kunnen rekenen.” Arjan van de Wetering van Maat Beveiliging pleitte voor een beschermde status voor beveiligers, zoals ook overheidsmensen met een publieke taak die hebben. Wie een beveiliger gewelddadig bejegent, krijgt dan een hogere straf. Van der Steur gaf aan dat daar al eens eerder voor gelobbyd is, maar zonder resultaat. De directeur-generaal zei dit terechte vraagstukken te vinden en dat hij hier als topambtenaar anders mee omgaat dan politici. Algemeen directeur Ellen Groenewoud van Trigion vroeg zich af hoe de situatie in 2025 zal zijn, als er regelmatige uitwisselingen tussen politie en beveiligers plaatsvinden. “Wat zouden beveiligers bij de politie kunnen doen en wat kunnen agenten bij de beveiligingsbedrijven doen?” Saris noemde enkele voorbeelden waar al uitwisseling plaatsvindt, zoals in gevangenissen en op politiebureaus. “Het kan op alle vlakken, behalve wanneer het gaat om geweld, noodhulp of andere typische politietaken, waarvoor beveiligers niet voldoende zijn toegerust. We moeten dus geen verwachtingspatronen scheppen, die we uiteindelijk niet kunnen waarmaken. Beveiligers, boa’s en politieagenten zullen nooit precies hetzelfde werk kunnen doen. Van Es gaf tot slot nog een tip. “’s Nachts rijden er meer van onze mensen rond dan politieagenten. Veel extra ogen en oren dus. Denk daar maar eens over na!”

  • Wat staat er in het pensioenakkoord?

    Wat staat er in het pensioenakkoord?

    Gorinchem – 28 juni 2019 – Na jaren onderhandelen hebben werkgevers, vakbonden en kabinet een akkoord bereikt over de toekomst van de pensioenen. Er zijn oplossingen gevonden om bij zwaar werk eerder met pensioen te kunnen en de AOW-leeftijd stijgt minder snel dan het kabinet zich aanvankelijk had voorgenomen. Ook ontstaat perspectief op het weer kunnen verhogen van de pensioenen. Het pensioenstelsel wordt bovendien eerlijker, transparanter en persoonlijker. Wat dit voor de beveiligingsbranche betekent zal verder aan de cao-tafel moeten worden uitgewerkt. Een overzicht van de belangrijkste afspraken:

    Twee pensioencontracten

    Naast de Wet verbeterde premieregeling wordt er een nieuwe premieovereenkomst toegevoegd met meer collectieve risicodeling. Beide contracten bieden een grotere kans op verhoging van de pensioenen, doordat geen enorme buffers meer te hoeven worden opgebouwd, zoals nu. De premie wordt in het arbeidsvoorwaardenoverleg bepaald en is langdurig stabiel wat zekerheid geeft aan werkgevers en werknemers en tevens zorgt voor minder effecten op de conjunctuur. Zie voor de twee pensioencontracten het SER-advies. Deelnemers krijgen veel beter inzicht in hun pensioenopbouw en wat ze mogen verwachten op termijn. De mogelijkheden van waardeoverdracht worden sterk verbeterd, waardoor het stelsel beter past bij de moderne arbeidsmarkt en deelnemers krijgen de keuze een beperkt deel van hun pensioen op de pensioendatum ineens op te nemen.

    Afschaffing doorsneesystematiek

    Door afschaffing van de doorsneesystematiek gaat iedereen straks dezelfde pensioenpremie betalen, waardoor een eerlijker systeem ontstaat. Over de adequate compensatie en kostenneutrale transitie van de afschaffing zijn goede afspraken gemaakt. Voor de definitieve wetgeving kan pas groen licht worden gegeven als duidelijk is dat het nieuwe systeem voor alle pensioenregelingen werkt. 

    AOW-leeftijd

    De AOW-leeftijd wordt vanaf nu tot en met 2021 bevroren op 66 jaar en vier maanden en loopt daarna op tot 67 in 2024. De één op één koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting is niet houdbaar en wordt teruggebracht vanaf 2025 naar 8 maanden voor elk jaar dat mensen ouder worden. Beide maatregelen zorgen ervoor dat de AOW-leeftijd wat minder snel stijgt en de AOW een solide basis van ons pensioenstelsel kan blijven. 

    Eerder stoppen met zwaar werk

    Naast een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd zijn maatregelen afgesproken om te zorgen dat mensen met zwaar werk eerder kunnen stoppen dan de AOW-leeftijd. Dit gebeurt met maatwerk in de betreffende sectoren en ondernemingen. Werkgever en werknemer kunnen met wederzijdse instemming afspreken dat iemand tot drie jaar eerder stopt. De werkgever betaalt dan over de eerste 19.000 euro geen RVU-heffing. Verder kunnen mensen hun pensioen naar voren halen en komt er extra budget voor maatwerk. Deze afspraken zijn tijdelijk tot 2025. In de tussentijd worden structurele maatregelen verkend.

    Zzp’er kan eenvoudiger pensioen opbouwen

    Met de nieuwe pensioencontracten kunnen zzp’ers straks eenvoudiger pensioen opbouwen in de tweede pijler. Het wordt daarnaast fiscaal ook aantrekkelijker om zelf voor pensioen te sparen (derde pijler). Verder hebben kabinet, vakbonden en werkgevers afgesproken dat er een verplichte

  • Branchescan 2018: Optimisme heerst in veiligheidsbranche

    Branchescan 2018: Optimisme heerst in veiligheidsbranche

    Branchescan 2018: Optimisme heerst in veiligheidsbranche

    Gorinchem, 12 juni 2019 – De leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche hebben vorig jaar een omzetgroei van 1,3 procent gerealiseerd en verwachten dit jaar in omzet gemiddeld 3 procent te zullen groeien. “Daarmee wordt de stijgende lijn voortgezet, die in 2015 is begonnen”, aldus voorzitter Ard van der Steur.

    Aantal (vrouwelijke) werknemers stijgt 

    Ook het aantal werknemers is in 2018 weer licht gestegen (plus 0,5 procent). De trend dat steeds meer vrouwen in dienst komen van beveiligingsbedrijven zet ook door (van 20 procent in 2015 naar 25 procent in 2018). In de particuliere beveiligingsbranche werken 20.924 mannen en 6.975 vrouwen.

    Dit blijkt uit de jaarlijkse branchescan, die is uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Veiligheidsbranche. De analyse heeft betrekking op gegevens over 2018 en op verwachtingen van ondernemingen ten aanzien van 2019. Het onderzoek is voor de vijftiende keer gehouden.

    Positieve verwachtingen

    In 2018 was de omzetgroei bij mkb-bedrijven in het algemeen iets sterker dan bij grotere ondernemingen. De verwachtingen van beveiligingsbedrijven voor 2019 zijn echter over de hele linie nog positiever dan een jaar geleden. Ruim twee derde van alle bedrijven (vorig jaar nog ruim de helft) voorziet voor dit jaar een omzetgroei (en wel met gemiddeld 9 procent), terwijl ongeveer een vijfde zijn omzet dit jaar ziet stabiliseren.

    Leeftijdssamenstelling blijft zorgelijk

    Een punt van zorg blijft de leeftijdssamenstelling van de branche: het percentage medewerkers boven de 45 jaar is verder gegroeid (van 43 procent in 2017 naar 46 procent in 2018). Het aandeel jonge werknemers (onder de 25 jaar) blijft stabiel op circa 10 procent. Het ziekteverzuim is gestegen van 5,8 procent in 2017 naar 6,6 procent in 2018.

    Maatschappelijk verantwoord wagenpark

    Een opvallend verschijnsel is verder de samenstelling van het wagenpark van surveillanceauto’s (in totaal 880 in 2018). Het aantal volledig elektrische auto’s groeide in slechts een jaar tijd van 2 naar 7 procent, wat vooral ten koste ging van het aantal dieselauto’s.

  • Mag de volgende jaarwisseling alstublieft weer een veilig feest worden?

    Mag de volgende jaarwisseling alstublieft weer een veilig feest worden?

    Mag de volgende jaarwisseling alstublieft weer een veilig feest worden?

    Gorinchem, 24 mei 2019 – In een gezamenlijke oproep, waarbij de politie steun krijgt van onder andere de Nederlandse Veiligheidsbranche, richten 27 organisaties zich tot het kabinet met een dringend verzoek: tref meer landelijke maatregelen voor een veilige jaarwisseling. In een paginagrote advertentie in het Algemeen Dagblad op vrijdag 24 mei wordt een appèl gedaan op de politiek bestuurders: kom in actie! Wij willen weer een feestelijke én veilige jaarwisseling voor iedereen.

    Voorzitter Ard van der Steur: “Mag de volgende jaarwisseling alstublieft weer een veilig feest voor iedereen worden? Onze beveiligers doen daar alles aan; helpt u mee? De Nederlandse Veiligheidsbranche ondersteunt daarom deze actie.”

  • Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Gorinchem, 25 april 2019 – Zijn inwerkprogramma zit goed vol. Ard van der Steur (49), sinds 4 april voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, heeft er een spottersopleiding opzitten, ging op pad met een surveillant van het beveiligingsbedrijf G4S en verwacht nog dit jaar alle leden persoonlijk te bezoeken. “Intussen hoop ik veel te zien van hun werk in de praktijk.” Zijn eerste conclusie? “Ik ben onder de indruk en zie hoe leuk en interessant het werk van een beveiliger kan zijn.” 

    Ard van der Steur

    Waarom wordt iemand voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche?
    Van der Steur: “Naast democratie en rechtstaat, is veiligheid een van de kernwaarden van onze samenleving. Voor democratie en rechtstaat heb ik me geruime tijd ingezet. Ik vind het ontzettend leuk om nu op deze manier mijn steentje te mogen bijdragen aan de veiligheid. Echt een eer dat ik gevraagd ben als voorzitter van de veiligheidsbranche.” 

    Hebt u al een beeld van de branche?
    “Op basis van ervaring in het verleden en de werkbezoeken die ik deze maand al heb afgelegd, is mijn beeld dat het een zeer professionele branche is, met goed opgeleide, enthousiaste, vakbekwame, integere mensen, die invulling geven aan een behoorlijk lastig vak.”

    “Dat laatste wordt wel eens vergeten. Ik volgde afgelopen maand de spottersopleiding. Tijdens die opleiding, een samenwerking van de branche en de Politieacademie, worden mensen getraind in het signaleren van afwijkend gedrag om in een vroeg stadium overtredingen, misdrijven of terroristische aanslagen te voorkomen. Dan merk je weer eens dat een beveiliger eigenlijk maar één wapen heeft: zijn mond. Daarmee moet hij in alle denkbare situaties effect bereiken. En het is nogal wat als je voor een stadion vol met uitgelaten voetbalsupporters staat of op een dansfeest, met allerlei mensen die in meer of mindere mate van geestverruimende middelen hebben genoten. Steeds maar weer inspelen op de situatie, steeds maar weer zorgen dat het niet escaleert en dat je er zelf ongeschonden uitkomt. Dat is heel knap, dat is echt een mooi, maar moeilijk vak.” 

    Een bekend punt, maar wat is uw mening: moeten beveiligers wapens gaan dragen?
    “Onze branche is daarin heel terughoudend. En terecht. Het geweldsmonopolie hoort bij de overheid, maar dat betekent wel dat beveiligers er – in geval van nood – van uit moeten kunnen gaan dat de politie snel ter plaatse kan zijn. Dat is de andere kant van het verhaal. Je moet bovendien altijd goed overwegen of afweermiddelen wel echt tot betere bescherming leiden. Ze kunnen namelijk ook tegen je gebruikt worden. Pepperspray klinkt leuk, totdat het in je eigen ogen zit. Een wapenstok is mooi, totdat je er zelf mee geslagen wordt. Dat zulke afweermiddelen ook tot verdere escalatie kunnen leiden, wordt wel eens over het hoofd gezien.”

    Hoe ziet u de toekomst van de veiligheidsbranche; bent u optimistisch?
    “Ik ben zeer optimistisch. Veiligheid zal in de toekomst een heel belangrijk onderwerp blijven, en zal  nog belangrijker worden. Ik verwacht dus dat de veiligheidsbranche de komende jaren verder zal groeien, in de ene sector uiteraard sterker dan in de andere. De politie zal op een aantal terreinen ook meer ruimte geven aan particuliere beveiligingsorganisaties.”
    “In het werk van onze bedrijven, zal techniek steeds belangrijker worden, maar veel werk kan niet door technische hulpmiddelen uitgevoerd worden. Er blijft altijd behoefte aan persoonlijke beveiligers: de man of vrouw op straat, in een winkelcentrum of elders, die een oogje in het zeil houdt en zichtbaar is.”

    Wat wilt u als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche bereiken de komende jaren?
    “Het belangrijkste is dat de branche nog beter dan nu bij opdrachtgevers en bij de overheid in beeld komt. Als onze belangen in het geding zijn bij besluitvorming, dan moeten die belangen serieus worden meegewogen. Daar wil ik me sterk voor maken. Waar verbeteringen mogelijk en eenvoudig zijn, moeten deze ook snel worden doorgevoerd. Een simpel voorbeeld: bedrijven worden nu geconfronteerd met veel administratieve rompslomp bij het aanvragen van legitimatiebewijzen voor beveiligers. Iedereen ziet dat het anders kan en moet, maar om een of andere reden verandert het niet snel. Voor zoiets hoop ik een aanzet te kunnen geven de komende maanden.”

    “Opleidingen zijn wat mij betreft de komende jaren een heel belangrijk punt. Beveiligers moeten met nieuwe technieken leren omgaan, vaak ook wordt van hen een andere, meer brede rol verwacht. De eisen veranderen; daarom is het ook zo leuk om beveiliger te worden. Beroepsopleidingen moeten daar nog beter dan nu op inspelen. Ik denk dat zowel de opleidingen als de beveiligingsbranche hier belang bij hebben. De scholen moeten openstaan voor wensen van de branche, maar tegelijkertijd roep ik onze bedrijven ook op voldoende stageplaatsen te blijven aanbieden. We hebben er allemaal belang bij dat zoveel mogelijk jonge mensen de weg naar de veiligheidsbranche weten te vinden. Dus moeten we het liefst ook gezamenlijk werken aan een beter imago, of beter gezegd: aan het tonen van de echte werkelijkheid van de beveiliging.”

    Kunt u als voorzitter het accent verleggen van concurreren op alleen prijs naar concurreren op prijs en kwaliteit?
    “Daaraan wil ik ook zeker mijn bijdrage leveren. Ook wat dit betreft ben ik optimistisch. Er is bij de overheid  een ontwikkeling gaande, waarbij minder alleen op de prijs wordt gelet en meer aandacht wordt gegeven aan kwaliteit. Dat is soms best lastig, maar ik zie het wel gebeuren en dat is een positieve ontwikkeling. Van groot belang is dat daarbij het keurmerk Beveiliging goed in ogenschouw wordt genomen door overheidsorganisaties op alle niveaus, landelijk, provinciaal en lokaal. Het keurmerk Beveiliging garandeert dat je zakendoet met een bedrijf dat financieel solide is, dat zijn afspraken nakomt en dat netjes met mensen omgaat.”

    “Daarbij speelt ook de nieuwe cao Particuliere Beveiliging, die bewust voor vijf jaar is afgesloten, een grote rol. Daarmee kunnen we echt investeren in arbeidsvoorwaarden en in kwaliteit. Het is voor de sector van groot belang dat deze cao algemeen verbindend wordt verklaard. Daarmee ontstaat rust in de branche en kunnen bedrijven consequent gaan bouwen aan hun toekomst.”

    De branche telt veel organisaties; kent u ze allemaal al?
    “Ik verwacht ze in elk geval zo snel mogelijk allemaal te kunnen spreken. Daarbij wil ik vooral bekijken waar we kunnen samenwerken. Onze belangen lopen niet altijd parallel, maar vaak wel. Ik verheug mij erop hen te ontmoeten en de mogelijkheden voor verdere samenwerking te bespreken.”

  • Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem, 5 april 2019 – Ard van der Steur, oud-minister van Veiligheid en Justitie, is sinds donderdagmiddag 4 april de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Tijdens de algemene ledenvergadering in Den Haag werd hij bij acclamatie benoemd als opvolger van Laetitia Griffith, die deze rol acht jaar heeft vervuld.

    Foto: Henk Ganzeboom, Kobalt Fotografie Dupho

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    Bij zijn aantreden maakte Ard van der Steur bekend dat hij zich de komende jaren onder andere wil toeleggen op het verder moderniseren van de opleiding van beveiligers. Dat is volgens hem nodig omdat aan beveiligingsbedrijven nieuwe eisen worden gesteld, bijvoorbeeld als het gaat om integratie van de dienstverlening met techniek, maar ook op het gebied van hospitality. Ook vindt hij dat de branche aantrekkelijker moet worden voor jongeren.

    Voor de veiligheid in Nederland is het volgens Van der Steur belangrijk dat bij het aanbesteden van beveiligingsopdrachten minder wordt geconcurreerd op prijs en meer op kwaliteit. Hij noemde het ‘hoopgevend’ dat dit besef ook bij steeds meer opdrachtgevers lijkt door te dringen. De nieuwe voorzitter maakte verder bekend dat hij veel tijd wil steken in rechtstreekse contacten met de aangesloten ondernemingen en de relatie met overheden verder wil versterken.

    Ard van der Steur (1969) werkte na zijn studie lange tijd als advocaat. Van 2010 tot 2015 was hij lid van de Tweede Kamer en onder andere woordvoerder voor veiligheid en justitie. Van 2015 tot 2017 was Van der Steur minister van Veiligheid en Justitie. Na zijn aftreden ging hij onder andere aan de slag als directeur van een advocatenkantoor. Daarnaast vervult hij verschillende maatschappelijke functies.