Categorie: Uncategorized

  • Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem, 29 maart 2019 – Verdere professionalisering van de branche, een goede positionering van het keurmerk en optimale samenwerking met overheidsinstanties. Dat zijn drie grote thema’s die Laetitia Griffith hebben beziggehouden bij de Nederlandse Veiligheidsbranche. Begin april neemt ze – na acht jaar – afscheid als voorzitter en wordt ze opgevolgd door Ard van der Steur. Hoe kijkt ze terug?

    Laetitia Griffith

    Wat was de dominante trend in de afgelopen acht jaar?
    Griffith: “Professionalisering is een dominante trend in alle sectoren die wij vertegenwoordigen, dus bij particuliere beveiligingsbedrijven, maar ook op het gebied van evenementenbeveiliging, bij het geld- en waardentransport en bij particuliere onderzoeksbureaus. Dat was ook nodig, want de markt en onze sparring partners bij de overheid vragen het. De toenemende terreurdreiging speelt daarbij zeker een rol.
    Professionalisering vereist nieuwe en andere vaardigheden. Voor bedrijven op het gebied van evenementenbeveiliging was het belangrijk nog beter te gaan samenwerken met de politie, maar zich ook te verdiepen in crowd management: hoe bewegen mensenmassa’s zich, hoe kun je die bewegingen beïnvloeden, hoe reageer je het beste op incidenten? Particuliere onderzoeksbureaus ondervinden vooral de gevolgen van strengere wetgeving op het gebied van privacy. Wat mag wel, wat mag niet, hoe ga je om met persoonsgegevens? Kun je werknemers heimelijk met een camera registreren? Allemaal terechte vragen, waar bedrijven het antwoord op moeten weten.
    Ook wordt meer ondersteuning van onze bedrijven gevraagd bij het voorkomen en helpen oplossen van strafbare feiten. Om gezichts- of kentekenherkenning mogelijk te maken zullen we camera’s van betere kwaliteit moeten inzetten. En zo zijn er veel meer voorbeelden van steeds verdergaande professionalisering.”

    Tegelijk is de veiligheidsbranche een markt waar opdrachtgevers sterk letten op de prijs. Dat wringt?
    “Absoluut, dat staat haaks op elkaar. Onze medewerkers krijgen een betere opleiding, worden deskundiger en breder inzetbaar. Daarin moeten bedrijven investeren en dat geld moet terugverdiend worden. We hebben de laatste jaren veel gedaan om dat probleem te tackelen. Er is een onafhankelijke commissie die – onder andere voor onze branche – toezicht houdt op verantwoordelijk marktgedrag. Opdrachtgevers wordt gevraagd de bijbehorende code te onderschrijven. Als een bedrijf vindt dat een aanbesteding teveel gericht is op de laagste prijs, dan kan het bij die commissie terecht. Het zal nog enige tijd duren voordat we kunnen zien of deze vorm van toezicht vruchten afwerpt.
    Intussen zijn meer mogelijkheden om te investeren in kwaliteitsverbetering ook een belangrijke pijler onder onze nieuwe cao. Investeren in kwaliteit en in mensen is niet lang vol te houden als iedereen alleen maar oog heeft voor de laagste prijs. Zelfs bedrijven die een financiële buffer hebben, moeten dan op een zeker moment afhaken.”

    Is het imago van de beveiligingsbranche de afgelopen jaren verbeterd?
    “Zeker. Je merkt ook op straat dat het respect voor mensen in beveiligingsfuncties is toegenomen. Men realiseert zich steeds beter: je zal maar bij een evenement staan en moeten dealen met een bezoeker die stijf staat van de drank of van de coke. Je zal het maar moeten doen.
    In de praktijk zijn ook grote stappen gezet in de samenwerking tussen onze branche en bijvoorbeeld de politie. Ga eens naar een politiebureau, dan zie je aan de balie vaak beveiligers van een particulier bedrijf. Dat is toch publiek-private samenwerking in optima forma? Desondanks zijn er altijd partijen, ik denk bijvoorbeeld aan de SP in de Tweede Kamer, die liever vasthouden aan oude beelden en die graag blijven roepen dat wij cowboys zijn. Die blijven het liefst in de oude groef hangen en hebben daar misschien ook wel een belang bij. Gelukkig zijn dat de uitersten; zij zullen op zeker moment ook wel ontdekken dat de praktijk heel anders is.”

    Heeft het Keurmerk Beveiliging bijgedragen aan een beter imago?
    “Daarvan ben ik overtuigd. Ik heb me hard gemaakt voor een duidelijke positionering van dat keurmerk via onder meer radiocampagnes. En eerlijk is eerlijk, daarvoor heb ik soms de blaren op mijn tong moeten praten binnen het bestuur. Dat was ook wel te begrijpen, want de branche heeft hierin gezamenlijk moeten investeren. We hebben ook veel missiewerk gedaan bij gemeenten, ministeries en andere opdrachtgevers: als je een bedrijf voor beveiliging wilt inhuren, vraag dan of het beschikt over het keurmerk. Zo kun je het kaf van het koren scheiden en hoef je niet achteraf te mopperen dat de dienstverlening is tegengevallen.”

    U heeft veel gehamerd op goede samenwerking met de politie; hoe is de stand van zaken?
    “Het gaat steeds beter in de praktijk, maar soms denk ik dat het nog beter kan. De politie mag ons beschouwen als extra ogen en oren. Ik zou zeggen: we rijden dagelijks met veel mensen rond, dus gebruik ons. De politie mag ook eisen stellen aan beveiligingsbedrijven: is er een keurmerk, zijn de mensen voldoende gescreend? Allemaal uitstekend uiteraard, maar dan moet de samenwerking wel van twee kanten komen. Dus als een beveiliger aan zijn dienst begint op een bedrijventerrein, is het wel goed om te weten of daar in de voorafgaande uren incidenten, zoals inbraken, hebben plaatsgevonden. Zulke informatie moet de politie met onze bedrijven willen delen. Gelukkig lopen er pilots met dit soort informatie-uitwisseling.”

    Lopen binnen de veiligheidsbranche de belangen van de bedrijven parallel?
    “Meestal wel, maar uiteraard niet altijd. Dat moeten we steeds onderkennen en daar moeten we goed mee omgaan. Besluitvorming binnen de vereniging moet gebaseerd zijn op argumenten en daarbij moeten we ook voortdurend het belang van de kleinere bedrijven op het netvlies hebben.
    Ik heb sinds mijn aantreden geprobeerd oog te hebben voor het midden- en kleinbedrijf. Zoals bij veel verenigingen, bestond ook bij de Nederlandse Veiligheidsbranche wel eens het beeld dat vooral de grotere spelers het voor het zeggen hebben. Voor een deel is dat logisch, want grotere bedrijven hebben vaak meer armslag om tijd en mensen beschikbaar te stellen voor de vereniging. Ik heb dat beeld kunnen doorbreken. Enkele zetels in het bestuur zijn gereserveerd voor kleine en middelgrote bedrijven en als we mensen zoeken voor bijvoorbeeld een commissie of op een andere manier inhoudelijke ondersteuning nodig hebben, dan vragen we het ook altijd aan alle leden. En als het moet, bij herhaling.

    Wat is de grootste uitdaging  voor uw opvolger?
    “Haha, het is niet mijn gewoonte een opvolger publiekelijk advies te geven, maar gelukkig heeft Ard van der Steur al gezegd waarop hij zich wil focussen. Hij wil nog meer tijd en energie steken in het onderwijs, in de opleiding van beveiligers. Dat lijkt mij zeer terecht. De verwachtingen ten aanzien van beveiligers zijn anders dan tien jaar geleden. Er wordt steeds meer gevraagd van onze mensen. Ze moeten zich bewust zijn van hun kwetsbare positie, al was het maar via hun gedrag op sociale media. Daarnaast willen opdrachtgevers steeds vaker beveiligers die multi-inzetbaar zijn. Sommigen worden ook wel gastheer of gastvrouw genoemd; ze doen niet alleen de toegangscontrole, maar zijn tegelijkertijd het gezicht van de organisatie. Dat vraagt andere vaardigheden en daar moet de opleiding nog beter op inspelen.
    Een ander punt is tekort aan personeel. Soms hebben bedrijven gewoon de mensen niet om de opdrachten die er zijn, te kunnen uitvoeren. Een vraag voor de komende jaren is: wat kunnen wij doen om werken in onze branche nog aantrekkelijker te maken voor jonge mensen? Ze moeten het vak kiezen omdat ze het interessant vinden en niet vanwege gebrek aan andere opties. Het is een vak om trots op te zijn. Mijn respect voor beveiligers is de afgelopen acht jaar alleen maar toegenomen.”

  • Training ‘Goed omgaan met dementie’ voor beveiligers en toezichthouders

    Training ‘Goed omgaan met dementie’ voor beveiligers en toezichthouders

    Training ‘Goed omgaan met dementie’ voor beveiligers en toezichthouders

    13 maart 2019 – Medewerkers Veiligheid & Toezicht leren in hun opleiding met tal van emoties van mensen om te gaan zoals ongeduld, agressie en verwardheid. In het werkgebied van de beveiliger of toezichthouder – van winkelgebied tot station –  gaat immers geen dag voorbij zonder dat er iets bijzonders gebeurt. Dat vraagt om anticiperen en adequaat handelen. Specifiek voor die situaties waarin dementíe de hoofdrol speelt ontwikkelde Samen dementievriendelijk de online training ‘Goed omgaan met dementie’ die vanaf 13 maart voor iedere medewerker Veiligheid & Toezicht gratis beschikbaar is.

    Foto: Ruud van der Graaf

    Training met herkenbare situaties 

    Nu al leven er 270.000 mensen met dementie in Nederland. Dat aantal verdubbelt in de komende 20 jaar. Zeventig procent van de mensen met dementie woont thuis. Medewerkers Veiligheid & Toezicht – hieronder vallen o.a. politie, BOA en beveiliging -komen ze dus overal tegen. Bijvoorbeeld in de winkel, op het gemeentehuis voor een reisdocument, op een station of vliegveld. En vaak zonder te weten dat er sprake is van dementie. Om de bekende (vergeetachtigheid) maar óók de minder bekende signalen van dementie (taalproblemen, verandering in gedrag en een slecht beoordelingsvermogen) beter te herkennen en er vervolgens goed mee om te gaan, is de training toegevoegd aan het trainingsaanbod van Samen dementievriendelijk.

    Afwijkend gedrag kan dementie zijn

    ‘Goed omgaan met dementie’ is in samenwerking met MAATbeveiliging en Trigion ontwikkeld. De training bevat herkenbare situaties die in het dagelijks werk van een beveiliger of toezichthouder voorkomen. ‘Trigion traint medewerkers op het zien van afwijkend gedrag. Deze e-learning is daarop een mooie aanvulling waardoor zij mensen met dementie goed kunnen helpen. Hierdoor maken zij het verschil!’ zegt Arjen Kuijper, directeur HR bij Trigion.

    General Manager Joeri van Ham van MAATbeveiliging over de training: ‘Wij willen voorkomen dat mensen met dementie en onze medewerkers in vervelende situaties terechtkomen. Iedereen die bij ons in dienst is of komt krijgt informatie over dementie. De training van Samen dementievriendelijk is bovendien onderdeel van de landelijke mbo-opleiding en is hiermee permanent verankerd binnen onze branche’.

    Samen dementievriendelijk

    De training is onderdeel van het programma Samen dementievriendelijk dat wordt uitgevoerd door Alzheimer Nederland en Pensioenorganisatie PGGM. Het doel is heel Nederland dementievriendelijk te maken.

  • Handleiding beschikbaar basisscan integriteit kandidaat-bestuurders

    Handleiding beschikbaar basisscan integriteit kandidaat-bestuurders

    Handleiding beschikbaar basisscan integriteit kandidaat-bestuurders

    Den Haag, 5 maart 2019 – Integere bestuurders zijn de basis van een sterke en gezonde democratie. Minister Ollongren (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) zet met de Handleiding basisscan integriteit voor bestuurders in op het versterken van een goed functionerend, integer en weerbaar bestuur. Zij heeft de handleiding integriteit vandaag overhandigd aan dijkgraaf Rogier van der Sande (voorzitter van de Unie van Waterschappen). De handleiding is beschikbaar voor alle politieke partijen en kandidaat-bestuurders. Met de handleiding wordt een stevige basis gelegd voor een meer eenduidige en zorgvuldige screening van kandidaat-bestuurders.

    Foto: Marcel van der Meulen

    Om de weerbaarheid van politieke ambtsdragers te versterken en ondermijning door criminelen te voorkomen heeft minister Kajsa Ollongren (BZK) onder andere al het netwerk Weerbaar Bestuur opgericht en de site www.weerbaarbestuur.nl, ook zijn de standaard Woningscan en de training Omgaan met intimidatie en agressie gelanceerd. Onlangs zijn daar de veiligheidspakketten voor nieuwe burgemeesters aan toegevoegd. Vandaag neemt de minister het initiatief om de integriteit van kandidaat-bestuurders verder te versterken. 

    Minister Ollongren: “Integriteit van politieke ambtsdragers is cruciaal in onze democratie. Het gaat om het vertrouwen van burgers in de overheid. Voor mij persoonlijk is het heel belangrijk. Integriteit staat binnen het openbaar bestuur inmiddels hoog op de agenda, en terecht. Het is voor alle Nederlanders van belang dat we integere bestuurders hebben, van wethouders tot ministers.” 

    Bij gemeenten, provincies en waterschappen is behoefte aan een helder en zorgvuldig proces rond de benoemingen van bestuurders en meer eenduidigheid in de wijze waarop risicoanalyses op integriteit worden uitgevoerd. Daarom is de handleiding bassiscan integriteit voor kandidaat-bestuurders ontwikkeld.

    Dijkgraaf Van der Sande: “Goede en integere bestuurders zijn noodzakelijk voor een geloofwaardige overheid. Met de waterschapsverkiezingen van 20 maart voor de deur, zullen we het thema en deze handreiking dan ook bij alle gekozen waterschapsbestuurders onder de aandacht brengen.”

    De handleiding is bruikbaar voor gemeenten, provincies, waterschappen en uiteraard ook de BES-eilanden. Hij biedt uitgangspunten voor een transparante en zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van risicoanalyses integriteit voor alle typen kandidaat-bestuurders. Daarmee ondersteunt de minister burgemeesters, commissarissen van de Koning en voorzitters van het algemeen bestuur van de waterschappen in hun wettelijke zorgplicht voor integriteit. Hoewel de handleiding vooral bedoeld is voor de risicoanalyse bij kandidaat-bestuurders, is deze ook bruikbaar voor politieke partijen bij de selectie van kandidaat-volksvertegenwoordigers.

    De handleiding is tot stand gekomen op basis van een verkenning waarin vele partners een bijdrage hebben geleverd en sluit daarom goed aan op wat de praktijk reeds wordt toegepast en waar behoefte aan is. Na de verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschapsbesturen wordt hij geëvalueerd en waar nodig aangescherpt.

    De primaire verantwoordelijkheid voor het benoemen van decentrale bestuurders (anders dan Kroonbenoemden) ligt bij de zogenoemde volksvertegenwoordigende bestuursorganen, zoals  Provinciale Staten, algemeen bestuur van het waterschap, eilandsraad en gemeenteraad.

    Screening is geen wettelijke benoemingsvereiste voor decentrale bestuurders. Dat maakt dat het ministerie van BZK niet kan voorschrijven, maar uiteraard wel kan faciliteren. Dat is met deze basisscan een feit.

    Online is de Handleiding hier te vinden: https://www.politiekeambtsdragers.nl

  • Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Den Haag, 20 februari 2019 – Laetitia Griffith neemt afscheid als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Ard van der Steur, oud-minister van Veiligheid en Justitie, wordt voorgedragen als haar opvolger. De benoeming vindt plaats door de algemene ledenvergadering op 4 april.

    Laetitia Griffith
    Ard van der Steur

    Mr. Laetitia Griffith (1965) werd acht jaar geleden voor het eerst benoemd als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Ze werd drie keer herbenoemd. 

    Het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche zegt Griffith zeer dankbaar te zijn voor haar inzet om van de branche een gerespecteerde gesprekspartner voor de overheid en het georganiseerde bedrijfsleven te maken.
    ‘Zij heeft gedurende haar voorzitterschap terecht een sterk accent gelegd op de professionaliteit en integriteit van beveiligers en de kwaliteit van de dienstverlening. Ook het Keurmerk Beveiliging als kwaliteitsoordeel is een van haar belangrijke speerpunten geweest. Bovendien heeft ze in tijden van economische crisis en grote veranderingen op het terrein van veiligheid (minder politie, meer terroristische dreiging) particuliere beveiliging en particulier onderzoek goed op de kaart gezet en daarbij ook veel aandacht gegeven aan de positie van kleine en middelgrote bedrijven. Ook heeft ze zich met passie ingezet voor publiek-private samenwerking tussen de partners in de veiligheidsketen en wederzijdse informatie-uitwisseling om Nederland veiliger te maken. Wij zijn haar dankbaar dat zij de afgelopen jaren de positie van de veiligheidsbranche heeft versterkt.’

    Het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche vindt het jammer afscheid te moeten nemen van de huidige voorzitter, maar kijkt ook uit naar de samenwerking met haar opvolger Ard van der Steur, die ook ruime ervaring heeft in het veiligheidsdomein. ‘Hij is de juiste voorman om de positie van de branche verder te versterken en haar betekenis voor de samenleving een nog scherper accent te geven.’

    Ard van der Steur is zeer gemotiveerd om het Meerjarenbeleidsplan ‘Kwaliteit in Veiligheid’ (2018-2021) van de Nederlandse Veiligheidsbranche verder te realiseren. Net als onder zijn voorgangster blijft de branche, volgens Van der Steur, een professionele, betrouwbare en vanzelfsprekende partner voor overheid en particuliere sector als het gaat om beveiligingsvragen en veiligheidsbeleid.

    Een van zijn aandachtspunten zal zijn het verder moderniseren van de opleiding van beveiligers. Dat is nodig omdat aan beveiligingsbedrijven nieuwe eisen worden gesteld, bijvoorbeeld als het gaat om integratie van de dienstverlening met techniek, maar ook op het gebied van hospitality. Belangrijk is volgens Van der Steur ook dat de branche aantrekkelijker wordt voor jongeren. “Binnen de branche maar ook daarbuiten krijg je als deskundige beveiligingsprofessional veel kansen op interessante vervolgstappen” aldus Van der Steur.

    Ard van der Steur (1969) werkte na zijn studie lange tijd als advocaat. Van 2010 tot 2015 was hij lid van de Tweede Kamer en onder andere woordvoerder voor veiligheid en justitie. Van 2015 tot 2017 was Van der Steur minister van Veiligheid en Justitie. Na zijn aftreden ging hij onder andere aan de slag als directeur van een advocatenkantoor. Daarnaast vervult hij verschillende maatschappelijke functies.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • De Nederlandse Veiligheidsbranche over AVV’en CAO

    De Nederlandse Veiligheidsbranche over AVV’en CAO

    De Nederlandse Veiligheidsbranche over AVV’en CAO

    Gorinchem , 11 februari 2019 – De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft in september 2018 met de vakbonden FNV, CNV en De Unie voor het eerst na vele jaren een langjarige cao en wel voor vijf jaar afgesloten. De onderhandelingen hebben geresulteerd in een cao waarin heldere afspraken zijn gemaakt over loon- en pensioenontwikkeling, roosters, verhouding flex/vast en het terugbrengen van de arbeidstijd in 2023. Een consistent geheel dat ziet op de primaire arbeidsvoorwaarden.

    Alle sociale partners zijn blij met deze langjarige cao. Zij zien de voordelen hiervan in omdat de tot voor kort afgesloten kortlopende cao’s niet voor rust en voorspelbaarheid zorgen bij voor werknemers, werkgevers én klanten. De cao van vijf jaar biedt tijd en ruimte om met elkaar complexe vraagstukken te bespreken, zoals: roosters, gezond hun pensioen halen en invloed van technologische veranderingen. 

    Momenteel loopt het proces van algemeen verbindend verklaren van de cao door de minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid. Naar verwachting zal dit in het voorjaar van 2019 gebeuren. Dit betekent dat de cao voor alle werkgevers en 30.000 werknemers in de veiligheidsbranche zal gelden.

    Bij de onderhandelingen hebben de sociale partners de belangen van alle werknemers ongeacht of zij voor een groot bedrijf of MKB bedrijf werken voor ogen gehad. Alle beveiligers zijn namelijk gebaat bij gezondere roosters, duurzame inzetbaarheid, betere pensioenregeling en loonsverhoging van 13,25% in de komende jaren tot 2023. Alle sociale partners hebben ingestemd met het bereikte resultaat. Het doel van het algemeen verbindend verklaren van de cao is primair zorgen dat concurrentie op arbeidsvoorwaarden binnen de beveiligingssector wordt voorkomen. Het is een terechte bescherming van alle werknemers in onze sector.

    De Nederlands Veiligheidsbranche vindt dat meerdere cao’s in één sector leidt tot onduidelijkheid bij opdrachtgevers en werknemers en tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Dat is geenszins in het belang van de beveiligers. Daarnaast hecht zij aan de extra waarborgen die een cao die algemeen verbindend is verklaard biedt. Een daarvan is dat het cao-controleorgaan op regelmatige basis onderzoek kan doen naar de naleving van cao-voorschriften, zoals naleving van de arbeidsvoorwaarden, de loonvoorschriften en de arbeids- en rusttijden. Alleen op die manier kan gewerkt worden aan eerlijke concurrentie of een level playing field in onze sector.

    Update 27 februari 2019: In de februari editie van Security Management verscheen het artikel ‘Cao is voor iedereen een goede zaak’. Dit artikel is links te lezen.

  • Ondernemers blij met lage WW-premie scholieren en studenten in WAB

    Ondernemers blij met lage WW-premie scholieren en studenten in WAB

    Ondernemers blij met lage WW-premie scholieren en studenten in WAB

    Den Haag, 5 februari 2019 – VNO-NCW, MKB-Nederland en de betreffende brancheorganisaties zijn verheugd dat jongeren tot 21 jaar met een bijbaan onder de lage WW-premie gaan vallen. Dat was een belangrijk doel van de campagne Zo werkt het niet! die de ondernemersorganisaties* sinds december voeren tegen enkele maatregelen in de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) die tijdelijk werk duurder maken, onder meer via premiedifferentiatie in de WW. De ondernemersorganisaties hadden graag ook gezien dat het lage WW-tarief voor seizoenswerk zou zijn geregeld. Dit blijkt uitvoeringstechnisch echter niet mogelijk, maar dankzij een motie is wel de deur voor een oplossing opengezet.

    De Tweede Kamer stemde vanmiddag voor een amendement van SGP-Kamerlid Stoffer c.s.om jongeren tot 21 jaar die niet meer dan twaalf uur per week werken, onder het lage WW-tarief te brengen. Een  amendement van Stoffer en Baudet om dat ook voor seizoenwerkers te regelen, haalde het niet; het kabinet had dat amendement ontraden omdat het niet uitvoerbaar is via de Belastingdienst. Wel is de motie Wiersma/Heerma aangenomen die het kabinet oproept om samen met sociale partners alsnog tot maatwerkoplossingen voor seizoenswerk te komen. 

    Handschoen oppakken

    “Die handschoen pakken we natuurlijk graag op”, zegt voorzitter Jacco Vonhof van MKB-Nederland namens de ondernemersorganisaties. “Het is jammer dat het nu vanwege uitvoeringsperikelen niet mogelijk is om seizoenswerk te ontzien, maar het boek is niet dicht. We moeten met elkaar nu snel een oplossing vinden om te voorkomen dat deze ondernemers forse kostenverhogingen voor hun kiezen krijgen voor iets waar ze niks aan kunnen doen. Tijdelijk werk, zoals in de landbouw of de recreatie, kan alleen maar met tijdelijke krachten worden ingevuld.”
    Het is daarom ook goed dat ondernemers met seizoenswerk in ieder geval de ruimte krijgen om via de cao alsnog de nodige flexibiliteit rond oproepkrachten te behouden, aldus de ondernemersorganisaties. 

    Zij hebben in hun campagne Zo werkt het niet! steeds betoogd dat het niet logisch én niet fair is om ondernemers financieel af te straffen voor de inzet van tijdelijke krachten waar dat inherent is aan de aard van het werk. “Het is mooi dat het gezonde verstand het ten aanzien van jongeren alvast heeft gewonnen”, aldus Vonhof. “Branches als horeca en detailhandel kunnen niet zonder scholieren en studenten die de pieken opvangen.” 

    Reparatie ontslagrecht

    Tevreden zijn de ondernemersorganisaties ook met de zogeheten cumulatiegrond in het ontslagrecht, die ondernemers de mogelijkheid geeft meerdere redenen voor ontslag combineren. Vonhof: “Dit vereenvoudigt het ontslagrecht en doet recht aan het feit dat ontslag vaak diverse gronden heeft. Het is daarom een terechte reparatie van de Wet Werk en Zekerheid. Als zo’n 40 procent van de ontslagaanvragen niet meer voorbij de kantonrechter komt – en dat is een veel hoger percentage dan vóór de invoering van WWZ – dan weet je dat het niet goed is.”
    VNO-NCW en MKB-Nederland vinden het verder positief dat de keten van tijdelijke contracten wordt verruimd van 24 naar 36 maanden. Dit geeft ondernemers meer mogelijkheden om te bezien of er voldoende werk is en blijft om medewerkers ook een vast contract aan te bieden.

    MKB-budget voor scholing

    De ondernemersorganisaties zijn ook blij met het besluit om 48 miljoen euro in te zetten voor kleine(re) bedrijven om de leercultuur te ondersteunen. Daartoe had onder anderen VVD-Kamerlid Wiersma een motie ingediend. Dit  budget moet het ondernemers makkelijker maken om medewerkers zelf te kunnen opleiden, onder meer via bedrijfsscholing. “Over de uitwerking van die plannen praten en denken wij graag mee”, aldus Vonhof.
    De Wet Arbeidsmarkt in Balans is aangenomen door de coalitiepartijen, SGP en Forum voor Democratie.

    * Detailhandel Nederland, InRetail, Koninklijke Horeca Nederland, Cumela Nederland, Nederlandse Veiligheidsbranche, RECRON en LTO Nederland

  • Ondernemers: Maatregelen tijdelijk werk leveren geen extra vaste banen op

    Ondernemers: Maatregelen tijdelijk werk leveren geen extra vaste banen op

    Ondernemers: Maatregelen tijdelijk werk leveren geen extra vaste banen op

    Den Haag, 29 januari 2019 – Medewerkers krijgen niet eerder en vaker een vast contract aangeboden als de plannen van minister Koolmees (SZW) met betrekking tot tijdelijk werk doorgaan. Dat zegt 91 procent van de werkgevers voor wie de inzet van tijdelijke krachten geen keuze is, maar inherent aan de aard van het werk. Bijna 70 procent vreest dat het juist alleen maar banen gaat kosten. Dat blijkt uit een enquête onder ondernemers* over de maatregelen die zijn aangekondigd in de Wet Arbeidsmarkt in Balans, die aanstaande donderdag wordt behandeld in de Tweede Kamer. De enquête is gehouden in het kader van de campagne Zo werkt het niet! die in december door VNO-NCW, MKB-Nederland en een aantal brancheorganisaties is gelanceerd.

    “In de WAB wordt ‘vergeten’ dat veel tijdelijke krachten die pieken opvangen, scholieren en studenten zijn”, zegt voorzitter Jacco Vonhof van MKB-Nederland. “Die willen gewoon een centje bijverdienen, meer niet. Ik gun iedereen die dat ambieert een vast contract en zekerheid. Maar feit is ook dat veel mensen bewust kiezen voor een wat vrijer bestaan.”

    Het kabinet wil met het duurder maken van tijdelijk werk  – tijdelijke contracten, seizoenswerk, oproepcontracten en contracten voor onbepaalde tijd zonder vaste uren – afdwingen dat werkgevers eerder en vaker een ‘vast contract’ aanbieden, dus een contract voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren. Onderdeel van het wetsvoorstel is dat de premie voor de werkloosheidswet (WW) voor tijdelijk werk 5% -punt hoger wordt dan voor vaste contracten en dat direct bij afloop van een contract een transitievergoeding vanaf dag 1 moet worden betaald van ongeveer 3 procent van het tot dan toe verdiende salaris.

    Geen keuze

    Werkgevers in detailhandel, horeca, grondverzet, recreatie, evenementenbeveiliging en land- en tuinbouw zien helemaal niets in deze plannen: ruim 90 procent wijst ze volledig af. Bijna 30 procent steunt weliswaar het streven van het kabinet naar meer vaste banen, maar wijst erop dat de inzet van tijdelijk werk in hun branche geen keuze is, maar inherent aan de aard van het werk. Voor 94 procent is het onmisbaar vanwege pieken en seizoenen. 
    Vonhof: “Aardbeien worden niet geoogst in december. En geen mens gaat kamperen of een cursus kitesurfen volgen in de herfst. En dan heb je nog sectoren die te maken hebben met enorme pieken in het werk, zoals horeca en detailhandel. De detailhandel bijvoorbeeld moet het vooral hebben van de decembermaand. Die kan dan niet zonder oproepkrachten.”

    Meer dan twee derde van de werkgevers denkt dat het duurder maken van tijdelijk werk juist alleen maar banen kost. En 89 procent geeft aan dat consumenten uiteindelijk de rekening gaan betalen, omdat werkgevers de hogere kosten aan hen zullen doorberekenen. Zachtfruitteler Robert van de Meer heeft berekend dat de maatregelen in de WAB in zijn bedrijf leiden tot een kostenverhoging van dik 6 procent. En campingeigenaar Willemieke de Waal gaat alleen aan WW-premie al 68.000 euro meer betalen voor de 220 tijdelijke krachten die zij in het kampeerseizoen aan het werk heeft. “Wij kunnen die mensen helaas niet het hele jaar aan de slag houden en daar heeft iedereen begrip voor. De WAB gaat dat niet veranderen. Wij worden als seizoenbedrijf onevenredig gestraft.”

    Zo werkt het niet!

    De brancheorganisaties Detailhandel Nederland, Inretail, KHN, Cumela Nederland, Nederlandse Veiligheidsbranche, RECRON en LTO Nederland lanceerden samen met VNO-NCW en MKB-Nederland in december al de campagne Zo werkt het niet!, waarmee ze duidelijk maken dat seizoensarbeid of het opvangen van pieken zich niet laten vangen in een vast contract. Het is daarom niet logisch en niet eerlijk om dat te bestraffen. Bovendien wordt niemand daar beter van. De werkgevers willen geen WAB die ervoor zorgt dat tijdelijke krachten hun baan kunnen verliezen of die tot prijsverhogingen leidt, zonder dat de mensen om wie het gaat daar zelf beter van worden. 

    Wetsvoorstel aanpassen

    De ondernemersorganisaties bepleiten een aanpassing van het wetsvoorstel. Dit kan bijvoorbeeld door het verschil tussen de hoge en de lage WW kleiner te maken en de definitie van vast en tijdelijk aan te passen, zodat minder contracten onder de hoge premie vallen. Voor bijbanen van scholieren en studenten en seizoenswerk zou een uitzondering op de hoge WW-premie en op de transitievergoeding vanaf dag 1 moeten gelden. 
    Die oproep doen VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland vandaag ook in een brief aan de Tweede Kamer (zie bijlage).

    *De enquête is ingevuld door circa 500 werkgevers in genoemde branches.

  • Georganiseerde beveiligingssector trapt 2019 gezamenlijk af!

    Georganiseerde beveiligingssector trapt 2019 gezamenlijk af!

    Georganiseerde beveiligingssector trapt 2019 gezamenlijk af!

    Den Haag, 10 januari 2019 – Op 10 januari 2019 heeft de Nederlandse Veiligheidsbranche de eerste gezamenlijke nieuwjaarsbijeenkomst samen met ASIS Benelux, Vereniging Beveiligingsprofessionals Nederland (VBN), VEB en VEBON-NOVB gehouden. De Kick-off Beveiliging & Veiligheid was met een kleine 400 gasten een druk bezocht en geslaagd netwerkevent. 

    Oud-staatssecretaris van Justitie, Fred Teeven, verwelkomde de gasten en inspirator Lucien Engelen nam de aanwezigen mee in hoe we nu naar de toekomst moeten kijken en meer gebruik moeten maken van mensen met een “Pippi Langkous”-houding: “dat heb ik nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan”. Cultuur in een organisatie en de wil om te veranderen, bepalen de mogelijkheden voor innovatie. Heeft de beveiligingssector in beeld welke nieuwe mogelijkheden er zijn en wie er uit de nieuwe wereld meekijkt naar de branche?

    Bekijk hier het filmverslag van de kicik-off!

    Klik hier om naar een heel leuk filmpje te gaan uit de presentatie van Lucien Engelen. 

  • Veiligheidsbranche in actie tegen boete op tijdelijk werk

    Veiligheidsbranche in actie tegen boete op tijdelijk werk

    Veiligheidsbranche in actie tegen boete op tijdelijk werk

    Den Haag, 11 december 2018 – ‘Zo werkt het niet’. Onder dat motto komen ondernemers uit een groot aantal branches vanaf vandaag in actie tegen maatregelen in de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) die tijdelijk werk duurder maken. Seizoensarbeid of het opvangen van pieken laat zich niet vangen in een vast contract, betogen zij. Een tijdelijk contract is hier geen keuze, maar inherent aan de aard van het werk. Het is dan ook niet logisch en niet eerlijk om dat te bestraffen. ‘Daar wordt ook niemand beter van’, aldus de ondernemers.

    Onderschrift

    Detailhandel, horeca, recreatie, ondernemers in groen, grond en infra, land- en tuinbouw en evenementenbeveiliging, samen overhandigden zij vanmiddag in Den Haag een manifest met hun zorgen aan de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het is het startsein voor een social mediacampagne, waarmee zij duidelijk willen maken wat de gevolgen zijn als tijdelijk werk duurder en lastiger te organiseren wordt.

    Balans ver te zoeken

    Hoewel de WAB van minister Koolmees een aantal zaken op de arbeidsmarkt verbetert, is de balans ver te zoeken als het gaat om tijdelijk werk, vinden de ondernemers. Tijdelijk werk wordt duurder omdat daarvoor de hoge WW-premie gaat gelden en vanaf dag 1 transitievergoeding verschuldigd is. De mogelijkheid om oproepkrachten in te zetten wordt drastisch beperkt en daarmee onwerkbaar in de praktijk.

    In het gezamenlijke manifest vragen de ondernemers en hun organisaties de politiek om tijdelijk werk serieus te nemen en de WAB aan te passen: geen hoge WW-premie en transitievergoeding voor seizoenswerk, pieken en scholieren en studenten en behoud van flexibiliteit rond oproepcontracten.

    Zachtfruitteler Robert van de Meer heeft berekend dat de maatregelen in de WAB in zijn bedrijf leidt tot een kostenverhoging van dik 6 procent. “En dat alleen maar omdat ik nu eenmaal niet het jaar rond werk heb.” Campingeigenaar Willemieke de Waal gaat alleen aan WW-premie al 68.000 euro meer betalen voor de 220 tijdelijke krachten die zij in het kampeerseizoen aan het werk heeft. “Wij kunnen die mensen helaas niet het hele jaar aan de slag houden en daar heeft iedereen begrip voor. De WAB gaat dat niet veranderen. Wij worden als seizoenbedrijf onevenredig gestraft.”

    Oproepkracht wíl geen vast contract

    De 77 parttime- en oproepkrachten die supermarktondernemer Harold van Velzen in dienst heeft, willen niet elke week hetzelfde aantal uren draaien, zegt hij. “Scholieren en studenten willen meer werken in vakanties, terwijl de moeders die hier werken dan juist thuis willen zijn voor de kinderen. We hebben nu de vrijheid om dat goed te plannen en daar komen we altijd uit. De WAB wil met het ingrijpen in oproepcontracten een probleem oplossen dat niet bestaat.” Voor de 400 oproepkrachten van het evenementenbeveiligingsbedrijf van Geert Sijtzema is hun bijbaan een ‘betaalde hobby’. “Het zijn vooral mensen met een vaste baan, die het leuk vinden om dit er af en toe in het weekeinde bij te doen. Die wíllen niet eens een vast contract bij ons.”

    Geen extra vaste banen

    De ondernemers wijzen erop dat verhoging van de kosten en beperking van de mogelijkheden van tijdelijke arbeid niet één vaste baan méér zal opleveren. Waar het wel toe leidt, is dat dit soort werk onbetaalbaar dreigt te worden. ‘Wij willen geen WAB die ervoor zorgt dat onze tijdelijke krachten hun baan kunnen verliezen. Of die tot prijsverhogingen leidt, zonder dat onze medewerkers zelf daar nu zoveel beter van worden’, zeggen zij.

    Achtergronden

    De campagne Zo werkt het niet! is een initiatief van CUMELA Nederland, Detailhandel Nederland, Koninklijke INretail, Koninklijk Horeca Nederland, LTO Nederland, De Nederlandse Veiligheidsbranche, MKB-Nederland, RECRON en VNO-NCW. Zie de website https://www.zowerkthetniet.nl voor meer informatie en verhalen van de ondernemers zelf. 

  • Langjarige cao goed voor veiligheidsbranche

    Langjarige cao goed voor veiligheidsbranche

    Langjarige cao goed voor veiligheidsbranche

    Gorinchem, 19 september 2018 – Na langdurige en zware gesprekken, hebben de cao-onderhandelingsdelegaties van werkgeversorganisatie De Nederlandse Veiligheidsbranche en de vakbonden, FNV Beveiliging, CNV Vakmensen.nl en De Unie Security op in de nacht van 18 op 19 september 2018 een resultaat bereikt over een nieuwe cao. De Nederlandse Veiligheidsbranche ziet het bereikte akkoord als een trendbreuk met het verleden waarin bonden en werkgevers te vaak en te veel tegenover elkaar stonden in plaats van met elkaar de zaken aan te pakken. Het is nu aan de leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche, maar ook aan de achterbannen van de vakbonden om dit positieve resultaat goed te keuren. Het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche vindt dat het vak van beveiliging aantrekkelijk moet blijven, op korte en lange termijn. Dit akkoord geeft daarvoor een aantal garanties, en daarom doet het bestuur dan ook een beroep op alle partijen in de particuliere beveiliging om zich achter dit akkoord te scharen.

    In de cao die voor vijf jaar geldt, staan afspraken over ontwikkeling van de lonen, de pensioenen, de roosters, de verhouding flex/vast, het terugbrengen van de arbeidstijd in 2023 en een groot aantal andere zaken. De Nederlandse Veiligheidsbranche is blij met de termijn van vijf jaar, omdat een langjarige cao zorgt voor rust en voorspelbaarheid, niet alleen voor werknemers en werkgevers, maar voor onze klanten. Ook geeft een langjarige cao partijen de tijd en ruimte om het eens te worden over gecompliceerde vraagstukken rondom roosters, gezond werken tot je oude dag en technologische veranderingen.

    Voor ons als werkgevers heeft een langjarige cao als voordeel dat we veel beter weten waar we aan toe zijn bij nieuwe aanbestedingen. Tussen nu en 2023 zal maar liefst 80-90% van de contracten opnieuw worden aanbesteed. Een nieuwe cao geeft de branche rust en vertrouwen, en daarmee de mogelijkheid zich verder te ontwikkelen en te professionaliseren. Dat is goed voor werknemers en werkgevers, maar ook voor onze opdrachtgevers die hierdoor meer bereid zullen zijn om een faire prijs voor beveiliging te betalen.