Tag: ard van der steur

  • Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Gorinchem, 25 april 2019 – Zijn inwerkprogramma zit goed vol. Ard van der Steur (49), sinds 4 april voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, heeft er een spottersopleiding opzitten, ging op pad met een surveillant van het beveiligingsbedrijf G4S en verwacht nog dit jaar alle leden persoonlijk te bezoeken. “Intussen hoop ik veel te zien van hun werk in de praktijk.” Zijn eerste conclusie? “Ik ben onder de indruk en zie hoe leuk en interessant het werk van een beveiliger kan zijn.” 

    Ard van der Steur

    Waarom wordt iemand voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche?
    Van der Steur: “Naast democratie en rechtstaat, is veiligheid een van de kernwaarden van onze samenleving. Voor democratie en rechtstaat heb ik me geruime tijd ingezet. Ik vind het ontzettend leuk om nu op deze manier mijn steentje te mogen bijdragen aan de veiligheid. Echt een eer dat ik gevraagd ben als voorzitter van de veiligheidsbranche.” 

    Hebt u al een beeld van de branche?
    “Op basis van ervaring in het verleden en de werkbezoeken die ik deze maand al heb afgelegd, is mijn beeld dat het een zeer professionele branche is, met goed opgeleide, enthousiaste, vakbekwame, integere mensen, die invulling geven aan een behoorlijk lastig vak.”

    “Dat laatste wordt wel eens vergeten. Ik volgde afgelopen maand de spottersopleiding. Tijdens die opleiding, een samenwerking van de branche en de Politieacademie, worden mensen getraind in het signaleren van afwijkend gedrag om in een vroeg stadium overtredingen, misdrijven of terroristische aanslagen te voorkomen. Dan merk je weer eens dat een beveiliger eigenlijk maar één wapen heeft: zijn mond. Daarmee moet hij in alle denkbare situaties effect bereiken. En het is nogal wat als je voor een stadion vol met uitgelaten voetbalsupporters staat of op een dansfeest, met allerlei mensen die in meer of mindere mate van geestverruimende middelen hebben genoten. Steeds maar weer inspelen op de situatie, steeds maar weer zorgen dat het niet escaleert en dat je er zelf ongeschonden uitkomt. Dat is heel knap, dat is echt een mooi, maar moeilijk vak.” 

    Een bekend punt, maar wat is uw mening: moeten beveiligers wapens gaan dragen?
    “Onze branche is daarin heel terughoudend. En terecht. Het geweldsmonopolie hoort bij de overheid, maar dat betekent wel dat beveiligers er – in geval van nood – van uit moeten kunnen gaan dat de politie snel ter plaatse kan zijn. Dat is de andere kant van het verhaal. Je moet bovendien altijd goed overwegen of afweermiddelen wel echt tot betere bescherming leiden. Ze kunnen namelijk ook tegen je gebruikt worden. Pepperspray klinkt leuk, totdat het in je eigen ogen zit. Een wapenstok is mooi, totdat je er zelf mee geslagen wordt. Dat zulke afweermiddelen ook tot verdere escalatie kunnen leiden, wordt wel eens over het hoofd gezien.”

    Hoe ziet u de toekomst van de veiligheidsbranche; bent u optimistisch?
    “Ik ben zeer optimistisch. Veiligheid zal in de toekomst een heel belangrijk onderwerp blijven, en zal  nog belangrijker worden. Ik verwacht dus dat de veiligheidsbranche de komende jaren verder zal groeien, in de ene sector uiteraard sterker dan in de andere. De politie zal op een aantal terreinen ook meer ruimte geven aan particuliere beveiligingsorganisaties.”
    “In het werk van onze bedrijven, zal techniek steeds belangrijker worden, maar veel werk kan niet door technische hulpmiddelen uitgevoerd worden. Er blijft altijd behoefte aan persoonlijke beveiligers: de man of vrouw op straat, in een winkelcentrum of elders, die een oogje in het zeil houdt en zichtbaar is.”

    Wat wilt u als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche bereiken de komende jaren?
    “Het belangrijkste is dat de branche nog beter dan nu bij opdrachtgevers en bij de overheid in beeld komt. Als onze belangen in het geding zijn bij besluitvorming, dan moeten die belangen serieus worden meegewogen. Daar wil ik me sterk voor maken. Waar verbeteringen mogelijk en eenvoudig zijn, moeten deze ook snel worden doorgevoerd. Een simpel voorbeeld: bedrijven worden nu geconfronteerd met veel administratieve rompslomp bij het aanvragen van legitimatiebewijzen voor beveiligers. Iedereen ziet dat het anders kan en moet, maar om een of andere reden verandert het niet snel. Voor zoiets hoop ik een aanzet te kunnen geven de komende maanden.”

    “Opleidingen zijn wat mij betreft de komende jaren een heel belangrijk punt. Beveiligers moeten met nieuwe technieken leren omgaan, vaak ook wordt van hen een andere, meer brede rol verwacht. De eisen veranderen; daarom is het ook zo leuk om beveiliger te worden. Beroepsopleidingen moeten daar nog beter dan nu op inspelen. Ik denk dat zowel de opleidingen als de beveiligingsbranche hier belang bij hebben. De scholen moeten openstaan voor wensen van de branche, maar tegelijkertijd roep ik onze bedrijven ook op voldoende stageplaatsen te blijven aanbieden. We hebben er allemaal belang bij dat zoveel mogelijk jonge mensen de weg naar de veiligheidsbranche weten te vinden. Dus moeten we het liefst ook gezamenlijk werken aan een beter imago, of beter gezegd: aan het tonen van de echte werkelijkheid van de beveiliging.”

    Kunt u als voorzitter het accent verleggen van concurreren op alleen prijs naar concurreren op prijs en kwaliteit?
    “Daaraan wil ik ook zeker mijn bijdrage leveren. Ook wat dit betreft ben ik optimistisch. Er is bij de overheid  een ontwikkeling gaande, waarbij minder alleen op de prijs wordt gelet en meer aandacht wordt gegeven aan kwaliteit. Dat is soms best lastig, maar ik zie het wel gebeuren en dat is een positieve ontwikkeling. Van groot belang is dat daarbij het keurmerk Beveiliging goed in ogenschouw wordt genomen door overheidsorganisaties op alle niveaus, landelijk, provinciaal en lokaal. Het keurmerk Beveiliging garandeert dat je zakendoet met een bedrijf dat financieel solide is, dat zijn afspraken nakomt en dat netjes met mensen omgaat.”

    “Daarbij speelt ook de nieuwe cao Particuliere Beveiliging, die bewust voor vijf jaar is afgesloten, een grote rol. Daarmee kunnen we echt investeren in arbeidsvoorwaarden en in kwaliteit. Het is voor de sector van groot belang dat deze cao algemeen verbindend wordt verklaard. Daarmee ontstaat rust in de branche en kunnen bedrijven consequent gaan bouwen aan hun toekomst.”

    De branche telt veel organisaties; kent u ze allemaal al?
    “Ik verwacht ze in elk geval zo snel mogelijk allemaal te kunnen spreken. Daarbij wil ik vooral bekijken waar we kunnen samenwerken. Onze belangen lopen niet altijd parallel, maar vaak wel. Ik verheug mij erop hen te ontmoeten en de mogelijkheden voor verdere samenwerking te bespreken.”

  • Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem, 5 april 2019 – Ard van der Steur, oud-minister van Veiligheid en Justitie, is sinds donderdagmiddag 4 april de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Tijdens de algemene ledenvergadering in Den Haag werd hij bij acclamatie benoemd als opvolger van Laetitia Griffith, die deze rol acht jaar heeft vervuld.

    Foto: Henk Ganzeboom, Kobalt Fotografie Dupho

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    Bij zijn aantreden maakte Ard van der Steur bekend dat hij zich de komende jaren onder andere wil toeleggen op het verder moderniseren van de opleiding van beveiligers. Dat is volgens hem nodig omdat aan beveiligingsbedrijven nieuwe eisen worden gesteld, bijvoorbeeld als het gaat om integratie van de dienstverlening met techniek, maar ook op het gebied van hospitality. Ook vindt hij dat de branche aantrekkelijker moet worden voor jongeren.

    Voor de veiligheid in Nederland is het volgens Van der Steur belangrijk dat bij het aanbesteden van beveiligingsopdrachten minder wordt geconcurreerd op prijs en meer op kwaliteit. Hij noemde het ‘hoopgevend’ dat dit besef ook bij steeds meer opdrachtgevers lijkt door te dringen. De nieuwe voorzitter maakte verder bekend dat hij veel tijd wil steken in rechtstreekse contacten met de aangesloten ondernemingen en de relatie met overheden verder wil versterken.

    Ard van der Steur (1969) werkte na zijn studie lange tijd als advocaat. Van 2010 tot 2015 was hij lid van de Tweede Kamer en onder andere woordvoerder voor veiligheid en justitie. Van 2015 tot 2017 was Van der Steur minister van Veiligheid en Justitie. Na zijn aftreden ging hij onder andere aan de slag als directeur van een advocatenkantoor. Daarnaast vervult hij verschillende maatschappelijke functies.

  • Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem, 29 maart 2019 – Verdere professionalisering van de branche, een goede positionering van het keurmerk en optimale samenwerking met overheidsinstanties. Dat zijn drie grote thema’s die Laetitia Griffith hebben beziggehouden bij de Nederlandse Veiligheidsbranche. Begin april neemt ze – na acht jaar – afscheid als voorzitter en wordt ze opgevolgd door Ard van der Steur. Hoe kijkt ze terug?

    Laetitia Griffith

    Wat was de dominante trend in de afgelopen acht jaar?
    Griffith: “Professionalisering is een dominante trend in alle sectoren die wij vertegenwoordigen, dus bij particuliere beveiligingsbedrijven, maar ook op het gebied van evenementenbeveiliging, bij het geld- en waardentransport en bij particuliere onderzoeksbureaus. Dat was ook nodig, want de markt en onze sparring partners bij de overheid vragen het. De toenemende terreurdreiging speelt daarbij zeker een rol.
    Professionalisering vereist nieuwe en andere vaardigheden. Voor bedrijven op het gebied van evenementenbeveiliging was het belangrijk nog beter te gaan samenwerken met de politie, maar zich ook te verdiepen in crowd management: hoe bewegen mensenmassa’s zich, hoe kun je die bewegingen beïnvloeden, hoe reageer je het beste op incidenten? Particuliere onderzoeksbureaus ondervinden vooral de gevolgen van strengere wetgeving op het gebied van privacy. Wat mag wel, wat mag niet, hoe ga je om met persoonsgegevens? Kun je werknemers heimelijk met een camera registreren? Allemaal terechte vragen, waar bedrijven het antwoord op moeten weten.
    Ook wordt meer ondersteuning van onze bedrijven gevraagd bij het voorkomen en helpen oplossen van strafbare feiten. Om gezichts- of kentekenherkenning mogelijk te maken zullen we camera’s van betere kwaliteit moeten inzetten. En zo zijn er veel meer voorbeelden van steeds verdergaande professionalisering.”

    Tegelijk is de veiligheidsbranche een markt waar opdrachtgevers sterk letten op de prijs. Dat wringt?
    “Absoluut, dat staat haaks op elkaar. Onze medewerkers krijgen een betere opleiding, worden deskundiger en breder inzetbaar. Daarin moeten bedrijven investeren en dat geld moet terugverdiend worden. We hebben de laatste jaren veel gedaan om dat probleem te tackelen. Er is een onafhankelijke commissie die – onder andere voor onze branche – toezicht houdt op verantwoordelijk marktgedrag. Opdrachtgevers wordt gevraagd de bijbehorende code te onderschrijven. Als een bedrijf vindt dat een aanbesteding teveel gericht is op de laagste prijs, dan kan het bij die commissie terecht. Het zal nog enige tijd duren voordat we kunnen zien of deze vorm van toezicht vruchten afwerpt.
    Intussen zijn meer mogelijkheden om te investeren in kwaliteitsverbetering ook een belangrijke pijler onder onze nieuwe cao. Investeren in kwaliteit en in mensen is niet lang vol te houden als iedereen alleen maar oog heeft voor de laagste prijs. Zelfs bedrijven die een financiële buffer hebben, moeten dan op een zeker moment afhaken.”

    Is het imago van de beveiligingsbranche de afgelopen jaren verbeterd?
    “Zeker. Je merkt ook op straat dat het respect voor mensen in beveiligingsfuncties is toegenomen. Men realiseert zich steeds beter: je zal maar bij een evenement staan en moeten dealen met een bezoeker die stijf staat van de drank of van de coke. Je zal het maar moeten doen.
    In de praktijk zijn ook grote stappen gezet in de samenwerking tussen onze branche en bijvoorbeeld de politie. Ga eens naar een politiebureau, dan zie je aan de balie vaak beveiligers van een particulier bedrijf. Dat is toch publiek-private samenwerking in optima forma? Desondanks zijn er altijd partijen, ik denk bijvoorbeeld aan de SP in de Tweede Kamer, die liever vasthouden aan oude beelden en die graag blijven roepen dat wij cowboys zijn. Die blijven het liefst in de oude groef hangen en hebben daar misschien ook wel een belang bij. Gelukkig zijn dat de uitersten; zij zullen op zeker moment ook wel ontdekken dat de praktijk heel anders is.”

    Heeft het Keurmerk Beveiliging bijgedragen aan een beter imago?
    “Daarvan ben ik overtuigd. Ik heb me hard gemaakt voor een duidelijke positionering van dat keurmerk via onder meer radiocampagnes. En eerlijk is eerlijk, daarvoor heb ik soms de blaren op mijn tong moeten praten binnen het bestuur. Dat was ook wel te begrijpen, want de branche heeft hierin gezamenlijk moeten investeren. We hebben ook veel missiewerk gedaan bij gemeenten, ministeries en andere opdrachtgevers: als je een bedrijf voor beveiliging wilt inhuren, vraag dan of het beschikt over het keurmerk. Zo kun je het kaf van het koren scheiden en hoef je niet achteraf te mopperen dat de dienstverlening is tegengevallen.”

    U heeft veel gehamerd op goede samenwerking met de politie; hoe is de stand van zaken?
    “Het gaat steeds beter in de praktijk, maar soms denk ik dat het nog beter kan. De politie mag ons beschouwen als extra ogen en oren. Ik zou zeggen: we rijden dagelijks met veel mensen rond, dus gebruik ons. De politie mag ook eisen stellen aan beveiligingsbedrijven: is er een keurmerk, zijn de mensen voldoende gescreend? Allemaal uitstekend uiteraard, maar dan moet de samenwerking wel van twee kanten komen. Dus als een beveiliger aan zijn dienst begint op een bedrijventerrein, is het wel goed om te weten of daar in de voorafgaande uren incidenten, zoals inbraken, hebben plaatsgevonden. Zulke informatie moet de politie met onze bedrijven willen delen. Gelukkig lopen er pilots met dit soort informatie-uitwisseling.”

    Lopen binnen de veiligheidsbranche de belangen van de bedrijven parallel?
    “Meestal wel, maar uiteraard niet altijd. Dat moeten we steeds onderkennen en daar moeten we goed mee omgaan. Besluitvorming binnen de vereniging moet gebaseerd zijn op argumenten en daarbij moeten we ook voortdurend het belang van de kleinere bedrijven op het netvlies hebben.
    Ik heb sinds mijn aantreden geprobeerd oog te hebben voor het midden- en kleinbedrijf. Zoals bij veel verenigingen, bestond ook bij de Nederlandse Veiligheidsbranche wel eens het beeld dat vooral de grotere spelers het voor het zeggen hebben. Voor een deel is dat logisch, want grotere bedrijven hebben vaak meer armslag om tijd en mensen beschikbaar te stellen voor de vereniging. Ik heb dat beeld kunnen doorbreken. Enkele zetels in het bestuur zijn gereserveerd voor kleine en middelgrote bedrijven en als we mensen zoeken voor bijvoorbeeld een commissie of op een andere manier inhoudelijke ondersteuning nodig hebben, dan vragen we het ook altijd aan alle leden. En als het moet, bij herhaling.

    Wat is de grootste uitdaging  voor uw opvolger?
    “Haha, het is niet mijn gewoonte een opvolger publiekelijk advies te geven, maar gelukkig heeft Ard van der Steur al gezegd waarop hij zich wil focussen. Hij wil nog meer tijd en energie steken in het onderwijs, in de opleiding van beveiligers. Dat lijkt mij zeer terecht. De verwachtingen ten aanzien van beveiligers zijn anders dan tien jaar geleden. Er wordt steeds meer gevraagd van onze mensen. Ze moeten zich bewust zijn van hun kwetsbare positie, al was het maar via hun gedrag op sociale media. Daarnaast willen opdrachtgevers steeds vaker beveiligers die multi-inzetbaar zijn. Sommigen worden ook wel gastheer of gastvrouw genoemd; ze doen niet alleen de toegangscontrole, maar zijn tegelijkertijd het gezicht van de organisatie. Dat vraagt andere vaardigheden en daar moet de opleiding nog beter op inspelen.
    Een ander punt is tekort aan personeel. Soms hebben bedrijven gewoon de mensen niet om de opdrachten die er zijn, te kunnen uitvoeren. Een vraag voor de komende jaren is: wat kunnen wij doen om werken in onze branche nog aantrekkelijker te maken voor jonge mensen? Ze moeten het vak kiezen omdat ze het interessant vinden en niet vanwege gebrek aan andere opties. Het is een vak om trots op te zijn. Mijn respect voor beveiligers is de afgelopen acht jaar alleen maar toegenomen.”

  • Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Den Haag, 20 februari 2019 – Laetitia Griffith neemt afscheid als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Ard van der Steur, oud-minister van Veiligheid en Justitie, wordt voorgedragen als haar opvolger. De benoeming vindt plaats door de algemene ledenvergadering op 4 april.

    Laetitia Griffith
    Ard van der Steur

    Mr. Laetitia Griffith (1965) werd acht jaar geleden voor het eerst benoemd als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Ze werd drie keer herbenoemd. 

    Het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche zegt Griffith zeer dankbaar te zijn voor haar inzet om van de branche een gerespecteerde gesprekspartner voor de overheid en het georganiseerde bedrijfsleven te maken.
    ‘Zij heeft gedurende haar voorzitterschap terecht een sterk accent gelegd op de professionaliteit en integriteit van beveiligers en de kwaliteit van de dienstverlening. Ook het Keurmerk Beveiliging als kwaliteitsoordeel is een van haar belangrijke speerpunten geweest. Bovendien heeft ze in tijden van economische crisis en grote veranderingen op het terrein van veiligheid (minder politie, meer terroristische dreiging) particuliere beveiliging en particulier onderzoek goed op de kaart gezet en daarbij ook veel aandacht gegeven aan de positie van kleine en middelgrote bedrijven. Ook heeft ze zich met passie ingezet voor publiek-private samenwerking tussen de partners in de veiligheidsketen en wederzijdse informatie-uitwisseling om Nederland veiliger te maken. Wij zijn haar dankbaar dat zij de afgelopen jaren de positie van de veiligheidsbranche heeft versterkt.’

    Het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche vindt het jammer afscheid te moeten nemen van de huidige voorzitter, maar kijkt ook uit naar de samenwerking met haar opvolger Ard van der Steur, die ook ruime ervaring heeft in het veiligheidsdomein. ‘Hij is de juiste voorman om de positie van de branche verder te versterken en haar betekenis voor de samenleving een nog scherper accent te geven.’

    Ard van der Steur is zeer gemotiveerd om het Meerjarenbeleidsplan ‘Kwaliteit in Veiligheid’ (2018-2021) van de Nederlandse Veiligheidsbranche verder te realiseren. Net als onder zijn voorgangster blijft de branche, volgens Van der Steur, een professionele, betrouwbare en vanzelfsprekende partner voor overheid en particuliere sector als het gaat om beveiligingsvragen en veiligheidsbeleid.

    Een van zijn aandachtspunten zal zijn het verder moderniseren van de opleiding van beveiligers. Dat is nodig omdat aan beveiligingsbedrijven nieuwe eisen worden gesteld, bijvoorbeeld als het gaat om integratie van de dienstverlening met techniek, maar ook op het gebied van hospitality. Belangrijk is volgens Van der Steur ook dat de branche aantrekkelijker wordt voor jongeren. “Binnen de branche maar ook daarbuiten krijg je als deskundige beveiligingsprofessional veel kansen op interessante vervolgstappen” aldus Van der Steur.

    Ard van der Steur (1969) werkte na zijn studie lange tijd als advocaat. Van 2010 tot 2015 was hij lid van de Tweede Kamer en onder andere woordvoerder voor veiligheid en justitie. Van 2015 tot 2017 was Van der Steur minister van Veiligheid en Justitie. Na zijn aftreden ging hij onder andere aan de slag als directeur van een advocatenkantoor. Daarnaast vervult hij verschillende maatschappelijke functies.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • Samenwerking Sensing voor veiliger Nederland

    Samenwerking Sensing voor veiliger Nederland

    Samenwerking Sensing voor veiliger Nederland

    Den Haag, 10 november 2016 – Het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de veiligheidsbranche gaan intensiever samenwerken in het gebruik van camerabeelden en data uit andere sensoren. Deze samenwerking tussen publieke en private partijen op het gebied van sensing vergroot de gezamenlijke slagvaardigheid op het gebied van veiligheid. Dat staat in een verklaring die de minister van Veiligheid en Justitie, de korpschef van de politie en voorzitters van de Nederlandse Veiligheidsbranche en VEBON-NOVB vandaag ondertekenden tijdens het congres over sensing.

    Sensing is het waarnemen of verzamelen van informatie met betrekking tot een object of persoon met een technisch hulpmiddel, de sensor. Behalve de politie maakt ook de private sector veel gebruik van informatie uit sensoren: meer dan 90% van de beschikbare informatie is afkomstig van camera’s en andere sensoren die beheerd worden door beveiligingsbedrijven en andere private partijen. Politie en beveiligers komen elkaar in hun dagelijkse werk tegen in het gebruik van sensing en kunnen door hun gezamenlijke inspanning Nederland veiliger maken. Zo kan door realtime uitwisseling van informatie binnen de veiligheidsketen de kans om op heterdaad te betrappen worden vergroot.Intentieverklaring

    Het aantal sensoren neemt naar verwachting toe van vijf naar vijftig miljard in vijf jaar. De sensoren worden goedkoper, breder toepasbaar, vaker gebruikt en kunnen ook steeds meer in netwerken functioneren. Partijen realiseren zich dat aan samenwerking op het gebied van sensing organisatorische, juridische en ethische voorwaarden zijn verbonden. Deze onderwerpen stonden ook op het programma van het congres sensing dat betrokken partners vandaag organiseerden. Tijdens het congres spraken zij af om de publiek-private samenwerking op het gebied van sensing verder vorm te geven. Op deze wijze geven het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de beveiligingssector uiting aan hun ambitie om Nederland gezamenlijk veiliger te maken.

    Quotes

    Ard van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie – “Goede samenwerking op het gebied van sensing maakt direct ingrijpen bij criminele handelingen mogelijk, dat is belangrijk. Daarbij moeten we telkens opnieuw de afweging maken of er sprake is van een goede balans tussen de roep om meer veiligheid en het recht op privacy.

    Erik Akerboom, korpschef van de politie – “Met het gebruik van sensoren wordt de heterdaadaanpak van de politie effectiever en efficiënter, waarbij samenwerking met andere partners in de veiligheidsketen alsook private partijen essentieel is.

    Laetitia Griffith, Voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche – “De sleutel tot een succesvolle samenwerking is vertrouwen en respect voor elkaars expertise. Beveiligingsbedrijven spelen een cruciale rol in het valideren van signalen, het filteren van data en het doorspelen van nuttige informatie.”

    Boele Staal, Algemeen voorzitter van VEBON-NOVB – “Als technischners en een veiliger Nederland.