Tag: WAB

  • Beveiligingsbedrijven bezorgd over groot aantal evenementen

    Beveiligingsbedrijven bezorgd over groot aantal evenementen

    Gorinchem, 16 januari 2020 – Particuliere beveiligingsbedrijven maken zich zorgen over de sterke toename van het aantal festivals en andere evenementen in Nederland. Aan het begin van een nieuw jaar (met tal van nieuwe evenementen) wil de Nederlandse Veiligheidsbranche daarom in gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de politie en met de organisatoren, verenigd in de Vereniging van Evenementenmakers.

    Alle Nederlandse gemeentebesturen hebben hierover inmiddels een brief ontvangen van Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Deze branchevereniging vertegenwoordigt 90 procent van de werkgelegenheid in de sector.

    “Wij voorzien toenemende risico’s voor de beveiliging van deze evenementen en zijn bezorgd of betrokkenen bij deze evenementen voldoende zicht hebben op de kwaliteit van beveiliging en samenwerking met politie en andere overheden”, zo schrijft Van der Steur. “Daarenboven wordt beveiliging vaak als sluitpost gezien, terwijl de veiligheid van bezoekers prioriteit behoort te hebben.”

    Vorig jaar werden voor het eerst meer dan 1.000 festivals gehouden in Nederland en in 2020 zullen dat er niet minder zijn. Nieuwe evenementen zijn dit jaar de Formule 1 in Zandvoort, het Eurovisie Songfestival in Rotterdam, de Invictus Games in Den Haag en Sail Amsterdam. De veiligheidsbranche heeft, net als de politie te maken met krapte aan personeel, en wordt (als gevolg van de Wet Arbeidsmarkt in Balans) sinds 1 januari bovendien geconfronteerd met hogere kosten voor de inhuur van beroepskrachten. Opdrachtgevers doen er verstandig aan goed naar de kwaliteit van het in te huren beveiligingsbedrijf te kijken, aldus Van der Steur. Het Keurmerk Beveiliging van de Nederlandse Veiligheidsbranche wordt onafhankelijk geauditeerd en dat biedt een goede garantie.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche zegt vanuit haar ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid’ graag te willen spreken over het aantal evenementen dat in korte tijd op de agenda wordt gezet, over de samenwerking tussen overheden, over de vergunningverlening en het toezicht daarop, en over het type bedrijven dat voor opdrachten in aanmerking komt.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    BNR Nieuwsradio heeft op 17 januari naar aanleiding van dit persbericht voorzitter Ard van der Steur geïnterviewd, dit kunt u hier afluisteren.

  • Let op: per 1 januari 2020 gelden nieuwe regels voor de WW-premies

    Let op: per 1 januari 2020 gelden nieuwe regels voor de WW-premies

    Let op: per 1 januari 2020 gelden nieuwe regels voor de WW-premies

    De regels voor WW-premies veranderen als gevolg van de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans per 1 januari 2020.

    Voor de WW-premies gaat een hoog tarief en een laag tarief gelden. Mensen met een contract voor bepaalde tijd vallen onder het hoge tarief, vaste medewerkers onder het lage tarief. Maar ontvangt een parttime medewerker binnen een jaar 30 procent meer salaris, dan krijgt de werkgever met terugwerkende kracht alsnog het hoge WW-tarief toegerekend.Nieuw is ook dat op de loonstrook moet worden vermeld welk contract een medewerker heeft: is de overeenkomst voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd? U hebt er baat bij dit goed te regelen, want bij een vast contract gaat het lage WW-tarief gelden. Het is dus extra belangrijk om de salarisadministratie goed op orde te hebben. 

    1. Wanneer betaalt de werkgever de lage WW-premie?
    De hoofdregel is dat de werkgever de lage WW-premie betaalt voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een vast contract, dat wil zeggen een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Er is sprake van een oproepovereenkomst:
    • wanneer de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in een aantal uren per tijdseenheid van maximaal een maand;
    • wanneer de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in een aantal uren per tijdseenheid van maximaal een jaar waarbij het loon gelijkmatig over het jaar is gespreid; of
    • wanneer de werknemer op grond van artikel 7:628 lid 5 of artikel 7:691 lid 7 BW (uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht) geen recht heeft op het naar tijdruimte vastgestelde loon, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht.

    De werknemer heeft bij een oproepovereenkomst geen zekerheid over het aantal te werken uren en het loon. Een min-max-contract valt ook onder het begrip oproepovereenkomst omdat een werknemer geen zekerheid heeft over de uit te betalen uren per maand, want het aantal gewerkte uren kan variëren binnen de bandbreedte van het contract. Dit geldt ook voor een nul-urencontract. 

    De wetgever heeft er rekening mee gehouden dat het – in sectoren die sterk afhankelijk zijn van seizoensarbeid – niet altijd mogelijk is om met werknemers een vast contract met een vaste arbeidsomvang per week of maand overeen te komen.
    Daarom maakt de WAB het mogelijk om ook de lage WW-premie te betalen voor schriftelijke contracten voor onbepaalde tijd waarbij de arbeidsomvang per jaar overeen is gekomen, mits het recht op loon gelijkmatig over het jaar is gespreid (de zogenoemde jaarurennorm).
    Voor alle gevallen waarin niet aan de voorwaarden voor de lage WW-premie wordt voldaan, geldt de hoge WW-premie. Dat is onder andere het geval bij een oproepovereenkomst, een overeenkomst voor bepaalde tijd of bij een arbeidsovereenkomst die niet schriftelijk is overeengekomen. Zie voor uitzonderingen op de hoofdregel vraag 7.

    2. Welke premie betaalt de werkgever als er wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, maar geen schriftelijke arbeidsovereenkomst?
    Als er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is gesloten, dan wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. (behoudens de uitzonderingen die hieronder bij vraag 4 worden behandeld). De werkgever is dan de hoge WW-premie verschuldigd. 

    Als een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gesloten en die van rechtswege overgaat in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder dat de schriftelijke arbeidsovereenkomst is aangepast aan de nieuwe situatie, dan is de werkgever ook de hoge WW-premie verschuldigd. De werkgever is verplicht om op de loonstrook te vermelden of er een schriftelijke arbeidsovereenkomst is overeengekomen en in de loonaangifte met een indicatie ja/mee aan te geven of er sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst.

    Via het digitaal verzekeringsbericht van UWV kan de werknemer controleren of de aard van het contract juist in de loonaangifte is opgenomen.

    3. Wanneer betaalt de werkgever de hoge WW-premie?
    Voor alle gevallen, met uitzondering van de uitzonderingen die bij vraag 4 worden benoemd, waarin niet aan de voorwaarden van de lage WW-premie (schriftelijk, onbepaalde tijd en geen oproepovereenkomst) wordt voldaan, geldt de hoge WW-premie.


    Dit geldt dus voor alle flexibele dienstverbanden. Daaronder vallen werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, maar ook uitzendkrachten die een uitzendovereenkomst hebben met een uitzendbeding.

    De hoge WW-premie is ook van toepassing bij een fictieve dienstbetrekking. Een fictieve dienstbetrekking voldoet voor toepassing van de lage WW-premie namelijk niet aan het vereiste dat sprake is van een dienstbetrekking zoals bedoeld in artikel 3 WW die steunt op de arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW). Daarnaast betaalt de werkgever ook de hoge WW-premie voor oproepkrachten die werkzaam zijn op basis van een oproepovereenkomst.

    4. Wat zijn de uitzonderingen op het betalen van de lage of hoge WW-premie?
    Er zijn drie situaties waarin de werkgever altijd de lage WW-premie mag betalen.

    a) Als een werkgever met een BBL-leerling een praktijkovereenkomst sluit en die voorziet van dagtekening en in de administratie opneemt, dan mag de werkgever de lage WW-premie betalen als de werkgever ook een arbeidsovereenkomst met de BBL-leerling heeft. BBL staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg. Dit is een onderwijsvorm waarbij de leerlingen werkend leren. De leerling gaat meestal één dag in de week naar school, de andere vier dagen werkt hij bij een erkend leerbedrijf.

    De praktijkovereenkomst kan dus gepaard gaan met een arbeidsovereenkomst doordat beide overeenkomsten door partijen worden gesloten of doordat uit de aard van de feitelijk te verrichten activiteiten en de verhouding waarbinnen die activiteiten worden verricht ook sprake is van een arbeidsovereenkomst.

    b) De werkgever betaalt ook de lage WW-premie als een arbeidsovereenkomst is gesloten met een werknemer jonger dan 21 jaar, die maximaal 48 uur per aangiftetijdvak van vier weken of 52 uur per aangiftetijdvak van een kalendermaand loon heeft gekregen. De situatie kan zich voordoen dat de werkgever het ene aangiftetijdvak de lage WW-premie en het andere aangiftetijdvak de hoge WW-premie – namelijk waarin meer dan 48 of 52 uren verloond zijn – moet betalen voor een jongere onder de 21 jaar.

    Voor de toets aan de leeftijd van 21 jaar is de leeftijd van belang die de werknemer had op de eerste dag van het betreffende aangiftetijdvak van vier weken of een maand. Als de werknemer op de eerste dag van het aangiftetijdvak nog niet in dienst was, dan geldt de leeftijd van de werknemer op de eerste dag van de dienstbetrekking.

    c) De werkgever betaalt over uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) de lage WW-premie. Dit is zowel het geval als UWV de uitkering rechtstreeks aan de werknemer betaalt als wanneer de werkgever de uitkering van UWV ontvangt en aan de werknemer doorbetaalt (dit wordt een werkgeversbetaling genoemd) of als de werkgever eigenrisicodrager is en de uitkering zelf betaalt.

    5. Kan de lage WW-premie worden herzien waardoor de werkgever alsnog de hoge WW-premie is verschuldigd?
    In een aantal situaties moet de werkgever de lage WW-premie herzien. Hiervoor is de werkgever zelf verantwoordelijk. De werkgever is in eerste instantie de lage WW-premie verschuldigd. Als één van de herzieningssituaties zich voordoet, is de werkgever verplicht om met terugwerkende kracht de hoge WW-premie te betalen. De hoge WW-premie is dan alsnog met terugwerkende kracht verschuldigd. 

    De hoogte van de herziening is het verschil tussen enerzijds de premies die de werkgever zou hebben betaald als hij gedurende de voorafgaande twaalf maanden (of = als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd – over de gehele duur van de arbeidsovereenkomst) de hoge premie had betaald, en anderzijds de premies die de werkgever reeds heeft betaald. Een herziening heeft dus betrekking op een periode van maximaal twaalf maanden. Als een herziening betrekking heeft op perioden in twee kalenderjaren, moet voor elk respectievelijk kalenderjaar worden gerekend met de premies die in dat jaar van toepassing waren.

    Vanaf 1 januari 2020 gelden twee herzieningssituaties:

    a) Wanneer de dienstbetrekking uiterlijk twee maanden na aanvang eindigt. De reden van de beëindiging van de dienstbetrekking is hiervoor niet relevant. Hieronder valt ook de situatie waarin de dienstbetrekking precies twee maanden heeft geduurd.

    b) Wanneer de uren waarover loon wordt betaald (de verloonde uren) de contractuele overeengekomen uren (de contracturen) met meer dan 30 procent overstijgen in de loonaangifte over het betreffende kalenderjaar. Deze bepaling is niet van toepassing als de werknemer in het kalenderjaar bij de werkgever één of meer dienstbetrekkingen heeft waarop de werkgever de lage WW-premie mag toepassen waarbij in deze dienstbetrekking(en) gemiddeld een arbeidsomvang van minimaal 35 uur per week is overeengekomen (voltijds volgens de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek).
    Deze bepaling voorkomt dat vaste contracten worden aangegaan met een (zeer) beperkt aantal vaste uren en in de praktijk structureel overwerk wordt ingezet als flexibele arbeid en wordt berekend over de loonaangiftegegevens van een bepaald kalenderjaar. Om te berekenen of deze situatie op een werknemer van toepassing is, wordt de verhouding tussen het totaal aantal verloonde uren en de totale overeengekomen uren in de arbeidsovereenkomsten in het kalenderjaar berekend.

  • Manifest WAB “zo werkt het niet” aangeboden aan Eerste Kamer

    Manifest WAB “zo werkt het niet” aangeboden aan Eerste Kamer

    Manifest WAB “zo werkt het niet” aangeboden aan Eerste Kamer

    Den Haag, 12 maart 2019 – Vorige maand is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) door de Tweede Kamer aangenomen. Samen met een aantal branches waarvoor tijdelijk werk een gegeven is en geen keuze, hebben we gelobbyd voor aanpassingen. Op 1 punt is dat goed gelukt: de hoge WW-premie gaat niet gelden voor scholieren en studenten.

    Manifest zo werkt het niet!

    We staan aan de vooravond van de behandeling van de WAB in de Eerst Kamer. De campagne “zo werkt het niet” zetten wij met VNO-NCW/MKB-Nederland  en de andere sectoren ook in om nog niet gerealiseerde verbeteringen te krijgen in de Wet. Een manifest daarover is op 12 maart aangeboden aan de commissie sociale zaken van de Eerste Kamer. Het manifest vindt u hier

  • Ondernemers blij met lage WW-premie scholieren en studenten in WAB

    Ondernemers blij met lage WW-premie scholieren en studenten in WAB

    Ondernemers blij met lage WW-premie scholieren en studenten in WAB

    Den Haag, 5 februari 2019 – VNO-NCW, MKB-Nederland en de betreffende brancheorganisaties zijn verheugd dat jongeren tot 21 jaar met een bijbaan onder de lage WW-premie gaan vallen. Dat was een belangrijk doel van de campagne Zo werkt het niet! die de ondernemersorganisaties* sinds december voeren tegen enkele maatregelen in de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) die tijdelijk werk duurder maken, onder meer via premiedifferentiatie in de WW. De ondernemersorganisaties hadden graag ook gezien dat het lage WW-tarief voor seizoenswerk zou zijn geregeld. Dit blijkt uitvoeringstechnisch echter niet mogelijk, maar dankzij een motie is wel de deur voor een oplossing opengezet.

    De Tweede Kamer stemde vanmiddag voor een amendement van SGP-Kamerlid Stoffer c.s.om jongeren tot 21 jaar die niet meer dan twaalf uur per week werken, onder het lage WW-tarief te brengen. Een  amendement van Stoffer en Baudet om dat ook voor seizoenwerkers te regelen, haalde het niet; het kabinet had dat amendement ontraden omdat het niet uitvoerbaar is via de Belastingdienst. Wel is de motie Wiersma/Heerma aangenomen die het kabinet oproept om samen met sociale partners alsnog tot maatwerkoplossingen voor seizoenswerk te komen. 

    Handschoen oppakken

    “Die handschoen pakken we natuurlijk graag op”, zegt voorzitter Jacco Vonhof van MKB-Nederland namens de ondernemersorganisaties. “Het is jammer dat het nu vanwege uitvoeringsperikelen niet mogelijk is om seizoenswerk te ontzien, maar het boek is niet dicht. We moeten met elkaar nu snel een oplossing vinden om te voorkomen dat deze ondernemers forse kostenverhogingen voor hun kiezen krijgen voor iets waar ze niks aan kunnen doen. Tijdelijk werk, zoals in de landbouw of de recreatie, kan alleen maar met tijdelijke krachten worden ingevuld.”
    Het is daarom ook goed dat ondernemers met seizoenswerk in ieder geval de ruimte krijgen om via de cao alsnog de nodige flexibiliteit rond oproepkrachten te behouden, aldus de ondernemersorganisaties. 

    Zij hebben in hun campagne Zo werkt het niet! steeds betoogd dat het niet logisch én niet fair is om ondernemers financieel af te straffen voor de inzet van tijdelijke krachten waar dat inherent is aan de aard van het werk. “Het is mooi dat het gezonde verstand het ten aanzien van jongeren alvast heeft gewonnen”, aldus Vonhof. “Branches als horeca en detailhandel kunnen niet zonder scholieren en studenten die de pieken opvangen.” 

    Reparatie ontslagrecht

    Tevreden zijn de ondernemersorganisaties ook met de zogeheten cumulatiegrond in het ontslagrecht, die ondernemers de mogelijkheid geeft meerdere redenen voor ontslag combineren. Vonhof: “Dit vereenvoudigt het ontslagrecht en doet recht aan het feit dat ontslag vaak diverse gronden heeft. Het is daarom een terechte reparatie van de Wet Werk en Zekerheid. Als zo’n 40 procent van de ontslagaanvragen niet meer voorbij de kantonrechter komt – en dat is een veel hoger percentage dan vóór de invoering van WWZ – dan weet je dat het niet goed is.”
    VNO-NCW en MKB-Nederland vinden het verder positief dat de keten van tijdelijke contracten wordt verruimd van 24 naar 36 maanden. Dit geeft ondernemers meer mogelijkheden om te bezien of er voldoende werk is en blijft om medewerkers ook een vast contract aan te bieden.

    MKB-budget voor scholing

    De ondernemersorganisaties zijn ook blij met het besluit om 48 miljoen euro in te zetten voor kleine(re) bedrijven om de leercultuur te ondersteunen. Daartoe had onder anderen VVD-Kamerlid Wiersma een motie ingediend. Dit  budget moet het ondernemers makkelijker maken om medewerkers zelf te kunnen opleiden, onder meer via bedrijfsscholing. “Over de uitwerking van die plannen praten en denken wij graag mee”, aldus Vonhof.
    De Wet Arbeidsmarkt in Balans is aangenomen door de coalitiepartijen, SGP en Forum voor Democratie.

    * Detailhandel Nederland, InRetail, Koninklijke Horeca Nederland, Cumela Nederland, Nederlandse Veiligheidsbranche, RECRON en LTO Nederland

  • Ondernemers: Maatregelen tijdelijk werk leveren geen extra vaste banen op

    Ondernemers: Maatregelen tijdelijk werk leveren geen extra vaste banen op

    Ondernemers: Maatregelen tijdelijk werk leveren geen extra vaste banen op

    Den Haag, 29 januari 2019 – Medewerkers krijgen niet eerder en vaker een vast contract aangeboden als de plannen van minister Koolmees (SZW) met betrekking tot tijdelijk werk doorgaan. Dat zegt 91 procent van de werkgevers voor wie de inzet van tijdelijke krachten geen keuze is, maar inherent aan de aard van het werk. Bijna 70 procent vreest dat het juist alleen maar banen gaat kosten. Dat blijkt uit een enquête onder ondernemers* over de maatregelen die zijn aangekondigd in de Wet Arbeidsmarkt in Balans, die aanstaande donderdag wordt behandeld in de Tweede Kamer. De enquête is gehouden in het kader van de campagne Zo werkt het niet! die in december door VNO-NCW, MKB-Nederland en een aantal brancheorganisaties is gelanceerd.

    “In de WAB wordt ‘vergeten’ dat veel tijdelijke krachten die pieken opvangen, scholieren en studenten zijn”, zegt voorzitter Jacco Vonhof van MKB-Nederland. “Die willen gewoon een centje bijverdienen, meer niet. Ik gun iedereen die dat ambieert een vast contract en zekerheid. Maar feit is ook dat veel mensen bewust kiezen voor een wat vrijer bestaan.”

    Het kabinet wil met het duurder maken van tijdelijk werk  – tijdelijke contracten, seizoenswerk, oproepcontracten en contracten voor onbepaalde tijd zonder vaste uren – afdwingen dat werkgevers eerder en vaker een ‘vast contract’ aanbieden, dus een contract voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren. Onderdeel van het wetsvoorstel is dat de premie voor de werkloosheidswet (WW) voor tijdelijk werk 5% -punt hoger wordt dan voor vaste contracten en dat direct bij afloop van een contract een transitievergoeding vanaf dag 1 moet worden betaald van ongeveer 3 procent van het tot dan toe verdiende salaris.

    Geen keuze

    Werkgevers in detailhandel, horeca, grondverzet, recreatie, evenementenbeveiliging en land- en tuinbouw zien helemaal niets in deze plannen: ruim 90 procent wijst ze volledig af. Bijna 30 procent steunt weliswaar het streven van het kabinet naar meer vaste banen, maar wijst erop dat de inzet van tijdelijk werk in hun branche geen keuze is, maar inherent aan de aard van het werk. Voor 94 procent is het onmisbaar vanwege pieken en seizoenen. 
    Vonhof: “Aardbeien worden niet geoogst in december. En geen mens gaat kamperen of een cursus kitesurfen volgen in de herfst. En dan heb je nog sectoren die te maken hebben met enorme pieken in het werk, zoals horeca en detailhandel. De detailhandel bijvoorbeeld moet het vooral hebben van de decembermaand. Die kan dan niet zonder oproepkrachten.”

    Meer dan twee derde van de werkgevers denkt dat het duurder maken van tijdelijk werk juist alleen maar banen kost. En 89 procent geeft aan dat consumenten uiteindelijk de rekening gaan betalen, omdat werkgevers de hogere kosten aan hen zullen doorberekenen. Zachtfruitteler Robert van de Meer heeft berekend dat de maatregelen in de WAB in zijn bedrijf leiden tot een kostenverhoging van dik 6 procent. En campingeigenaar Willemieke de Waal gaat alleen aan WW-premie al 68.000 euro meer betalen voor de 220 tijdelijke krachten die zij in het kampeerseizoen aan het werk heeft. “Wij kunnen die mensen helaas niet het hele jaar aan de slag houden en daar heeft iedereen begrip voor. De WAB gaat dat niet veranderen. Wij worden als seizoenbedrijf onevenredig gestraft.”

    Zo werkt het niet!

    De brancheorganisaties Detailhandel Nederland, Inretail, KHN, Cumela Nederland, Nederlandse Veiligheidsbranche, RECRON en LTO Nederland lanceerden samen met VNO-NCW en MKB-Nederland in december al de campagne Zo werkt het niet!, waarmee ze duidelijk maken dat seizoensarbeid of het opvangen van pieken zich niet laten vangen in een vast contract. Het is daarom niet logisch en niet eerlijk om dat te bestraffen. Bovendien wordt niemand daar beter van. De werkgevers willen geen WAB die ervoor zorgt dat tijdelijke krachten hun baan kunnen verliezen of die tot prijsverhogingen leidt, zonder dat de mensen om wie het gaat daar zelf beter van worden. 

    Wetsvoorstel aanpassen

    De ondernemersorganisaties bepleiten een aanpassing van het wetsvoorstel. Dit kan bijvoorbeeld door het verschil tussen de hoge en de lage WW kleiner te maken en de definitie van vast en tijdelijk aan te passen, zodat minder contracten onder de hoge premie vallen. Voor bijbanen van scholieren en studenten en seizoenswerk zou een uitzondering op de hoge WW-premie en op de transitievergoeding vanaf dag 1 moeten gelden. 
    Die oproep doen VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland vandaag ook in een brief aan de Tweede Kamer (zie bijlage).

    *De enquête is ingevuld door circa 500 werkgevers in genoemde branches.

  • Veiligheidsbranche in actie tegen boete op tijdelijk werk

    Veiligheidsbranche in actie tegen boete op tijdelijk werk

    Veiligheidsbranche in actie tegen boete op tijdelijk werk

    Den Haag, 11 december 2018 – ‘Zo werkt het niet’. Onder dat motto komen ondernemers uit een groot aantal branches vanaf vandaag in actie tegen maatregelen in de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) die tijdelijk werk duurder maken. Seizoensarbeid of het opvangen van pieken laat zich niet vangen in een vast contract, betogen zij. Een tijdelijk contract is hier geen keuze, maar inherent aan de aard van het werk. Het is dan ook niet logisch en niet eerlijk om dat te bestraffen. ‘Daar wordt ook niemand beter van’, aldus de ondernemers.

    Onderschrift

    Detailhandel, horeca, recreatie, ondernemers in groen, grond en infra, land- en tuinbouw en evenementenbeveiliging, samen overhandigden zij vanmiddag in Den Haag een manifest met hun zorgen aan de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het is het startsein voor een social mediacampagne, waarmee zij duidelijk willen maken wat de gevolgen zijn als tijdelijk werk duurder en lastiger te organiseren wordt.

    Balans ver te zoeken

    Hoewel de WAB van minister Koolmees een aantal zaken op de arbeidsmarkt verbetert, is de balans ver te zoeken als het gaat om tijdelijk werk, vinden de ondernemers. Tijdelijk werk wordt duurder omdat daarvoor de hoge WW-premie gaat gelden en vanaf dag 1 transitievergoeding verschuldigd is. De mogelijkheid om oproepkrachten in te zetten wordt drastisch beperkt en daarmee onwerkbaar in de praktijk.

    In het gezamenlijke manifest vragen de ondernemers en hun organisaties de politiek om tijdelijk werk serieus te nemen en de WAB aan te passen: geen hoge WW-premie en transitievergoeding voor seizoenswerk, pieken en scholieren en studenten en behoud van flexibiliteit rond oproepcontracten.

    Zachtfruitteler Robert van de Meer heeft berekend dat de maatregelen in de WAB in zijn bedrijf leidt tot een kostenverhoging van dik 6 procent. “En dat alleen maar omdat ik nu eenmaal niet het jaar rond werk heb.” Campingeigenaar Willemieke de Waal gaat alleen aan WW-premie al 68.000 euro meer betalen voor de 220 tijdelijke krachten die zij in het kampeerseizoen aan het werk heeft. “Wij kunnen die mensen helaas niet het hele jaar aan de slag houden en daar heeft iedereen begrip voor. De WAB gaat dat niet veranderen. Wij worden als seizoenbedrijf onevenredig gestraft.”

    Oproepkracht wíl geen vast contract

    De 77 parttime- en oproepkrachten die supermarktondernemer Harold van Velzen in dienst heeft, willen niet elke week hetzelfde aantal uren draaien, zegt hij. “Scholieren en studenten willen meer werken in vakanties, terwijl de moeders die hier werken dan juist thuis willen zijn voor de kinderen. We hebben nu de vrijheid om dat goed te plannen en daar komen we altijd uit. De WAB wil met het ingrijpen in oproepcontracten een probleem oplossen dat niet bestaat.” Voor de 400 oproepkrachten van het evenementenbeveiligingsbedrijf van Geert Sijtzema is hun bijbaan een ‘betaalde hobby’. “Het zijn vooral mensen met een vaste baan, die het leuk vinden om dit er af en toe in het weekeinde bij te doen. Die wíllen niet eens een vast contract bij ons.”

    Geen extra vaste banen

    De ondernemers wijzen erop dat verhoging van de kosten en beperking van de mogelijkheden van tijdelijke arbeid niet één vaste baan méér zal opleveren. Waar het wel toe leidt, is dat dit soort werk onbetaalbaar dreigt te worden. ‘Wij willen geen WAB die ervoor zorgt dat onze tijdelijke krachten hun baan kunnen verliezen. Of die tot prijsverhogingen leidt, zonder dat onze medewerkers zelf daar nu zoveel beter van worden’, zeggen zij.

    Achtergronden

    De campagne Zo werkt het niet! is een initiatief van CUMELA Nederland, Detailhandel Nederland, Koninklijke INretail, Koninklijk Horeca Nederland, LTO Nederland, De Nederlandse Veiligheidsbranche, MKB-Nederland, RECRON en VNO-NCW. Zie de website https://www.zowerkthetniet.nl voor meer informatie en verhalen van de ondernemers zelf.