Blog

  • Nederlandse Veiligheidsbranche bezorgd over gevolgen coronavirus

    Nederlandse Veiligheidsbranche bezorgd over gevolgen coronavirus

    Nederlandse Veiligheidsbranche bezorgd over gevolgen coronavirus

    Gorinchem, 13 maart 2020 – De Nederlandse Veiligheidsbranche maakt zich grote zorgen over de  gevolgen van de verspreiding van het coronavirus. Beveiliging is net als politie, ambulance en de zorg onderdeel van de kritische infrastructuur van Nederland. De brancheorganisatie van particuliere beveiligingsorganisaties steunt de noodzaak van de door de regering aangekondigde maatregelen. Zij vraagt het kabinet wel adequate maatregelen te nemen om de negatieve economische gevolgen voor beveiligingsbedrijven te beperken.

    De beveiligingsbranche bestaat uit arbeidsintensieve ondernemingen met een sterk verschillende bedrijfsvoering. Sommige bedrijven (bijvoorbeeld in de objectbeveiliging) werken veel met vast personeel, andere (bijvoorbeeld in de evenementenbeveiliging) werken naar hun aard veel met flexibele medewerkers.

    “Al deze bedrijven en hun medewerkers moeten hun beveiligingstaak ook onder deze moeilijke omstandigheden kunnen blijven uitvoeren”, zegt voorzitter Ard van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche. “Luchthavens, havens, bedrijven, industriële installaties maar ook winkels, geldautomaten en winkelcentra moeten beveiligd, bediend en bevoorraad blijven. Dit mogelijk maken is een belangrijke verantwoordelijkheid voor zowel opdrachtgevers als overheden.”

    Werktijdverkorting en noodfonds

    Het sluiten van bedrijven, de daling van het aantal passagiers op luchthavens en het afgelasten van evenementen, betekent dat veel beveiligingsbedrijven maatregelen moeten nemen om hun personeelsoverschot tijdelijk te beperken. Snelle en adequate toegang tot werktijdverkorting en een noodfonds zijn daarvoor essentieel.
    De eisen ten aanzien van werktijdverkorting zouden volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche versoepeld moeten worden. De eis dat iemand 26 weken in dienst moet zijn voordat werktijdverkorting kan worden aangevraagd zou moeten vervallen, juist ook omdat veel bedrijven na de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) na 1 januari vaak nieuw personeel hebben aangenomen.

    “Voor veel beveiligingsbedrijven is de impact van dit plotselinge omzetverlies ongekend”, zegt Van der Steur. Veel medewerkers zullen in de regeling voor tijdelijke werktijdverkorting ondergebracht moeten worden. Daarnaast worden beveiligingsbedrijven vaak geconfronteerd met een forse verliespost, in een markt waarin de marges vaak al zeer klein zijn en kosten bijna uitsluitend personeelskosten zijn.

    Beveiligers moeten blijven werken

    De oproep van het kabinet aan werknemers om zoveel mogelijk thuis te werken (wat in de beveiligingsbranche doorgaans niet mogelijk is) en thuis te blijven bij klachten als neusverkoudheid, hoesten en keelpijn, kan volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche leiden tot een moeilijk te overbruggen tekort aan gespecialiseerd personeel. Van der Steur: “Het beveiligen van de kritische infrastructuur kan daardoor in gevaar komen. Het is essentieel dat overheid en opdrachtgevers ook hiermee rekening houden.” 

    Ondersteuning door regering essentieel

    De organisatie sluit zich aan bij de oproep van andere brancheverenigingen aan het kabinet om het Nederlandse bedrijfsleven goed te ondersteunen om de negatieve impact van het coronavirus het hoofd te bieden. Belangrijk is dat steunmaatregelen voor alle ondernemingen (dus zeker ook voor het midden- en kleinbedrijf) snel toegankelijk en goed toepasbaar zijn. “Juist nu moeten procedures en administratieve rompslomp zoveel mogelijk beperkt worden”, aldus Van der Steur.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • Brief aan Minister-president Rutte inzake de gevolgen coronavirus voor de beveiligingssector

    Brief aan Minister-president Rutte inzake de gevolgen coronavirus voor de beveiligingssector

    Brief aan Minister-president Rutte inzake de gevolgen coronavirus voor de beveiligingssector

    Gorinchem, 13 maart 2020 – Vandaag heeft de Nederlandse Veiligheidsbranche door middel van een brief aan de premier en de betrokken ministers onze bezorgdheid geuit over enerzijds het in stand houden van de kritische infrastructuur waar de beveiliging net als politie, ambulance en zorg bij hoort en anderzijds de opvang van de negatieve economische gevolgen van deze crisis.

    Het afgelasten van evenementen, het sluiten van bedrijven, scholen, instellingen en musea en het bezuinigen door bedrijven op beveiliging, stelt onze leden voor grote problemen.

    Het is nodig dat er een noodfonds komt, dat werktijdverkorting efficiënt en snel kan worden geregeld, dat kredietfaciliteiten voor ondernemers snel beschikbaar komen en dat opdrachtgevers en de overheid ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Ook zullen we goed contact onderhouden met de vakbonden om te bezien hoe zij kunnen helpen het belang van werkgelegenheid van onze medewerkers veilig te stellen.

    Tegelijkertijd moeten beveiligers ook gewoon hun werk blijven doen. Dat verwacht de samenleving van ons. Bedrijven, instellingen, uitgaansgebieden, winkels en winkelcentra moeten beveiligd blijven en geld moet worden opgehaald bij ondernemers en afgeleverd worden bij de geldautomaten. Particuliere alarmcentrales moeten blijven functioneren en ook rechercheonderzoek gaat gewoon door.

    Voor een breed geschakeerde branche als de onze levert een crisis als deze veel uitdagingen op. Wij behartigen onverkort de belangen van al onze leden en zijn en blijven bereikbaar voor advies, suggesties en overleg.

  • Peter Oskam voorzitter Adviesraad Kwaliteitsbevordering

    Peter Oskam voorzitter Adviesraad Kwaliteitsbevordering

    Peter Oskam voorzitter Adviesraad Kwaliteitsbevordering

    Gorinchem, 25 februari 2020 – Peter Oskam, burgemeester van Capelle aan den IJssel, is de nieuwe voorzitter van de Adviesraad Kwaliteitsbevordering van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Hij is door het bestuur van de branchevereniging van beveiligingsbedrijven benoemd als opvolger van voormalig politiecommissaris en oud commandant van de Koninklijke Marechaussee Minze Beuving, die eind vorig jaar afscheid heeft genomen.

    Foto: Guus Schoonewille / gemeente Capelle aan den IJssel

    Peter Oskam (60) werkte als politieagent in Den Haag en daarna als senior beleidsadviseur op het ministerie van Justitie. Vervolgens was hij officier van justitie in Rotterdam en kinderrechter in Den Haag en in Arnhem. Daarna was hij vicepresident bij de Rechtbank in Arnhem en later in Amsterdam. Naast zijn werk was Peter Oskam tussen 1992 en 2004 ook actief als scheidsrechter betaald voetbal. Van 2012 tot 2016 was hij namens het CDA lid van de Tweede Kamer. Sinds 2016 is Oskam burgemeester.

    De Adviesraad Kwaliteitsbevordering geeft de bij de branche betrokken stakeholders een stem in de kwaliteitsbeleving en kwaliteitsbevordering. De Adviesraad houdt toezicht op de manier waarop het keurmerk wordt toegekend, doet voorstellen tot wijziging van de kwaliteitsregelingen en geeft advies over kwaliteitsbevordering in de branche.

    Naast een nieuwe voorzitter heeft het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche deze week in de Adviesraad ook verschillende nieuwe leden benoemd. De Adviesraad bestaat naast voorzitter Peter Oskam uit:

    • Jaco van Hoorn (directeur van de stafdirectie Operatiën bij Politie Nederland), namens de politie.
    • Alexander van Dam (officier van justitie/waarnemend directeur Parket-Generaal), namens het Openbaar Ministerie.
    • Marc Schuilenburg (universitair docent Criminologie aan de VU), namens de wetenschap.
    • Ian van der Pool (hoofd facility management bij DOSCO), namens de opdrachtgevers.
    • Hetty van ’t Land (lead auditor bij DEKRA), namens de certificerende instellingen.
    • Tom Uittenbogaard (bestuurslid van het Pensioenfonds Beveiliging), namens de branche.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • Lees ons halfjaarbericht juli – december 2019

    Lees ons halfjaarbericht juli – december 2019

    Lees ons halfjaarbericht juli – december 2019

    Gorinchem, 20 februari 2020 – Met welke onderwerpen hield de Nederlandse Veiligheidsbranche zich bezig in het tweede halfjaar van 2019? Hoe kwamen we op voor de belangen van aangesloten beveiligingsbedrijven? En wat gebeurde er verder rond onze vereniging? U leest het in het halfjaarbericht van de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    Ard van der Steur als spreker op het CoESS congres in Rome
  • Volop werk in de beveiliging, maar weinig mensen beschikbaar

    Volop werk in de beveiliging, maar weinig mensen beschikbaar

    Volop werk in de beveiliging, maar weinig mensen beschikbaar

    Gorinchem, 30 januari 2020 – Het personeelstekort in de beveiliging is in korte tijd flink opgelopen. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde UWV-rapport over beveiligingsberoepen. Het gaat om functies als objectbeveiliger, buitengewoon opsporingsambtenaar, surveillant en verkeersregelaar. Omdat weinig mensen kiezen voor een baan in de beveiliging, proberen werkgevers personeel aan zich te binden met scholing en gunstigere contracten.

    Lees hier de factsheet

    Hoewel het aantal vacatures voor beveiligingsfuncties al jaren stijgt, ontstonden de personeelstekorten pas in 2018. Vooral werkgevers in het midden en zuiden van Nederland hebben moeite om hun vacatures te vervullen. Ruim de helft van de beveiligingsbedrijven ervaart inmiddels problemen als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Momenteel werken ongeveer 64 duizend mensen in een beveiligingsberoep.

    Concurrentie en vergrijzing

    Er zijn diverse oorzaken voor het personeelstekort in beveiligingsberoepen. Allereerst zijn er te weinig gediplomeerde beveiligers. Voor kandidaten die wel beschikbaar zijn, moeten werkgevers concurreren met andere veiligheidssectoren, zoals politie en defensie. Ook speelt de vergrijzing van de beroepsgroep een rol, waardoor veel werknemers binnen nu en een paar jaar stoppen met werken.

    Beroepen veranderen

    Tegelijkertijd ziet UWV dat de functie-eisen voor beveiligingsberoepen veranderen. Er worden aanvullende vaardigheden gevraagd. Zo worden beveiligingstaken steeds vaker gecombineerd met bijvoorbeeld receptiewerkzaamheden. Dat vraagt om een servicegerichte houding. Ook beheersing van de Engelse taal en digitale vaardigheden worden belangrijker.

    Meer vaste contracten

    De personeelstekorten zorgen langzaam maar zeker voor een verschuiving van het type arbeidscontract. Nog altijd heeft een derde van de werknemers een flexibel contract, maar er worden ook steeds meer vaste contracten aangeboden. Het aantal oproepcontracten neemt af en de omvang van het aantal uren neemt toe. Inmiddels werkt bijna 60% van het beveiligingspersoneel voltijds.

    Baankansen en scholing

    Door de personeelstekorten ontstaan er baankansen voor mensen die interesse hebben in beveiligingsberoepen. Bedrijven zetten zich steeds vaker in om zij-instromers op te leiden. Afhankelijk van het beroep varieert het instroomniveau en de opleidingsduur. UWV organiseert samen met opleiders en werkgevers trajecten om mensen op te leiden voor beveiligingsberoepen. Een voorbeeld is de samenwerking van UWV met Security Professionals.

  • Beveiligingsbedrijven bezorgd over groot aantal evenementen

    Beveiligingsbedrijven bezorgd over groot aantal evenementen

    Gorinchem, 16 januari 2020 – Particuliere beveiligingsbedrijven maken zich zorgen over de sterke toename van het aantal festivals en andere evenementen in Nederland. Aan het begin van een nieuw jaar (met tal van nieuwe evenementen) wil de Nederlandse Veiligheidsbranche daarom in gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de politie en met de organisatoren, verenigd in de Vereniging van Evenementenmakers.

    Alle Nederlandse gemeentebesturen hebben hierover inmiddels een brief ontvangen van Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Deze branchevereniging vertegenwoordigt 90 procent van de werkgelegenheid in de sector.

    “Wij voorzien toenemende risico’s voor de beveiliging van deze evenementen en zijn bezorgd of betrokkenen bij deze evenementen voldoende zicht hebben op de kwaliteit van beveiliging en samenwerking met politie en andere overheden”, zo schrijft Van der Steur. “Daarenboven wordt beveiliging vaak als sluitpost gezien, terwijl de veiligheid van bezoekers prioriteit behoort te hebben.”

    Vorig jaar werden voor het eerst meer dan 1.000 festivals gehouden in Nederland en in 2020 zullen dat er niet minder zijn. Nieuwe evenementen zijn dit jaar de Formule 1 in Zandvoort, het Eurovisie Songfestival in Rotterdam, de Invictus Games in Den Haag en Sail Amsterdam. De veiligheidsbranche heeft, net als de politie te maken met krapte aan personeel, en wordt (als gevolg van de Wet Arbeidsmarkt in Balans) sinds 1 januari bovendien geconfronteerd met hogere kosten voor de inhuur van beroepskrachten. Opdrachtgevers doen er verstandig aan goed naar de kwaliteit van het in te huren beveiligingsbedrijf te kijken, aldus Van der Steur. Het Keurmerk Beveiliging van de Nederlandse Veiligheidsbranche wordt onafhankelijk geauditeerd en dat biedt een goede garantie.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche zegt vanuit haar ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid’ graag te willen spreken over het aantal evenementen dat in korte tijd op de agenda wordt gezet, over de samenwerking tussen overheden, over de vergunningverlening en het toezicht daarop, en over het type bedrijven dat voor opdrachten in aanmerking komt.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    BNR Nieuwsradio heeft op 17 januari naar aanleiding van dit persbericht voorzitter Ard van der Steur geïnterviewd, dit kunt u hier afluisteren.

  • Nieuwe certificerende instelling voor Keurmerk Beveiliging

    Nieuwe certificerende instelling voor Keurmerk Beveiliging

    Nieuwe certificerende instelling voor Keurmerk Beveiliging

    Gorinchem 14 januari 2020 – De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft een nieuwe certificerende instelling toegevoegd aan de instellingen die bevoegd zijn te toetsen voor het Keurmerk Beveiliging. De brancheorganisatie heeft daartoe een contract gesloten met Het Erkenningsinstituut BV (HEI), dat zich met name richt op het midden- en kleinbedrijf.

    Beveiligingsbedrijven die het keurmerk willen halen of behouden kunnen nu kiezen uit negen certificerende instellingen. Deze negen zijn bevoegd te beoordelen of een bedrijf voldoet aan alle keurmerkeisen. Welke certificerende instelling een bedrijf hiervoor kiest, mag het zelf bepalen.

    Een bedrijf dat in aanmerking wil (blijven) komen voor het keurmerk wordt eens in de drie jaar (bij de eerste – initiële – audit en bij de herbeoordeling drie jaar later) getoetst op organisatie-eisen, op processen en procedures en op integriteitsmaatregelen. Dat gebeurt op het hoofdkantoor van het bedrijf. In de jaren daartussen (dus na 1 en na 2 jaar) vindt een audit plaats op locatie, dus op een plek waar het bedrijf zijn diensten verleent. Dus echt in de praktijk.

    Het Keurmerk Beveiliging bevat basiseisen waaraan elke beveiligingsorganisatie moet voldoen en daarnaast specifieke eisen voor specifieke beveiligingsdiensten als geld- en waardelogistiek, evenementenbeveiliging en horecabeveiliging.

  • Minister wil knelpunten graag bespreken met veiligheidsbranche

    Minister wil knelpunten graag bespreken met veiligheidsbranche

    Minister wil knelpunten graag bespreken met veiligheidsbranche

    Gorinchem, 10 januari 2020 – Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid wil graag met de veiligheidsbranche praten over wat hij met zijn ministerie kan doen om beveiligingsbedrijven nog beter hun werk te laten doen. “Zet de tien belangrijkste kwesties op een rij waar u tegenaan loopt, dan hebben we het daar over”, zo zei de minister op donderdag 9 januari tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van drie brancheorganisaties in de veiligheidssector.

    ‘Kick Off 2020’ was georganiseerd door de Nederlandse Veiligheidsbranche, de Federatie Veilig Nederland en de Vereniging Erkende Beveiligingsbedrijven (VEB). Minister Grapperhaus hield er een inleiding en was complimenteus over de rol van de veiligheidsbranche in de samenleving.

    In de jaren tachtig van de vorige eeuw – toen hij zijn loopbaan begon als advocaat – had  de branche nog geen goede reputatie, aldus Grapperhaus. “Er was argwaan bij de overheid. U heeft daar enorm hard aan gewerkt, waardoor de branche nu zeer goed bekend staat. Nederland behoort tot de landen met de veiligste rechtstaat ter wereld. Dat is mede te danken aan de professionele beveiligingsindustrie. Daarnaast heeft de branche goed ingespeeld op de toenemende digitalisering en op wens van opdrachtgevers om als beveiligingsbedrijven een bredere rol te nemen.”

    De minister nodigde de branche uit voor een nader gesprek over eventuele knelpunten en deed daarvoor zelf ook al enkele suggesties. “Zou het u helpen als we kritischer kijken naar openings- en sluitingstijden in risicogebieden? Of als we kritischer kijken naar festivalvergunningen? Ik gooi dit voor een volgend gesprek maar eens in de groep.” Dit zijn thema’s die ook spelen bij overheidsorganisaties als de politie, de brandweer en de ambulancediensten, zo stelde Grapperhaus.

    Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst gingen de voorzitters van de drie organiserende brancheorganisaties in op hun wensen ten aanzien van 2020. Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, noemde drie zaken die hij komend jaar graag zou realiseren.

    Beveiligingsbedrijven en politie zouden in de praktijk, onder andere bij het uitwisselen van informatie, nog beter moeten samenwerken. Ook op het gebied van de werving van personeel hoopt Van der Steur op meer samenwerking tussen overheidsorganisaties en particuliere sector. “We worden allemaal geconfronteerd met de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Dan moeten we elkaar niet bestrijden, maar kiezen voor samenwerking.”

    Verder zei Van der Steur te hopen dat ‘kwaliteit’ belangrijker wordt bij aanbesteding van beveiligingsopdrachten. In de praktijk is beveiliging te vaak een sluitpost op de begroting. Hij doelde daarbij met name op het toenemende aantal evenementen in Nederland: “Veiligheid is een van de belangrijkste elementen in de voorbereiding.”

  • Bijeenkomst van bedrijven die Nederland draaiende houden

    Bijeenkomst van bedrijven die Nederland draaiende houden

    Bijeenkomst van bedrijven die Nederland draaiende houden

    Gorinchem 8 januari 2020 – Nederland behoort tot de veiligste landen ter wereld. Dat is voor een groot deel te danken aan een professionele beveiligingsindustrie die diensten en producten van hoge en gecertificeerde kwaliteit levert. Lange tijd stond de overheid wantrouwend tegenover deze ‘commerciële’ concurrent in het veiligheidsdomein, maar inmiddels erkent zij dat Nederland niet zonder deze bedrijfstak kan. Dat vertelt minister Grapperhaus van Justitie & Veiligheid op donderdag 9 januari tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst van de georganiseerde beveiligingsindustrie.

    De nieuwjaarsbijeenkomst is voor de media een unieke gelegenheid om de CEO’s te ontmoeten van de bedrijven die er doorgaans op de achtergrond voor zorgen dat catastrofale branden worden voorkomen, dat de elektriciteits- en aardgasvoorzieningen blijven functioneren en dat mensen veilig kunnen wonen en ondernemen. De beveiligingsindustrie heeft de afgelopen jaren enorm aan belang gewonnen en die trend zet zich voort. De belangrijkste reden is de toenemende kwetsbaarheid van de samenleving voor incidenten. Vooral de afhankelijkheid van ketenpartners en infrastructuur neemt de komende jaren enorm toe. De beveiligingsindustrie ontwikkelt oplossingen om de continuïteit daarvan te borgen.

    Het is de derde keer dat de beveiligingsindustrie op grote schaal bijeen komt. Er worden zo’n 350 gasten verwacht, niet alleen vanuit de industrie zelf, maar vanuit de gehele veiligheidsketen, zoals politie, brandweer, het ministerie van Justitie en Veiligheid, De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), inspectiebureaus, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), verzekeraars en vele anderen.

    Onder leiding van dagvoorzitter Dorine Burmanje wordt tijdens de ‘Kick Off 2020’ invulling gegeven aan het thema ‘hoe maken publiek en privaat gezamenlijk Nederland veiliger?’. De bijeenkomst vindt plaats in CORPUS in Oegstgeest en is georganiseerd door de Federatie Veilig Nederland, de Nederlandse Veiligheidsbranche en de Vereniging Erkende Beveiligingsbedrijven (VEB), waarbij in totaal zo’n 800 professionele bedrijven zijn aangesloten.

    Over Federatie Veilig Nederland
    Ondernemersvereniging Federatie Veilig Nederland bestaat uit 180 gespecialiseerde bedrijven (leveranciers, grote installatiebedrijven, dienstverleners, etc.) met technische oplossingen voor vele brandveiligheids- en beveiligingsvraagstukken. Samen zijn de bedrijven goed voor een omzet van 1,1 miljard euro. Federatie Veilig Nederland vergroot de veiligheid van de samenleving door het geven van voorlichting over en het stimuleren van kwaliteit, kennis, diensten en producten.

    Over de Nederlandse Veiligheidsbranche
    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90% bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    Over VEB
    De VEB (Vereniging Erkende Beveiligingsbedrijven) is met ruim 600 aangesloten beveiligingsbedrijven een wijdvertakte belangenbehartiger binnen de beveiligingssector. De visie van de VEB is dat veiligheid optimaal gerealiseerd wordt doordat betrouwbare beveiligingsbedrijven de te nemen maatregelen met elkaar afstemmen. Hierdoor realiseren deze bedrijven met elkaar de beste beveiligingsoplossingen. De missie van de VEB is dan ook de veiligheid in Nederland optimaal waarborgen.

  • Let op: per 1 januari 2020 gelden nieuwe regels voor de WW-premies

    Let op: per 1 januari 2020 gelden nieuwe regels voor de WW-premies

    Let op: per 1 januari 2020 gelden nieuwe regels voor de WW-premies

    De regels voor WW-premies veranderen als gevolg van de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans per 1 januari 2020.

    Voor de WW-premies gaat een hoog tarief en een laag tarief gelden. Mensen met een contract voor bepaalde tijd vallen onder het hoge tarief, vaste medewerkers onder het lage tarief. Maar ontvangt een parttime medewerker binnen een jaar 30 procent meer salaris, dan krijgt de werkgever met terugwerkende kracht alsnog het hoge WW-tarief toegerekend.Nieuw is ook dat op de loonstrook moet worden vermeld welk contract een medewerker heeft: is de overeenkomst voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd? U hebt er baat bij dit goed te regelen, want bij een vast contract gaat het lage WW-tarief gelden. Het is dus extra belangrijk om de salarisadministratie goed op orde te hebben. 

    1. Wanneer betaalt de werkgever de lage WW-premie?
    De hoofdregel is dat de werkgever de lage WW-premie betaalt voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een vast contract, dat wil zeggen een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Er is sprake van een oproepovereenkomst:
    • wanneer de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in een aantal uren per tijdseenheid van maximaal een maand;
    • wanneer de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in een aantal uren per tijdseenheid van maximaal een jaar waarbij het loon gelijkmatig over het jaar is gespreid; of
    • wanneer de werknemer op grond van artikel 7:628 lid 5 of artikel 7:691 lid 7 BW (uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht) geen recht heeft op het naar tijdruimte vastgestelde loon, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht.

    De werknemer heeft bij een oproepovereenkomst geen zekerheid over het aantal te werken uren en het loon. Een min-max-contract valt ook onder het begrip oproepovereenkomst omdat een werknemer geen zekerheid heeft over de uit te betalen uren per maand, want het aantal gewerkte uren kan variëren binnen de bandbreedte van het contract. Dit geldt ook voor een nul-urencontract. 

    De wetgever heeft er rekening mee gehouden dat het – in sectoren die sterk afhankelijk zijn van seizoensarbeid – niet altijd mogelijk is om met werknemers een vast contract met een vaste arbeidsomvang per week of maand overeen te komen.
    Daarom maakt de WAB het mogelijk om ook de lage WW-premie te betalen voor schriftelijke contracten voor onbepaalde tijd waarbij de arbeidsomvang per jaar overeen is gekomen, mits het recht op loon gelijkmatig over het jaar is gespreid (de zogenoemde jaarurennorm).
    Voor alle gevallen waarin niet aan de voorwaarden voor de lage WW-premie wordt voldaan, geldt de hoge WW-premie. Dat is onder andere het geval bij een oproepovereenkomst, een overeenkomst voor bepaalde tijd of bij een arbeidsovereenkomst die niet schriftelijk is overeengekomen. Zie voor uitzonderingen op de hoofdregel vraag 7.

    2. Welke premie betaalt de werkgever als er wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, maar geen schriftelijke arbeidsovereenkomst?
    Als er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is gesloten, dan wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. (behoudens de uitzonderingen die hieronder bij vraag 4 worden behandeld). De werkgever is dan de hoge WW-premie verschuldigd. 

    Als een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gesloten en die van rechtswege overgaat in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder dat de schriftelijke arbeidsovereenkomst is aangepast aan de nieuwe situatie, dan is de werkgever ook de hoge WW-premie verschuldigd. De werkgever is verplicht om op de loonstrook te vermelden of er een schriftelijke arbeidsovereenkomst is overeengekomen en in de loonaangifte met een indicatie ja/mee aan te geven of er sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst.

    Via het digitaal verzekeringsbericht van UWV kan de werknemer controleren of de aard van het contract juist in de loonaangifte is opgenomen.

    3. Wanneer betaalt de werkgever de hoge WW-premie?
    Voor alle gevallen, met uitzondering van de uitzonderingen die bij vraag 4 worden benoemd, waarin niet aan de voorwaarden van de lage WW-premie (schriftelijk, onbepaalde tijd en geen oproepovereenkomst) wordt voldaan, geldt de hoge WW-premie.


    Dit geldt dus voor alle flexibele dienstverbanden. Daaronder vallen werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, maar ook uitzendkrachten die een uitzendovereenkomst hebben met een uitzendbeding.

    De hoge WW-premie is ook van toepassing bij een fictieve dienstbetrekking. Een fictieve dienstbetrekking voldoet voor toepassing van de lage WW-premie namelijk niet aan het vereiste dat sprake is van een dienstbetrekking zoals bedoeld in artikel 3 WW die steunt op de arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW). Daarnaast betaalt de werkgever ook de hoge WW-premie voor oproepkrachten die werkzaam zijn op basis van een oproepovereenkomst.

    4. Wat zijn de uitzonderingen op het betalen van de lage of hoge WW-premie?
    Er zijn drie situaties waarin de werkgever altijd de lage WW-premie mag betalen.

    a) Als een werkgever met een BBL-leerling een praktijkovereenkomst sluit en die voorziet van dagtekening en in de administratie opneemt, dan mag de werkgever de lage WW-premie betalen als de werkgever ook een arbeidsovereenkomst met de BBL-leerling heeft. BBL staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg. Dit is een onderwijsvorm waarbij de leerlingen werkend leren. De leerling gaat meestal één dag in de week naar school, de andere vier dagen werkt hij bij een erkend leerbedrijf.

    De praktijkovereenkomst kan dus gepaard gaan met een arbeidsovereenkomst doordat beide overeenkomsten door partijen worden gesloten of doordat uit de aard van de feitelijk te verrichten activiteiten en de verhouding waarbinnen die activiteiten worden verricht ook sprake is van een arbeidsovereenkomst.

    b) De werkgever betaalt ook de lage WW-premie als een arbeidsovereenkomst is gesloten met een werknemer jonger dan 21 jaar, die maximaal 48 uur per aangiftetijdvak van vier weken of 52 uur per aangiftetijdvak van een kalendermaand loon heeft gekregen. De situatie kan zich voordoen dat de werkgever het ene aangiftetijdvak de lage WW-premie en het andere aangiftetijdvak de hoge WW-premie – namelijk waarin meer dan 48 of 52 uren verloond zijn – moet betalen voor een jongere onder de 21 jaar.

    Voor de toets aan de leeftijd van 21 jaar is de leeftijd van belang die de werknemer had op de eerste dag van het betreffende aangiftetijdvak van vier weken of een maand. Als de werknemer op de eerste dag van het aangiftetijdvak nog niet in dienst was, dan geldt de leeftijd van de werknemer op de eerste dag van de dienstbetrekking.

    c) De werkgever betaalt over uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) de lage WW-premie. Dit is zowel het geval als UWV de uitkering rechtstreeks aan de werknemer betaalt als wanneer de werkgever de uitkering van UWV ontvangt en aan de werknemer doorbetaalt (dit wordt een werkgeversbetaling genoemd) of als de werkgever eigenrisicodrager is en de uitkering zelf betaalt.

    5. Kan de lage WW-premie worden herzien waardoor de werkgever alsnog de hoge WW-premie is verschuldigd?
    In een aantal situaties moet de werkgever de lage WW-premie herzien. Hiervoor is de werkgever zelf verantwoordelijk. De werkgever is in eerste instantie de lage WW-premie verschuldigd. Als één van de herzieningssituaties zich voordoet, is de werkgever verplicht om met terugwerkende kracht de hoge WW-premie te betalen. De hoge WW-premie is dan alsnog met terugwerkende kracht verschuldigd. 

    De hoogte van de herziening is het verschil tussen enerzijds de premies die de werkgever zou hebben betaald als hij gedurende de voorafgaande twaalf maanden (of = als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd – over de gehele duur van de arbeidsovereenkomst) de hoge premie had betaald, en anderzijds de premies die de werkgever reeds heeft betaald. Een herziening heeft dus betrekking op een periode van maximaal twaalf maanden. Als een herziening betrekking heeft op perioden in twee kalenderjaren, moet voor elk respectievelijk kalenderjaar worden gerekend met de premies die in dat jaar van toepassing waren.

    Vanaf 1 januari 2020 gelden twee herzieningssituaties:

    a) Wanneer de dienstbetrekking uiterlijk twee maanden na aanvang eindigt. De reden van de beëindiging van de dienstbetrekking is hiervoor niet relevant. Hieronder valt ook de situatie waarin de dienstbetrekking precies twee maanden heeft geduurd.

    b) Wanneer de uren waarover loon wordt betaald (de verloonde uren) de contractuele overeengekomen uren (de contracturen) met meer dan 30 procent overstijgen in de loonaangifte over het betreffende kalenderjaar. Deze bepaling is niet van toepassing als de werknemer in het kalenderjaar bij de werkgever één of meer dienstbetrekkingen heeft waarop de werkgever de lage WW-premie mag toepassen waarbij in deze dienstbetrekking(en) gemiddeld een arbeidsomvang van minimaal 35 uur per week is overeengekomen (voltijds volgens de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek).
    Deze bepaling voorkomt dat vaste contracten worden aangegaan met een (zeer) beperkt aantal vaste uren en in de praktijk structureel overwerk wordt ingezet als flexibele arbeid en wordt berekend over de loonaangiftegegevens van een bepaald kalenderjaar. Om te berekenen of deze situatie op een werknemer van toepassing is, wordt de verhouding tussen het totaal aantal verloonde uren en de totale overeengekomen uren in de arbeidsovereenkomsten in het kalenderjaar berekend.