Gorinchem, 20 december 2019 – Op 5 november 2019 heeft de Commissie van Beroep van de Nederlandse Veiligheidsbranche een uitspraak gedaan. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de mogelijkheid om door een onafhankelijke commissie te laten toetsen of leden van de vereniging zich houden aan de gedragscode en de Privacygedragscode.
Klachten
De wet (WPBR) bepaalt dat als iemand zich benadeeld voelt door het optreden van een particuliere beveiligingsorganisatie (of recherchebureau), hij een klacht kan indienen bij de directie van het bedrijf. Dit geldt voor alle beveiligingsorganisaties, dus zowel voor leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche als voor niet leden.
Voor leden van de Nederlandse Veiligheidsbranche is de wettelijke klachtenprocedure verlengd. Als iemand een klacht heeft ingediend tegen een bij ons aangesloten bedrijf, kan hij – indien hij het niet eens is met de uitspraak – beroep indienen bij de Commissie van Beroep. Deze commissie is ingesteld door de Nederlandse Veiligheidsbranche, maar de leden van deze commissie zijn volstrekt onafhankelijk en onpartijdig.
Uitspraken
De uitspraak van de commissie is bindend voor partijen met ingang van de dag waarop hij is gedaan. De commissie is bevoegd de beklaagde één of een combinatie van maatregelen op te leggen. Welke maatregelen dit zijn, is te vinden in het reglement.
Zaak 3051621
Op 5 november heeft er een zitting plaatsgevonden van de Commissie van Beroep. De klacht van klaagster richtte zich op schending van privacy en het te beperkt en subjectief uitvoeren van het onderzoek. De Commissie van beroep heeft klaagster op beide punten in het gelijk gesteld. Daarbij heeft de Commissie onder meer de volgende maatregel opgelegd: de openbaarmaking van deze uitspraak, geanonimiseerd, door verspreiding hiervan via de nieuwsbrief en de website van de Nederlandse Veiligheidsbranche.
De uitspraak van de Commissie van beroep vindt u links. Een afschrift hiervan wordt via de nieuwsbrief van december 2019 verspreid.
Gorinchem, 17 december 2019 – Bij het opsporen van criminelen die nog een gevangenisstraf moeten uitzitten, kan justitie heel goed gebruik maken van de diensten van particuliere onderzoeksbureaus. Dit blijkt volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche uit een pilot met zo’n onderzoeksbureau, waarbij van 11 personen de vermoedelijke woon- of verblijfplaats in het buitenland werd achterhaald.
Nederlandse Veiligheidsbranche positief over pilot
De pilot vond in 2018 en 2019 plaats in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en werd (na een aanbesteding) uitgevoerd door onderzoeksbureau Pinkerton. De vraag was om van 25 voortvluchtige personen, die nog een gevangenisstraf van minimaal 120 dagen moesten uitzitten, het vermoedelijke adres in het buitenland te achterhalen. Met deze adressen (en een positieve ID-verificatie) zouden buitenlandse autoriteiten veroordeelden kunnen aanhouden. Afgesproken was dat de onderzoekers uitsluitend gebruik mochten maken van publiek toegankelijke bronnen. Bovendien moest ter wille van een rechtmatige aanhouding goed beschreven worden op welke manier een adres was achterhaald.
Van de veroordeelden werd door justitie verondersteld dat ze zich ophielden in verschillende Europese landen. Pinkerton is langs twee lijnen op zoek gegaan naar hun waarschijnlijke woon- of verblijfplaats. Ten eerste is door data-analisten gezocht via officiële bekendmakingen van buitenlandse overheden, zoekmachines, sociale media, publiek toegankelijke websites, openbare telefoongidsen en handelsinformatie. Deze methode bleek niet het meest effectief. De tweede onderzoekslijn, het inschakelen door Pinkerton van lokale partners, leverde meer resultaten op. Lokale onderzoeksbureaus zijn vaak goed op de hoogte van specifieke omstandigheden en mogelijkheden in een land. Zo werden in Frankrijk de vermoedelijke adresgegevens van drie veroordeelden opgespoord omdat de Belastingdienst deze informatie van de ene belastingplichtige op aanvraag beschikbaar stelt aan een andere belastingplichtige. Een vierde adres werd in Frankrijk via het kadaster achterhaald. Adressen van andere veroordeelden werden opgespoord in Polen (3), Roemenië (3) en Bulgarije (1).
De Nederlandse Veiligheidsbranche vindt een steekproef van 25 personen weliswaar klein, maar noemt een score van 11 vermoedelijke adressen toch “zeer hoopgevend”. Hiermee is overigens niet met zekerheid vast te stellen of de betrokken personen ook daadwerkelijk op het gevonden adres woonden of tijdelijk verbleven omdat het de onderzoekers niet was toegestaan ter plaatse te gaan kijken. Justitie heeft niet bekendgemaakt of de 11 veroordeelden ook feitelijk zijn aangehouden.
Aanbevelingen Op basis van de pilot doet Pinkerton enkele aanbevelingen voor een mogelijk vervolg. Ten eerste stelt het bureau dat het niet in alle landen zinvol is op deze manier op zoek te gaan naar voortvluchtige veroordeelden. Sommige landen hebben zo weinig openbare bronnen waarin persoonsgegevens te vinden zijn, dat zulk onderzoek al bij voorbaat weinig kans heeft. “Wij hebben vooraf met het ministerie afgesproken dat onderzoek uitsluitend op basis van nationale wetgeving zou worden uitgevoerd”, zegt Koos Schoonbeek, directeur van Pinkerton. Verder is een conclusie dat de beschikbaarheid van een recente foto van een veroordeelde de kans op succes aanzienlijk vergroot. Bij deze pilot was van 10 van de 25 personen géén foto beschikbaar, wat de identificatie heeft bemoeilijkt en van deze 10 slechts 1 adres heeft opgeleverd. De effectiviteit kan ook vergroot worden door het speurwerk te richten op landen waar op basis van de pilot blijkt dat de opsporingsmethodiek relatief eenvoudig en tegen geringe kosten kan. Als de opsporingsmethodiek erkend wordt, kan waarschijnlijk ook het meest efficiënt samengewerkt worden met de justitiële autoriteiten in het betreffende land.
Verder concludeert het onderzoeksbureau dat het verstandig kan zijn veroordeelden zelf tijdig formeel toestemming te vragen voor het verwerken van hun persoonsgegevens, bijvoorbeeld als voorwaarde voor vervroegde invrijheidstelling. Daarmee kan mogelijk voorkomen worden dat persoonlijke gegevens niet aangenomen en verwerkt mogen worden vanwege privacyregelgeving in andere EU-landen.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid is tevreden over het verloop van de pilot en over de resultaten. Het zegt niet uit te sluiten dat in de toekomst vaker van particuliere onderzoeksbureaus gebruik zal worden gemaakt. Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming heeft enige tijd geleden een programma ‘Onvindbare veroordeelden’ geïntroduceerd, waarmee hij een impuls wil geven aan de effectieve tenuitvoerlegging van straffen.
Het idee om de pilot met een particulier onderzoeksbureau te houden kwam van de Nederlandse Veiligheidsbranche, de brancheorganisatie voor bedrijven op het gebied van particuliere beveiliging, recherche en geld- en waardetransport. Voorzitter Ard van der Steur heeft er recent voor gepleit om taken van politie en justitie waarvoor geen gezagsbevoegdheden of bewapening nodig zijn, vaker uit te besteden aan particuliere beveiligingsorganisaties met het Keurmerk Beveiliging. Hij denkt daarbij aan zorg voor arrestanten, baliewerk, het verwerken van aangiftes, het opstellen van meetapparatuur voor snelheidsmetingen, alcoholcontroles, maar bijvoorbeeld ook het opsporen van veroordeelden met een openstaande straf. “Op die manier kunnen politie en justitie zich focussen op taken waarvoor wel speciale bevoegdheden nodig zijn”, aldus Van der Steur, “en leveren we gezamenlijk een optimale bijdrage aan veiligheid en rechtsbescherming.”
Gorinchem, 16 december 2019 – Net als ambulancemedewerkers, brandweerlieden en politiemensen verdienen ook medewerkers van beveiligingsbedrijven een betere bescherming tegen agressie en geweld. Dit zegt de Nederlandse Veiligheidsbranche in reactie op het voorstel van het kabinet om bij elke vorm van geweld tegen personen die een publieke taak uitoefenen geen taakstraf meer mogelijk te maken. Dit verbod geldt nu alleen voor bepaalde geweld- en zedenmisdrijven.
Nederlandse Veiligheidsbranche in reactie op wetswijziging:
“Beveiligers kunnen, net als andere functionarissen belast met een publieke taak, slachtoffer worden van agressie en geweld”, zo zegt Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. “De praktijk is helaas dat beveiligers nog niet automatisch dezelfde behandeling krijgen als de in het wetsvoorstel genoemde hulpverleners. Dat is niet uit te leggen; beveiligers werken herkenbaar in uniform en hebben een wettelijk omschreven beveiligingstaak. Het gaat vaak om beveiligers die werken voor een gemeente en/of overheid. Ook die 30.000 functionarissen verdienen rechtvaardige bescherming tegen geweldplegers.”
De Nederlandse Veiligheidsbranche vindt het overigens zeer terecht dat functionarissen die bij een publieke taak worden geconfronteerd met agressie en geweld, beter worden beschermd. Ze pleit er echter voor de beveiligers toe te voegen aan de in het wetsvoorstel genoemde beroepsgroepen (politie, brandweer en ambulancemedewerkers).
De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.
Gorinchem, 11 december 2019 – Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid handhaaft zijn besluit om leden van VBe NL dispensatie te geven van de CAO Particuliere Beveiliging.
De Nederlandse Veiligheidsbranche is teleurgesteld dat het ministerie de door de vereniging aangevoerde principiële en feitelijke bezwaren tegen deze dispensatie heeft verworpen. De brancheorganisatie, die 90 procent van de werkgelegenheid in de beveiligingsbranche vertegenwoordigt, blijft van mening dat de verleende dispensatie leidt tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden en onduidelijkheid voor opdrachtgevers in deze relatief kleine branche.
De Nederlandse Veiligheidsbranche bestudeert het besluit en beraadt zich op eventuele vervolgstappen.
Gorinchem, 9 december 2019 – De wetgeving voor de inzet van zelfstandigen door beveiligingsbedrijven is tegenstrijdig. Terwijl de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) het inschakelen van zzp’ers feitelijk uitsluit, worden in de praktijk steeds meer zogeheten ND-vergunningen voor het uitoefenen van een beveiligingsbedrijf afgegeven aan zelfstandigen. Dit heeft een “negatieve invloed op de kwaliteit van de beveiligingsdienstverlening en de veiligheid”, aldus de Nederlandse Veiligheidsbranche in een reactie op nieuwe wetgeving inzake zzp’ers.
De brancheorganisatie reageert op het voorstel van het kabinet voor de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring. Doel van deze wet is zelfstandigen/werknemers en hun opdrachtgevers/werkgevers meer zekerheid geven over de kwalificatie van hun arbeidsrelatie.
Punt is echter dat de Wpbr de inzet van zzp’ers formeel eigenlijk uitsluit. Op grond van die wet zijn beveiligingsbedrijven verplicht om zelf een ND-vergunning te hebben (af te geven door Dienst Justis) en bij de inzet van werkenden (in loondienst of als zelfstandige) een beveiligingsvergunning op naam aan te vragen. “Daarmee is ‘vrije vervanging’ feitelijk niet mogelijk”, zegt de Nederlandse Veiligheidsbranche. “Ook zal een beveiliger als gevolg van de kenmerken van de Wpbr en de aard van de werkzaamheden in de praktijk vrijwel altijd ‘onder gezag’ werken.” Ook dat belemmert echte zelfstandigheid. Dat niettemin het aantal zzp’ers groeit zien de branche en de politie, die toezicht houdt, als een negatieve ontwikkeling.
In het wetsvoorstel van het kabinet is volgens de Nederlandse Veiligheidsbranche sowieso niet gekeken naar knelpunten die specifiek zijn voor de beveiligingssector. Ook het feit dat voor zzp’ers straks een algemeen geldend minimumtarief gehanteerd moet worden van 16 euro per uur, vindt de branche geen goed idee. Zo’n tarief zou best eens de norm kunnen worden voor opdrachtgevers. “De race naar de bodem is dan echt ingezet.” Als er al een minimumtarief zou moeten gelden dan opteert de Nederlandse Veiligheidsbranche voor een systeem dat in de architecten-cao is ingevoerd namelijk een tarief van 150 procent van het salaris van een vergelijkbare werknemer (in dit geval beveiliger) in loondienst. “Op die manier wordt concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen.”
De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. De omzet van de branche is circa 1,4 miljard euro. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.
Bij steeds meer organisaties, zoals UWV, gemeentes en de Belastingdienst, kunt u als ondernemer nu of binnenkort alleen nog inloggen met eHerkenning. Bijvoorbeeld voor het ziek melden van een werknemer, het aanvragen van een vergunning of het indienen van uw btw-aangifte. eHerkenning is een initiatief van de Rijksoverheid voor veilig inloggen bij (overheids)organisaties, speciaal voor bedrijven. Als ondernemer of medewerker van een organisatie identificeert u zich met één inlogmiddel veilig en eenvoudig online bij ruim 400 organisaties.
De voordelen van eHerkenning Veilig inloggen Doet u online zaken met de overheid? En wisselt u daarbij gevoelige informatie uit, zoals medische, financiële of persoonlijke gegevens? Met eHerkenning logt u veilig in om deze zaken online te regelen.
Eén manier van inloggen Met één inlogmiddel van eHerkenning kunt u inloggen bij ruim 400 organisaties, zoals de Rijksoverheid, gemeentes, waterschappen en private organisaties. Dat betekent dus minder wachtwoorden onthouden.
Zelf kiezen hoe u inlogt Wilt u inloggen met een extra controle via SMS? Of met een token of app? U kiest zelf hoe u het liefst wilt inloggen. De erkende eHerkenning-leveranciers bieden diverse typen inlogmiddelen aan.
De verschillende betrouwbaarheidsniveaus eHerkenning kent verschillende betrouwbaarheidsniveaus (oplopend van EH1 tot en met EH4). Hoe hoger het betrouwbaarheidsniveau, hoe meer zekerheid dienstverleners hebben over uw online identiteit en hoe gevoeliger de gegevens die u kunt uitwisselen. De dienstverlener bij wie u met eHerkenning inlogt, bepaalt het betrouwbaarheidsniveau. Voor het aanvragen van een vergunning heeft u bijvoorbeeld niveau EH2 nodig; voor het ziek en beter melden van medewerkers heeft u niveau EH3 nodig. Niveau EH3 wordt steeds vaker vereist voor online identificatie. Met een middel op een hoger niveau kunt u altijd inloggen bij een dienst die een lager niveau vereist. U moet dan wel gemachtigd zijn om namens uw bedrijf deze dienst af te nemen.
Machtigen Als u met eHerkenning een online dienst wilt afnemen namens uw organisatie, moet u daarvoor gemachtigd zijn. Met een machtiging weten dienstverleners zeker dat alleen geautoriseerde medewerkers bepaalde zaken online kunnen en mogen regelen. Vanaf niveau EH2 moet u zo’n machtiging aanvragen; zonder werkt een eHerkenningsmiddel niet. Een machtiging is persoonsgebonden en kan alleen worden gegeven door iemand in de organisatie die tekenbevoegd is volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Als er meerdere personen tekenbevoegd zijn, moeten zij mogelijk ook tekenen. Daarnaast kan de tekenbevoegde een machtigingenbeheerder aanstellen die de machtigingen beheert. Ga daarom eerst na wie er bij uw organisatie tekenbevoegd is en of er al een machtigingenbeheerder is. Meer informatie vindt u op https://www.eherkenning.nl/machtigen.
Ketenmachtigingen In sommige gevallen handelt uw bedrijf niet zelf om online zaken te regelen, maar schakelt het een tussenpartij in (zoals een extern bureau of intermediair). Uw bedrijf kan deze tussenpartij machtigen middels een ketenmachtiging, zodat het diensten kan afnemen met eHerkenning. Uw bedrijf hoeft in dit geval zelf geen eHerkenningsmiddel aan te vragen, maar moet wel de tussenpartij toestemming geven voor deze ketenmachtiging. Ga bij de dienstverlener na of u voor hun diensten gebruik kunt maken van ketenmachtiging. Volg de checklist op eherkenning.nl/ketenmachtiging.
eHerkenning aanvragen Een inlogmiddel van eHerkenning is persoonsgebonden en dus niet overdraagbaar aan of te delen met anderen. Heeft u nog geen eHerkenning? Vraag deze online aan bij één van de zes erkende leveranciers. Zij zijn erkend door de Rijksoverheid en alleen zij mogen eHerkenning leveren. Deze leveranciers voldoen allemaal aan de strenge eisen die eHerkenning stelt op gebied van veiligheid, betrouwbaarheid en de bescherming van persoonlijke gegevens. Op eherkenning.nl/leveranciersoverzicht vindt u alle leveranciers en de middelen die zij aanbieden. Daarnaast kunt u op de website een stappenplan volgen dat u door de belangrijkste aspecten in het aanvraagproces leidt.
eHerkenning upgraden Steeds vaker heeft u minimaal niveau EH3 nodig om zich online te identificeren bij de overheid. Heeft u al een eHerkenningsmiddel, maar op een lager niveau? Dan moet u dit upgraden en daarbij de noodzakelijke machtigingen regelen. Neem contact op met uw leverancier, die u verder kan helpen.
eHerkenning: straks onmisbaar, nu verkrijgbaar
Gaat u eHerkenning aanvragen? Gebruik dan dit handige stappenplan.
Stap 1 – waar gaat u eHerkenning voor gebruiken? Bepaal vooraf bij welke organisaties u eHerkenning wilt gebruiken. Besteedt u bepaalde werkzaamheden uit? Dan hoeft u vaak geen eHerkenning aan te vragen maar machtigt u uw tussenpersoon. Weten waar u terecht kunt met eHerkenning? Kijk op eherkenning.nl/waar-kunt-u-inloggen
Stap 2 – welk betrouwbaarheidsniveau heeft u nodig? eHerkenning kent 5 niveaus van beveiliging. Organisaties bepalen zelf welk betrouwbaarheidsniveau nodig is om zaken met ze te doen. Steeds meer organisaties vragen om eHerkenning op betrouwbaarheidsniveau 3; dat is een goed niveau om in te stappen. Weten welk betrouwbaarheidsniveau u nodig heeft? Kijk op eherkenning.nl/waar-kunt-u-inloggen
Stap 3 – wie gaat eHerkenning gebruiken? Gaat u eHerkenning gebruiken op betrouwbaarheidsniveau 2 of hoger? Dan heeft u een machtiging nodig van iemand in uw bedrijf die tekenbevoegd is. Iedereen die eHerkenning gaat gebruiken, heeft een eigen machtiging nodig. Wijs ook een machtigingenbeheerder aan. Meer weten over machtigen? Kijk op eherkenning.nl/machtigen
Stap 4 – met welke leverancier gaat u in zee? Er zijn 6 erkende leveranciers. Ze voldoen allemaal aan dezelfde eisen, maar werken met verschillende systemen en prijzen. U kiest zelf de leverancier die bij u past. Die helpt u verder. Weten welke leveranciers er zijn voor eHerkenning? Kijk op eherkenning.nl/leveranciers
Gorinchem, 30 oktober 2019 – Wat deed de Nederlandse Veiligheidsbranche in het eerste halfjaar van 2019? Een overzicht van enkele van onze belangrijkste acties en standpunten is te vinden in ons halfjaarbericht. U leest hierin onder andere over onze inzet op het gebied van vakopleidingen, arbeidswetgeving en pensioenen. De economische positie van de branche komt ook aan bod. Daarnaast een terugblik op de introductie van onze nieuwe voorzitter Ard van der Steur, die begin april Laetitia Griffith opvolgde.
Gorinchem, 15 oktober 2019 – De particuliere beveiligingsbranche kan in Nederland meer taken van de politie overnemen. Op die manier kan de politie zich focussen op “taken waarvoor bevoegdheden en bewapening nodig zijn”. Dit heeft Ard van der Steur, voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, op donderdag 10 oktober 2019 gezegd in Rome tijdens de viering van het 30-jarig jubileum van CoESS, de Europese federatie van 23 brancheorganisaties van beveiligingsbedrijven uit 18 landen.
Ard van der Steur spreekt op het congres van CoESS – Rome, 10 october 2019
Van der Steur zei “zeker niet ontevreden” te zijn over de samenwerking in Nederland tussen alle partijen die bij veiligheid betrokken zijn. Maar juist omdat de politie wordt geconfronteerd met ernstige vormen van zware criminaliteit en vaak gebrek aan capaciteit, zou uitbesteding een oplossing kunnen bieden. “Denk daarbij aan de zorg voor arrestanten, baliewerkzaamheden, het verwerken van aangiftes, het opstellen van meetapparatuur voor snelheidsmetingen van voertuigen, het uitvoeren van alcoholcontroles en dergelijke.” Belangrijk is volgens Van der Steur dat partijen elkaar vertrouwen, dat ze ervaring opdoen met samenwerking en dat wet- en regelgeving het uitwisselen van noodzakelijke gegevens mogelijk maakt.
Tegelijkertijd pleit de voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche voor blijvende professionalisering van de branche. Weliswaar heeft een bedrijf een vergunning nodig van het ministerie van Justitie en Veiligheid om te kunnen starten als beveiligingsorganisatie, maar het zou volgens Van der Steur beter zijn als ook het hebben van het keurmerk Beveiliging voor vergunningverlening en voor samenwerking verplicht wordt gesteld. “Een beveiligingsbedrijf met een keurmerk? Daar kun je prima zaken mee doen.”
Van der Steur feliciteerde CoESS van harte met het 30-jarig bestaan. Het is een organisatie die het uitwisselen van ervaringen door de deelnemende landen mogelijk maakt en die zich tegelijk inzet voor de belangen van de branche in Europa.
De complete speech van Ard van der Steur op het jubileum van CoESS is links te downloaden.
Gorinchem, 27 september 2019 – Op 17 september was de derde dinsdag van september en dat betekent Prinsjesdag. De Miljoenennota en de Rijksbegroting zijn door minister Hoekstra van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer. Wat zijn de gevolgen voor de branche?
Den Haag, 16 september 2019. Op het ministerie van Financien wordt het koffertje ingepakt. Foto: Ministerie van Financiën / Valerie Kuypers
Economisch beeld De piek van economische groei hebben we nu achter ons en het groeitempo van de Nederlandse economie neemt af naar een verwachte 1,8% in 2019 en 1,5% in 2020. De Nederlandse concurrentiepositie is nog steeds goed, maar we zien wel dat de winstgevendheid van het bedrijfsleven afneemt (de AIQ loopt verder op van 73% in 2018 tot bijna 75% verwacht in 2020) en de productiviteit nauwelijks toeneemt. Mede door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zien we in de meest recent afgesloten CAO’s dat er sprake is van een loonstijging tot gemiddeld 3,3%.
Arbeidsmarkt, lonen en inflatie De arbeidsmarkt blijft zeer krap door de gunstige economische conjunctuur van de afgelopen jaren. De werkloosheid komt uit op 3,5%, lager dan het niveau van voor de crisis in 2008. De tekorten op de arbeidsmarkt vormen de voornaamste belemmering voor bedrijven om in hun productie te voorzien. Wel is er een aanhoudende stijging van de werkzame beroepsbevolking van 1,9% in 2019 en 0,9% in 2020.
Het CPB verwacht voor volgend jaar een stijging van de contractlonen met 2,5%. Uit de recente realisatiecijfers van AWVN blijkt echter een contractloonstijging van gemiddeld 3,3% procent. Onze verwachting is dat deze trend zich doorzet en dat de contractloonstijging volgend jaar hoger uitvalt dan het CPB nu raamt. Hierdoor kan de gemiddelde koopkrachtstijging voor werkenden mogelijk nog hoger uitkomen dan de verwachte 2,4% volgens het CPB voor 2020. Overigens dient te worden opgemerkt dat in deze cijfers nog geen incidentele loonstijgingen zijn meegenomen, waarvan gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt en pogingen van werkgevers om werknemers aan zich te binden wel ruimschoots sprake is. Risico van deze oplopende loonstijging is dat dit plaatsvindt in een periode dat de arbeidsproductiviteitsgroei beperkt is en de economische groei juist afvlakt. Hierdoor stijgt de loonvoet van bedrijven met 3% in 2020.
Fiscaliteit Vennootschapsbelasting Het tarief van de vennootschapsbelasting gaat in 2020 niet omlaag, maar blijft op 25%. In 2021 gaat het tarief naar 21,7%; eerder was besloten dat het tarief naar 20,5% zou gaan. Het minder verlagen en uitstellen van de tariefsverlaging raakt het middelgrote familiebedrijfsleven. Het tarief voor winsten tot € 200.000 (het mkb tariefopstapje) gaat wel zoals bepleit omlaag in 2020 naar 16,5% en in 2021 naar 15%. De betalingskorting in de vennootschapsbelasting wordt afgeschaft per 2021.
Zelfstandigenaftrek Vorig jaar was al besloten de aftrekbaarheid van de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 stapsgewijs af te bouwen tot het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting (37,05%). Het voordeel van de verlaging van de inkomstenbelasting wordt op die manier bij zelfstandigen deels teruggenomen. In aanvulling daarop heeft het kabinet besloten de hoogte van de zelfstandigenaftrek terug te brengen met €2.000 in stapjes van €250 per jaar. De opbrengst van deze maatregel wordt naar verwachting gebruikt in het kader van de hervorming zzp.
Verruiming van de werkkostenregeling De werkkostenregeling wordt verruimd met €100 mln. In het voorstel wordt de werkkostenregeling zodanig aangepast dat er meer vrije ruimte komt voor ‘kleinere’ werkgevers en werkgevers met relatief veel parttimers en/of lage loonsommen. Daarmee kunnen kleine werkgevers iets extra’s doen voor hun medewerkers. Het gaat dan bijvoorbeeld om extern georganiseerde personeelsfeesten, uitjes en jubilea.
Werkgevers met een hogere loonsom profiteren ook van de extra vrije ruimte, maar naarmate een werkgever meer personeel heeft zal de extra vrije ruimte per medewerker lager uitvallen. Concreet stelt het kabinet een twee-schijvensysteem voor bij het vaststellen van de vrije ruimte. Tot een loonsom van €400.000 (ca. 12 fte) zal een hoger percentage (1,7%) worden toegepast, waardoor werkgevers tot 42% extra vrije ruimte tot hun beschikking krijgen.
Arbeidsmarkt, onderwijs en zorg Zzp-maatregelen Het kabinet werkt aan twee wetsvoorstellen die op 1 juli 2021 in werking moeten treden. Het eerste betreft de invoering van een minimumtarief per uur van €16. Het kabinet beoogt daarmee een vangnet te scheppen voor zzp’ers aan de onderkant van de markt. Daarnaast wordt een zelfstandigenverklaring ingevoerd: bij een minimumarbeidsbeloning van €75 per uur heeft deze als gevolg dat de opdrachtgever wordt gevrijwaard van loonheffing en premieheffing en dat de opdrachtnemer afstand doet van het recht op een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen. Ook kunnen door de zelfstandigenverklaring de aanspraken van de werkende op arbeidsrechtelijke bescherming worden beperkt tot een zogenaamd arbeidsrechtelijk ‘basisregime’; ook cao-bepalingen gelden niet. Er zal worden gewerkt aan de uitwerking van de afspraak uit het pensioenakkoord, dat er een vorm van arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zpp-ers komt.
Loondoorbetaling bij ziekte De loondoorbetalingsplicht bij ziekte wordt makkelijker, duidelijker en goedkoper gemaakt. Verzekeraars hebben de MKB-verzuimontzorgverzekering verder ontwikkeld die vanaf nu wordt aangeboden. Daarnaast zal per 1 januari 2021 een aantal wettelijke wijzigingen van kracht worden. Zo ontvangen ondernemers vanaf die datum een tegemoetkoming in de kosten van het tweede ziektejaar van €1000 tot €1300 per bedrijf. Daarnaast wordt het medisch advies van de bedrijfsarts leidend bij de RIV-toets. Tot slot wordt gewerkt aan meer duidelijkheid rondom de inzet van het tweede spoor. Al deze wetgeving wordt momenteel nader uitgewerkt.
Evaluatie Arbeidsomstandighedenwet Het kabinet zal de Arbeidsomstandighedenwet in 2020 evalueren. Daartoe wordt een aantal onderzoeken in 2019 en 2020 uitgevoerd. Met name zal dan ook worden bezien hoe de wetswijzigingen van 1 juli 2017 uitwerken.
Maatregelen ten behoeve van betere naleving Risico-inventarisatie en –evaluatie Het kabinet constateert dat de naleving van de risico-inventarisatie en -evaluatie (Rie) door bijna de helft van het aantal werkgevers wordt gedaan. Tegelijkertijd valt ongeveer 80% van alle werknemers onder een risico- inventarisatie en -evaluatie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet onderzoek naar mogelijkheden voor verbetering van de naleving. Een belangrijk richtsnoer daarbij is de werkgever als vertrekpunt te nemen.
Veranderende arbeidsrelaties en Arbeidsomstandighedenwet De diversiteit in arbeidsrelaties is in de loop van de jaren toegenomen, terwijl de Arbeidsomstandighedenwet onveranderd is gebleven. De Arbeidsomstandighedenwet gaat uit van een traditionele werkgevers-werknemersrelatie. De SER voert een verkenning uit naar de arbeidsomstandigheden in relatie tot de verschillende typen arbeidsrelaties. Die verkenning moet mede de opmaat vormen voor een advies over wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet, die rekening houdt met de verschillende typen arbeidsrelaties.
Wet arbeidsmarkt in balans Op 1 januari a.s. treedt de Wet Arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking. De wet regelt aanpassingen op het terrein van het ontslagrecht en tijdelijke contracten (ketenregeling/WW-premie). Met de Wet werk en zekerheid (Wwz) uit 2015 zijn eerste stappen gezet, maar de Wab moet meer balans brengen. Het gaat hierbij onder andere om aangekondigde maatregelen rond de positie van zelfstandigen, de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid en ziekte en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen.
Premies Als gevolg van de Wab zijn er vanaf 2020 twee premietarieven binnen het Awf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden. Het lage tarief wordt voorlopig vastgesteld op 2,94 procent en het hoge tarief op 7,94 procent. De gemiddelde AWf-werkgeverspremie bedraagt 4,19 procent. Definitieve vaststelling van de AWf-premie vindt plaats in oktober. De Aof-premie is (voorlopig) vastgesteld op 6,79 procent. Definitieve vaststelling van de Aof-premie vindt plaats in oktober.
Lage inkomensvoordeel In het kader van de afspraken over de vernieuwing van het pensioenstelsel (d.d. 5 juni jl.) wordt het Lage inkomensvoordeel (Liv) per 2020 niet meer gedifferentieerd, maar generiek vastgesteld op €0,51 per verloond uur met een maximum van €1.000 per werknemer per kalenderjaar (in de bandbreedte 100-125% Wml). Het budget voor het Liv gaat van circa €500mln naar €360mln per jaar. Wat het jeugd-Liv betreft, wordt per 2020 het gedifferentieerde bedrag gehalveerd en per 2024 helemaal afgeschaft. Het budget gaat daarmee van circa 100 mln. naar 50 mln. en in 2024 naar 0.
Wijzigingen transitievergoeding In de Wab is geregeld dat werknemers al vanaf de eerste dag van het dienstverband recht hebben op een transitievergoeding. Met de voorgestelde wijziging bedraagt de transitievergoeding over de gehele duur van het dienstverband 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De hogere opbouw bij dienstverbanden langer dan tien jaar wordt afgeschaft.
Veranderingen transitievergoeding Een werkgever moet loon doorbetalen aan een zieke werknemer. Als de werknemer langer dan twee jaar ziek is, kan de werkgever ontslag aanvragen bij het UWV. De zieke werknemer heeft dan recht op een transitievergoeding.
Werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 compensatie aanvragen als zij een werknemer ontslaan die langer dan 2 jaar ziek is. Zo voorkomt de overheid dat werkgevers te maken krijgen met een opeenstapeling van kosten na twee jaar loon doorbetalen aan zieke werknemers. De compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald. Lag het einde van de periode van twee jaar ziekte al vóór 1 juli 2015? Dan is geen compensatie mogelijk.
Aanvullend geboorteverlof vanaf 1 juli 2020 Per 1 juli 2020 kunnen partners tot 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen. Zij krijgen dan een uitkering ter hoogte van 70% van hun dagloon, tot 70% van het maximumdagloon. UWV betaalt deze weken verlof. De werknemer moet deze verlofweken opnemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind. Voorwaarde is wel dat een werknemer eerst het geboorteverlof van eenmaal het aantal werkuren per week opneemt. Ook moet een werknemer het verlof in hele weken aanvragen. In overleg met de werkgever kan de werknemer het aanvullend verlof over een langere periode dan 5 weken spreiden. Het is ook mogelijk om minder dan 5 weken aanvullend geboorteverlof op te nemen.
Pensioenstelsel Werkgevers, vakbonden en kabinet zijn het na jaren eens geworden over hoe het nieuwe pensioenstelsel eruit moet zien; waaronder aanpassing van de AOW-leeftijd (minder snel omhoog) en voor mensen in zware beroepen (maatwerk om eerder uit te treden en investeren in duurzame inzetbaarheid). De afspraken uit het pensioenakkoord zullen we in de komende periode samen met het kabinet en vakbonden uitwerken (zoals de vormgeving van de nieuwe pensioencontracten, de aanpassing van het fiscale kader en de transitie naar een aangepast pensioenstelsel), zodat het kabinet in 2020 een wetvoorstel kan indienen.
Premies gezondheidszorg De inkomensafhankelijke zorgpremie die werkgevers moeten betalen voor hun werknemers gaat van 6,95% in 2019 naar 6,70% in 2020. Deze premie geldt in 2020 over de eerste 57.214 euro van het brutoloon. Via deze inkomensafhankelijke zorgpremie financieren werkgevers daarmee 18,1 miljard euro aan de collectief gefinancierde zorg.
Subsidieregeling Praktijkleren (bbl) De subsidieregeling praktijkleren is in 2019 tot 2023 verlengd. Aan de subsidieregeling is voor de komende vijf jaar € 10,6 miljoen per jaar toegevoegd om de sectoren landbouw, horeca en recreatie tegemoet te komen met een extra investering in de scholing van werknemers (motie Heerma). Deze stimulering vindt plaats via een extra tegemoetkoming in de begeleidingskosten voor bbl-stageplekken.
Leven lang ontwikkelen Een vervanging van fiscale aftrek voor scholing is aangekondigd. In plaats van de fiscale aftrek komt er een subsidieregeling. Het gaat om ruim €200 mln per jaar. Deze regeling gaat scholing van personen financieren tot maximaal €1000,- pp per jaar en zal worden toegekend aan individuen die willen scholen in het kader van hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. De invoeringsdatum is nog niet zeker maar waarschijnlijk per 2021. Zolang deze regeling niet van kracht is, blijft de fiscale scholingsaftrek in stand.
MBO De komende jaren wordt een daling van het aantal studenten in het MBO verwacht. Het Ministerie van OCW gaat werk maken van meer mogelijkheden tot samenwerking en fusies en men gaat werk maken van het versterken van de positie van het specialistisch beroepsonderwijs. Ook is in 2020 €25mln beschikbaar voor het regionaal investeringsfonds voor publiek private samenwerking van MBO, lagere overheden en het bedrijfsleven in de regio.
Marktwerking en regelgeving Aanbesteden De actie-agenda Beter Aanbesteden is nagenoeg afgerond. Door de staatssecretaris van EZK is aangekondigd dat er een vervolg op de actie-agenda komt. De inzet is het verder professionaliseren van aanbesteden. Daarnaast zal een start worden gemaakt met het project professioneel opdrachtgeverschap. Voor VNO-NCW en MKB-Nederland is het duidelijk dat er nog veel moet gebeuren om het aanbesteden te optimaliseren. Het is daarom goed dat de staatssecretaris van EZK hier de coördinatie pakt.
Justitie en Veiligheid VNO-NCW/MKB-Nederland merken over de Justitie-begroting op ten aanzien van de plannen rond de politie, dat het belangrijk dat de Politie samen met de veiligheidsindustrie blijft zoeken naar innovaties en nieuwe mogelijkheden t.b.v. het takenpakket van de politie. De Politie dient hiervoor ook voldoende capaciteiten en financiële middelen beschikbaar te hebben.
Particuliere beveiliging Onder “gesubsidieerde rechtsbijstand” zijn twee onderwerpen op het terrein van particuliere beveiliging ondergebracht Het initiatiefvoorstel van Wet bescherming koopvaardij is begin 2019 door de Eerste Kamer aanvaard. Bij AMvB zal nader invulling worden gegeven aan het vergunningstelsel, toezicht etc. Bij de AMvB zullen de financiële gevolgen verder in kaart worden gebracht. Inwerkingtreding van de wet en nadere regelgeving zal in de loop van 2020 zijn. In 2019 is gestart met een wijzigingstraject van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR). Deze wet stamt uit 1997 en is aan aanpassing toe. Het wijzigingstraject zal in 2020 worden voortgezet. De Nederlandse Veiligheidsbranche is bij de wijziging betrokken.
Meldkamers In 2020 treedt de Wijzigingswet meldkamers in werking; veiligheidsregio’s, politie, brandweer, KMar en ambulance-diensten werken verder aan een toekomstbestendige inrichting van het meldkamerdomein. De meldkamers van de hulpdiensten worden op 10 locaties gerealiseerd (Drachten, Apeldoorn, Hilversum, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Bergen op Zoom, Den Bosch en Maastricht). Het beheer van de meldkamers wordt in 2020 overgedragen aan de politie waarbij een opbouwfase van 3 jaar is afgesproken om het beheer volledig in te richten. De branche is op dit traject aangesloten via de Stuurgroep Samenwerking elektronische beveiliging en politie (SEBP).
Ondermijning Ondermijning is het belangrijkste veiligheidsthema de komende jaren. Er komt ondermijningswetgeving om geconstateerde juridische knelpunten in de huidige aanpak van georganiseerde criminaliteit en ondermijnende criminaliteit op te lossen. Zo wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel om de bevoegdheid te creëren voor de burgemeester om een woning tijdelijk te sluiten na het aantreffen van wapens in een woning of de beschieting van een woning. Ook is het wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden in ontwikkeling, dat o.a. het delen van informatie in samenwerkingsverbanden moet vergemakkelijken. Daarnaast zijn de incidentele middelen (€ 100 mln.) en structurele gelden (jaarlijks € 10 mln.) die beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van de intensivering van de aanpak verdeeld over de regio’s en landelijke partners. Zij gaan de komende periode voortvarend aan de slag met de uitvoering van de concrete meerjarige versterkingsplannen. Deze versterking wordt vormgegeven langs een aantal zogenoemde «rode draden», zoals de aanpak van (drugs)criminaliteit op mainports, het verbeteren van zicht op criminele geldstromen, de versterking van de aanpak in kwetsbare gebieden en het vergroten van de weerbaarheid van bestuur en samenleving. Met de inzet van deze gelden wordt een belangrijke stap gezet om het zicht op de ondermijningsproblematiek verder te verbeteren en de integrale samenwerking en uitvoeringskracht te versterken. Ook biedt de inzet van de extra middelen de mogelijkheid om via concrete pilots en projecten de aanpak te innoveren, mede met behulp van moderne technologieën. Er wordt ingezet op intensieve samenwerking tussen verschillende publieke en private instanties, zoals dat nu ook gebeurt tussen de Taskforce Brabant Zeeland en Intensivering Zuid Nederland. In samenwerking met VNO-NCW/MKB-Nederland komt de publiek-private samenwerking in dit onderwerp de komend tijd meer op stoom. Er komt een bestuurlijk verbod op Outlaw Motorcycle Gangs (criminele motor-bendes). De initiatiefwet daartoe is aanhangig in de Tweede Kamer en valt samen met een onderdeel uit het regeerakkoord: het maakt deel uit van de ambitie van het kabinet om met een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit te komen.
Subsidies criminaliteitspreventie Voor het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid en het Keurmerk Veilig Ondernemen blijven subsidies beschikbaar. Voorgaande jaren stonden die subsidies steeds ter discussie, omdat ze werden geschrapt/gekort door het departement en via amendering door de Tweede Kamer werden zeker gesteld.
Gevangenissen De dienst Justitiële inrichtingen laat op de begroting de kosten voor externe inhuur van b.v. beveiligingspersoneel de komende jaren stijgen (niveau realisatie 2018).
Vergunningen WPBR In de paragraaf over de dienst Justis kunnen de cijfers worden gevonden over aantallen vergunningen (begroot op 590 nieuwe vergunningen), zie p. 128 begroting.
Gorinchem – 5 juli 2019 – DG Politie, Straffen en Beschermen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, Wim Saris, nam gisteren tijdens de ALV de honneurs waar voor minister Grapperhaus die weggeroepen was voor een debat met de Tweede Kamer. Saris complimenteerde de Nederlandse Veiligheidsbranche met de ontwikkeling die de beveiligingsbranche heeft gemaakt naar een grote professionele branche. De minister heeft veel waardering voor de medewerkers in de branche. “De mannen en vrouwen met een V zijn belangrijke partners in de Nederlandse samenleving om veiligheid vorm te geven.” Aldus Saris. Waar politie voorheen vooral de rol van toezichthouder had, is er steeds vaker sprake van samenwerking tussen branche en politie.
Wim Saris spreekt op de Algemene Ledenvergadering. Foto: Jeroen Poortvliet.
Naar aanleiding van de ALV verscheen het volgende artikel op Beveiligingsnieuws: “De politie krijgt steeds meer waardering voor de beveiligingssector en dat opent nieuwe kansen voor samenwerking. Beveiligers en agenten zullen nooit elkaars werk overnemen, maar er kan wel meer samen worden gedaan om gezamenlijke problemen als capaciteitstekorten het hoofd te bieden.
Dat zei directeur-generaal Politie Wim Saris van het ministerie van Justitie & Veiligheid aan het begin van de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Hij roemde de branche die zich ontwikkeld heeft van kleine bedrijfjes en éénpitters tot de grote, professionele bedrijven die nu met zo’n 30.000 opgeleide mensen een bijdrage leveren aan een veiliger Nederland. “De minister en ik hebben een enorme waardering voor wat uw sector doet op het gebied van professionaliteit en vakbekwaamheid en de integriteit van de bedrijven en de medewerkers.”
Verbetering realiseren Saris erkende dat de ‘mannen en vrouwen met een V’ niet meer zijn weg te denken uit de samenleving. “Jullie zijn belangrijke partners om de veiligheid in onze samenleving vorm te geven. We staan dus open voor een samenwerking die wel wat verder gaat dan het controleren en afgeven van pasjes door de politie. Een samenwerking waaraan volgens branchevoorzitter Ard van der Steur nog wel het nodige aan te verbeteren valt. De volgende stap is om die verbetering ook werkelijk te realiseren. Vooral waar dat hard nodig is, zoals op luchthavens, bij grote evenementen en in de horeca. Daar zie je steeds meer dat de politie en de beveiliging hand in hand aan het werk gaan en samen de operatie draaien. Dat kan ook niet anders. Er is voor beide partijen meer werk dan capaciteit en dan kan je beter de krachten bundelen, dan dat je met elkaar gaat concurreren.”
Delen van competenties Om de druk op de arbeidsmarkt te verminderen stelde de directeur-generaal voor om uitwisseling van mensen tussen politie en NIEUWS Meer mogelijk voor beveiliging en politie om elkaarte versterken beveiliging te bevorderen. “Beveiligers, politie en boa’s hebben elkaar veel te bieden en delen veel competenties. Iemand kan bijvoorbeeld beginnen in de beveiliging, dan overstappen naar de politie om na een paar jaar weer terug te keren naar de beveiliging. Dat is beter dan blijven proberen 18-jarigen van de arbeidsmarkt te kapen en ze proberen hun leven lang aan je te binden. Mensen blijven toch niet meer bij dezelfde organisatie werken. Dan kunnen we dus beter kijken hoe we elkaar hierin kunnen versterken. Dat kan zolang het geweldsmonopolie en specieke politietaken aan de politie blijven voorbehouden. Er zijn dus grenzen, maar binnen die grenzen is veel meer mogelijk om er samen voor te zorgen dat Nederland een prettig land blijft om in te wonen.
Veel meer waardering Voorzitter Van der Steur van de Nederlandse Veiligheidsbranche stelde inderdaad vast dat de politie de laatste jaren veel meer waardering heeft gekregen voor beveiligers en de beveiligingsbranche. “De politie erkent dat onze mensen goed worden opgeleid en dat meer taken aan hen overgelaten kunnen worden. Maar aan de andere kant kampen we met grote personeelstekorten. Er zijn dus bedrijven die er bepaald niet op zitten te wachten dat hun mensen overstappen naar de politie. Daarnaast hebben we te maken met een Wet particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus. Als minister heb ik daar niets van meegekregen, maar inmiddels ken ik hem uit mijn hoofd. Ik denk dat heel veel makkelijker en gestroomlijnder kan en daarom gaan we samen met de politie proberen om tot aanpassingen te komen en wel op zo kort mogelijke termijn.” De voorzitter beloofde het komend najaar met een visie op de samenwerking met de politie te komen. Daarin staat hoe de beveiligingsbranche de politie kan ondersteunen en versterken. Volgend jaar komt er ook een congres over dit onderwerp. “Zo kunnen we ook met anderen over dit onderwerp losoferen.”
Geweldsmonopolie De Nederlandse Veiligheidsbranche staat achter het standpunt van de politie dat het geweldsmonopolie bij de overheid moet blijven liggen. “Maar onze mensen beveiligen ook vitale infrastructuur”, stelde algemeen directeur Vinz van Es van G4S Nederland. “Als daar iets mis gaat kunnen we niet veel doen, dus dan moeten we wel heel snel op de politie kunnen rekenen.” Arjan van de Wetering van Maat Beveiliging pleitte voor een beschermde status voor beveiligers, zoals ook overheidsmensen met een publieke taak die hebben. Wie een beveiliger gewelddadig bejegent, krijgt dan een hogere straf. Van der Steur gaf aan dat daar al eens eerder voor gelobbyd is, maar zonder resultaat. De directeur-generaal zei dit terechte vraagstukken te vinden en dat hij hier als topambtenaar anders mee omgaat dan politici. Algemeen directeur Ellen Groenewoud van Trigion vroeg zich af hoe de situatie in 2025 zal zijn, als er regelmatige uitwisselingen tussen politie en beveiligers plaatsvinden. “Wat zouden beveiligers bij de politie kunnen doen en wat kunnen agenten bij de beveiligingsbedrijven doen?” Saris noemde enkele voorbeelden waar al uitwisseling plaatsvindt, zoals in gevangenissen en op politiebureaus. “Het kan op alle vlakken, behalve wanneer het gaat om geweld, noodhulp of andere typische politietaken, waarvoor beveiligers niet voldoende zijn toegerust. We moeten dus geen verwachtingspatronen scheppen, die we uiteindelijk niet kunnen waarmaken. Beveiligers, boa’s en politieagenten zullen nooit precies hetzelfde werk kunnen doen. Van Es gaf tot slot nog een tip. “’s Nachts rijden er meer van onze mensen rond dan politieagenten. Veel extra ogen en oren dus. Denk daar maar eens over na!”