Auteur: Elize

  • Cao Particuliere Beveiliging geldt voor de hele branche

    Cao Particuliere Beveiliging geldt voor de hele branche

    Cao Particuliere Beveiliging geldt voor de hele branche

    Gorinchem, 14 mei 2019 – Sinds 4 mei geldt de cao Particuliere Beveiliging voor alle ondernemingen in deze bedrijfstak. Dit heeft minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekend gemaakt. Bedenkingen die tegen deze algemeen verbindend verklaring werden ingediend, zijn door de minister verworpen.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche, een van de partijen betrokken bij de totstandkoming van deze vijfjarige cao, zegt blij te zijn met dit besluit. “De algemeen verbindend verklaring maakt het mogelijk alle bedrijven weer te controleren op naleving van de regels die in de cao zijn afgesproken en waar nodig handhavend op te treden.”

    De cao Particuliere Beveiliging is ingegaan op 1 juli 2018 en loopt tot en met 30 juni 2023. De overeenkomst is gesloten tussen de Nederlandse Veiligheidsbranche en drie vakorganisaties (FNV Beveiliging, CNV Vakmensen en De Unie Security).

    Doel van de cao is onder meer om het vak van beveiliger aantrekkelijk te houden via afspraken over de loonontwikkeling, de pensioenen, de roosters, de verhouding tussen flexibel en vast werk, het terugbrengen van de arbeidstijd in 2023 en een groot aantal andere zaken.

    De looptijd van vijf jaar geeft cao-partijen tijd en ruimte om het eens te worden over gecompliceerde vraagstukken rondom roosters, gezond werken tot je oude dag en technologische veranderingen. Naast werkgevers en werknemers zullen ook klanten van de veiligheidsbranche profijt hebben van de cao.

    Tot 2023 zullen namelijk veel beveiligingscontracten opnieuw worden aanbesteed. De cao geeft de branche de mogelijkheid zich verder te ontwikkelen en te professionaliseren. Dat is ook goed voor opdrachtgevers, die hierdoor meer bereid zullen zijn om een faire prijs voor beveiliging te betalen, aldus de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Ard van der Steur over zijn eerste weken als voorzitter ‘Ik ben nóg meer onder de indruk geraakt van het beveiligingsvak’

    Gorinchem, 25 april 2019 – Zijn inwerkprogramma zit goed vol. Ard van der Steur (49), sinds 4 april voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche, heeft er een spottersopleiding opzitten, ging op pad met een surveillant van het beveiligingsbedrijf G4S en verwacht nog dit jaar alle leden persoonlijk te bezoeken. “Intussen hoop ik veel te zien van hun werk in de praktijk.” Zijn eerste conclusie? “Ik ben onder de indruk en zie hoe leuk en interessant het werk van een beveiliger kan zijn.” 

    Ard van der Steur

    Waarom wordt iemand voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche?
    Van der Steur: “Naast democratie en rechtstaat, is veiligheid een van de kernwaarden van onze samenleving. Voor democratie en rechtstaat heb ik me geruime tijd ingezet. Ik vind het ontzettend leuk om nu op deze manier mijn steentje te mogen bijdragen aan de veiligheid. Echt een eer dat ik gevraagd ben als voorzitter van de veiligheidsbranche.” 

    Hebt u al een beeld van de branche?
    “Op basis van ervaring in het verleden en de werkbezoeken die ik deze maand al heb afgelegd, is mijn beeld dat het een zeer professionele branche is, met goed opgeleide, enthousiaste, vakbekwame, integere mensen, die invulling geven aan een behoorlijk lastig vak.”

    “Dat laatste wordt wel eens vergeten. Ik volgde afgelopen maand de spottersopleiding. Tijdens die opleiding, een samenwerking van de branche en de Politieacademie, worden mensen getraind in het signaleren van afwijkend gedrag om in een vroeg stadium overtredingen, misdrijven of terroristische aanslagen te voorkomen. Dan merk je weer eens dat een beveiliger eigenlijk maar één wapen heeft: zijn mond. Daarmee moet hij in alle denkbare situaties effect bereiken. En het is nogal wat als je voor een stadion vol met uitgelaten voetbalsupporters staat of op een dansfeest, met allerlei mensen die in meer of mindere mate van geestverruimende middelen hebben genoten. Steeds maar weer inspelen op de situatie, steeds maar weer zorgen dat het niet escaleert en dat je er zelf ongeschonden uitkomt. Dat is heel knap, dat is echt een mooi, maar moeilijk vak.” 

    Een bekend punt, maar wat is uw mening: moeten beveiligers wapens gaan dragen?
    “Onze branche is daarin heel terughoudend. En terecht. Het geweldsmonopolie hoort bij de overheid, maar dat betekent wel dat beveiligers er – in geval van nood – van uit moeten kunnen gaan dat de politie snel ter plaatse kan zijn. Dat is de andere kant van het verhaal. Je moet bovendien altijd goed overwegen of afweermiddelen wel echt tot betere bescherming leiden. Ze kunnen namelijk ook tegen je gebruikt worden. Pepperspray klinkt leuk, totdat het in je eigen ogen zit. Een wapenstok is mooi, totdat je er zelf mee geslagen wordt. Dat zulke afweermiddelen ook tot verdere escalatie kunnen leiden, wordt wel eens over het hoofd gezien.”

    Hoe ziet u de toekomst van de veiligheidsbranche; bent u optimistisch?
    “Ik ben zeer optimistisch. Veiligheid zal in de toekomst een heel belangrijk onderwerp blijven, en zal  nog belangrijker worden. Ik verwacht dus dat de veiligheidsbranche de komende jaren verder zal groeien, in de ene sector uiteraard sterker dan in de andere. De politie zal op een aantal terreinen ook meer ruimte geven aan particuliere beveiligingsorganisaties.”
    “In het werk van onze bedrijven, zal techniek steeds belangrijker worden, maar veel werk kan niet door technische hulpmiddelen uitgevoerd worden. Er blijft altijd behoefte aan persoonlijke beveiligers: de man of vrouw op straat, in een winkelcentrum of elders, die een oogje in het zeil houdt en zichtbaar is.”

    Wat wilt u als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche bereiken de komende jaren?
    “Het belangrijkste is dat de branche nog beter dan nu bij opdrachtgevers en bij de overheid in beeld komt. Als onze belangen in het geding zijn bij besluitvorming, dan moeten die belangen serieus worden meegewogen. Daar wil ik me sterk voor maken. Waar verbeteringen mogelijk en eenvoudig zijn, moeten deze ook snel worden doorgevoerd. Een simpel voorbeeld: bedrijven worden nu geconfronteerd met veel administratieve rompslomp bij het aanvragen van legitimatiebewijzen voor beveiligers. Iedereen ziet dat het anders kan en moet, maar om een of andere reden verandert het niet snel. Voor zoiets hoop ik een aanzet te kunnen geven de komende maanden.”

    “Opleidingen zijn wat mij betreft de komende jaren een heel belangrijk punt. Beveiligers moeten met nieuwe technieken leren omgaan, vaak ook wordt van hen een andere, meer brede rol verwacht. De eisen veranderen; daarom is het ook zo leuk om beveiliger te worden. Beroepsopleidingen moeten daar nog beter dan nu op inspelen. Ik denk dat zowel de opleidingen als de beveiligingsbranche hier belang bij hebben. De scholen moeten openstaan voor wensen van de branche, maar tegelijkertijd roep ik onze bedrijven ook op voldoende stageplaatsen te blijven aanbieden. We hebben er allemaal belang bij dat zoveel mogelijk jonge mensen de weg naar de veiligheidsbranche weten te vinden. Dus moeten we het liefst ook gezamenlijk werken aan een beter imago, of beter gezegd: aan het tonen van de echte werkelijkheid van de beveiliging.”

    Kunt u als voorzitter het accent verleggen van concurreren op alleen prijs naar concurreren op prijs en kwaliteit?
    “Daaraan wil ik ook zeker mijn bijdrage leveren. Ook wat dit betreft ben ik optimistisch. Er is bij de overheid  een ontwikkeling gaande, waarbij minder alleen op de prijs wordt gelet en meer aandacht wordt gegeven aan kwaliteit. Dat is soms best lastig, maar ik zie het wel gebeuren en dat is een positieve ontwikkeling. Van groot belang is dat daarbij het keurmerk Beveiliging goed in ogenschouw wordt genomen door overheidsorganisaties op alle niveaus, landelijk, provinciaal en lokaal. Het keurmerk Beveiliging garandeert dat je zakendoet met een bedrijf dat financieel solide is, dat zijn afspraken nakomt en dat netjes met mensen omgaat.”

    “Daarbij speelt ook de nieuwe cao Particuliere Beveiliging, die bewust voor vijf jaar is afgesloten, een grote rol. Daarmee kunnen we echt investeren in arbeidsvoorwaarden en in kwaliteit. Het is voor de sector van groot belang dat deze cao algemeen verbindend wordt verklaard. Daarmee ontstaat rust in de branche en kunnen bedrijven consequent gaan bouwen aan hun toekomst.”

    De branche telt veel organisaties; kent u ze allemaal al?
    “Ik verwacht ze in elk geval zo snel mogelijk allemaal te kunnen spreken. Daarbij wil ik vooral bekijken waar we kunnen samenwerken. Onze belangen lopen niet altijd parallel, maar vaak wel. Ik verheug mij erop hen te ontmoeten en de mogelijkheden voor verdere samenwerking te bespreken.”

  • Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Ard van der Steur benoemd als voorzitter Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem, 5 april 2019 – Ard van der Steur, oud-minister van Veiligheid en Justitie, is sinds donderdagmiddag 4 april de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Tijdens de algemene ledenvergadering in Den Haag werd hij bij acclamatie benoemd als opvolger van Laetitia Griffith, die deze rol acht jaar heeft vervuld.

    Foto: Henk Ganzeboom, Kobalt Fotografie Dupho

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

    Bij zijn aantreden maakte Ard van der Steur bekend dat hij zich de komende jaren onder andere wil toeleggen op het verder moderniseren van de opleiding van beveiligers. Dat is volgens hem nodig omdat aan beveiligingsbedrijven nieuwe eisen worden gesteld, bijvoorbeeld als het gaat om integratie van de dienstverlening met techniek, maar ook op het gebied van hospitality. Ook vindt hij dat de branche aantrekkelijker moet worden voor jongeren.

    Voor de veiligheid in Nederland is het volgens Van der Steur belangrijk dat bij het aanbesteden van beveiligingsopdrachten minder wordt geconcurreerd op prijs en meer op kwaliteit. Hij noemde het ‘hoopgevend’ dat dit besef ook bij steeds meer opdrachtgevers lijkt door te dringen. De nieuwe voorzitter maakte verder bekend dat hij veel tijd wil steken in rechtstreekse contacten met de aangesloten ondernemingen en de relatie met overheden verder wil versterken.

    Ard van der Steur (1969) werkte na zijn studie lange tijd als advocaat. Van 2010 tot 2015 was hij lid van de Tweede Kamer en onder andere woordvoerder voor veiligheid en justitie. Van 2015 tot 2017 was Van der Steur minister van Veiligheid en Justitie. Na zijn aftreden ging hij onder andere aan de slag als directeur van een advocatenkantoor. Daarnaast vervult hij verschillende maatschappelijke functies.

  • Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Laetitia Griffith neemt afscheid van de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Gorinchem, 29 maart 2019 – Verdere professionalisering van de branche, een goede positionering van het keurmerk en optimale samenwerking met overheidsinstanties. Dat zijn drie grote thema’s die Laetitia Griffith hebben beziggehouden bij de Nederlandse Veiligheidsbranche. Begin april neemt ze – na acht jaar – afscheid als voorzitter en wordt ze opgevolgd door Ard van der Steur. Hoe kijkt ze terug?

    Laetitia Griffith

    Wat was de dominante trend in de afgelopen acht jaar?
    Griffith: “Professionalisering is een dominante trend in alle sectoren die wij vertegenwoordigen, dus bij particuliere beveiligingsbedrijven, maar ook op het gebied van evenementenbeveiliging, bij het geld- en waardentransport en bij particuliere onderzoeksbureaus. Dat was ook nodig, want de markt en onze sparring partners bij de overheid vragen het. De toenemende terreurdreiging speelt daarbij zeker een rol.
    Professionalisering vereist nieuwe en andere vaardigheden. Voor bedrijven op het gebied van evenementenbeveiliging was het belangrijk nog beter te gaan samenwerken met de politie, maar zich ook te verdiepen in crowd management: hoe bewegen mensenmassa’s zich, hoe kun je die bewegingen beïnvloeden, hoe reageer je het beste op incidenten? Particuliere onderzoeksbureaus ondervinden vooral de gevolgen van strengere wetgeving op het gebied van privacy. Wat mag wel, wat mag niet, hoe ga je om met persoonsgegevens? Kun je werknemers heimelijk met een camera registreren? Allemaal terechte vragen, waar bedrijven het antwoord op moeten weten.
    Ook wordt meer ondersteuning van onze bedrijven gevraagd bij het voorkomen en helpen oplossen van strafbare feiten. Om gezichts- of kentekenherkenning mogelijk te maken zullen we camera’s van betere kwaliteit moeten inzetten. En zo zijn er veel meer voorbeelden van steeds verdergaande professionalisering.”

    Tegelijk is de veiligheidsbranche een markt waar opdrachtgevers sterk letten op de prijs. Dat wringt?
    “Absoluut, dat staat haaks op elkaar. Onze medewerkers krijgen een betere opleiding, worden deskundiger en breder inzetbaar. Daarin moeten bedrijven investeren en dat geld moet terugverdiend worden. We hebben de laatste jaren veel gedaan om dat probleem te tackelen. Er is een onafhankelijke commissie die – onder andere voor onze branche – toezicht houdt op verantwoordelijk marktgedrag. Opdrachtgevers wordt gevraagd de bijbehorende code te onderschrijven. Als een bedrijf vindt dat een aanbesteding teveel gericht is op de laagste prijs, dan kan het bij die commissie terecht. Het zal nog enige tijd duren voordat we kunnen zien of deze vorm van toezicht vruchten afwerpt.
    Intussen zijn meer mogelijkheden om te investeren in kwaliteitsverbetering ook een belangrijke pijler onder onze nieuwe cao. Investeren in kwaliteit en in mensen is niet lang vol te houden als iedereen alleen maar oog heeft voor de laagste prijs. Zelfs bedrijven die een financiële buffer hebben, moeten dan op een zeker moment afhaken.”

    Is het imago van de beveiligingsbranche de afgelopen jaren verbeterd?
    “Zeker. Je merkt ook op straat dat het respect voor mensen in beveiligingsfuncties is toegenomen. Men realiseert zich steeds beter: je zal maar bij een evenement staan en moeten dealen met een bezoeker die stijf staat van de drank of van de coke. Je zal het maar moeten doen.
    In de praktijk zijn ook grote stappen gezet in de samenwerking tussen onze branche en bijvoorbeeld de politie. Ga eens naar een politiebureau, dan zie je aan de balie vaak beveiligers van een particulier bedrijf. Dat is toch publiek-private samenwerking in optima forma? Desondanks zijn er altijd partijen, ik denk bijvoorbeeld aan de SP in de Tweede Kamer, die liever vasthouden aan oude beelden en die graag blijven roepen dat wij cowboys zijn. Die blijven het liefst in de oude groef hangen en hebben daar misschien ook wel een belang bij. Gelukkig zijn dat de uitersten; zij zullen op zeker moment ook wel ontdekken dat de praktijk heel anders is.”

    Heeft het Keurmerk Beveiliging bijgedragen aan een beter imago?
    “Daarvan ben ik overtuigd. Ik heb me hard gemaakt voor een duidelijke positionering van dat keurmerk via onder meer radiocampagnes. En eerlijk is eerlijk, daarvoor heb ik soms de blaren op mijn tong moeten praten binnen het bestuur. Dat was ook wel te begrijpen, want de branche heeft hierin gezamenlijk moeten investeren. We hebben ook veel missiewerk gedaan bij gemeenten, ministeries en andere opdrachtgevers: als je een bedrijf voor beveiliging wilt inhuren, vraag dan of het beschikt over het keurmerk. Zo kun je het kaf van het koren scheiden en hoef je niet achteraf te mopperen dat de dienstverlening is tegengevallen.”

    U heeft veel gehamerd op goede samenwerking met de politie; hoe is de stand van zaken?
    “Het gaat steeds beter in de praktijk, maar soms denk ik dat het nog beter kan. De politie mag ons beschouwen als extra ogen en oren. Ik zou zeggen: we rijden dagelijks met veel mensen rond, dus gebruik ons. De politie mag ook eisen stellen aan beveiligingsbedrijven: is er een keurmerk, zijn de mensen voldoende gescreend? Allemaal uitstekend uiteraard, maar dan moet de samenwerking wel van twee kanten komen. Dus als een beveiliger aan zijn dienst begint op een bedrijventerrein, is het wel goed om te weten of daar in de voorafgaande uren incidenten, zoals inbraken, hebben plaatsgevonden. Zulke informatie moet de politie met onze bedrijven willen delen. Gelukkig lopen er pilots met dit soort informatie-uitwisseling.”

    Lopen binnen de veiligheidsbranche de belangen van de bedrijven parallel?
    “Meestal wel, maar uiteraard niet altijd. Dat moeten we steeds onderkennen en daar moeten we goed mee omgaan. Besluitvorming binnen de vereniging moet gebaseerd zijn op argumenten en daarbij moeten we ook voortdurend het belang van de kleinere bedrijven op het netvlies hebben.
    Ik heb sinds mijn aantreden geprobeerd oog te hebben voor het midden- en kleinbedrijf. Zoals bij veel verenigingen, bestond ook bij de Nederlandse Veiligheidsbranche wel eens het beeld dat vooral de grotere spelers het voor het zeggen hebben. Voor een deel is dat logisch, want grotere bedrijven hebben vaak meer armslag om tijd en mensen beschikbaar te stellen voor de vereniging. Ik heb dat beeld kunnen doorbreken. Enkele zetels in het bestuur zijn gereserveerd voor kleine en middelgrote bedrijven en als we mensen zoeken voor bijvoorbeeld een commissie of op een andere manier inhoudelijke ondersteuning nodig hebben, dan vragen we het ook altijd aan alle leden. En als het moet, bij herhaling.

    Wat is de grootste uitdaging  voor uw opvolger?
    “Haha, het is niet mijn gewoonte een opvolger publiekelijk advies te geven, maar gelukkig heeft Ard van der Steur al gezegd waarop hij zich wil focussen. Hij wil nog meer tijd en energie steken in het onderwijs, in de opleiding van beveiligers. Dat lijkt mij zeer terecht. De verwachtingen ten aanzien van beveiligers zijn anders dan tien jaar geleden. Er wordt steeds meer gevraagd van onze mensen. Ze moeten zich bewust zijn van hun kwetsbare positie, al was het maar via hun gedrag op sociale media. Daarnaast willen opdrachtgevers steeds vaker beveiligers die multi-inzetbaar zijn. Sommigen worden ook wel gastheer of gastvrouw genoemd; ze doen niet alleen de toegangscontrole, maar zijn tegelijkertijd het gezicht van de organisatie. Dat vraagt andere vaardigheden en daar moet de opleiding nog beter op inspelen.
    Een ander punt is tekort aan personeel. Soms hebben bedrijven gewoon de mensen niet om de opdrachten die er zijn, te kunnen uitvoeren. Een vraag voor de komende jaren is: wat kunnen wij doen om werken in onze branche nog aantrekkelijker te maken voor jonge mensen? Ze moeten het vak kiezen omdat ze het interessant vinden en niet vanwege gebrek aan andere opties. Het is een vak om trots op te zijn. Mijn respect voor beveiligers is de afgelopen acht jaar alleen maar toegenomen.”

  • Training ‘Goed omgaan met dementie’ voor beveiligers en toezichthouders

    Training ‘Goed omgaan met dementie’ voor beveiligers en toezichthouders

    Training ‘Goed omgaan met dementie’ voor beveiligers en toezichthouders

    13 maart 2019 – Medewerkers Veiligheid & Toezicht leren in hun opleiding met tal van emoties van mensen om te gaan zoals ongeduld, agressie en verwardheid. In het werkgebied van de beveiliger of toezichthouder – van winkelgebied tot station –  gaat immers geen dag voorbij zonder dat er iets bijzonders gebeurt. Dat vraagt om anticiperen en adequaat handelen. Specifiek voor die situaties waarin dementíe de hoofdrol speelt ontwikkelde Samen dementievriendelijk de online training ‘Goed omgaan met dementie’ die vanaf 13 maart voor iedere medewerker Veiligheid & Toezicht gratis beschikbaar is.

    Foto: Ruud van der Graaf

    Training met herkenbare situaties 

    Nu al leven er 270.000 mensen met dementie in Nederland. Dat aantal verdubbelt in de komende 20 jaar. Zeventig procent van de mensen met dementie woont thuis. Medewerkers Veiligheid & Toezicht – hieronder vallen o.a. politie, BOA en beveiliging -komen ze dus overal tegen. Bijvoorbeeld in de winkel, op het gemeentehuis voor een reisdocument, op een station of vliegveld. En vaak zonder te weten dat er sprake is van dementie. Om de bekende (vergeetachtigheid) maar óók de minder bekende signalen van dementie (taalproblemen, verandering in gedrag en een slecht beoordelingsvermogen) beter te herkennen en er vervolgens goed mee om te gaan, is de training toegevoegd aan het trainingsaanbod van Samen dementievriendelijk.

    Afwijkend gedrag kan dementie zijn

    ‘Goed omgaan met dementie’ is in samenwerking met MAATbeveiliging en Trigion ontwikkeld. De training bevat herkenbare situaties die in het dagelijks werk van een beveiliger of toezichthouder voorkomen. ‘Trigion traint medewerkers op het zien van afwijkend gedrag. Deze e-learning is daarop een mooie aanvulling waardoor zij mensen met dementie goed kunnen helpen. Hierdoor maken zij het verschil!’ zegt Arjen Kuijper, directeur HR bij Trigion.

    General Manager Joeri van Ham van MAATbeveiliging over de training: ‘Wij willen voorkomen dat mensen met dementie en onze medewerkers in vervelende situaties terechtkomen. Iedereen die bij ons in dienst is of komt krijgt informatie over dementie. De training van Samen dementievriendelijk is bovendien onderdeel van de landelijke mbo-opleiding en is hiermee permanent verankerd binnen onze branche’.

    Samen dementievriendelijk

    De training is onderdeel van het programma Samen dementievriendelijk dat wordt uitgevoerd door Alzheimer Nederland en Pensioenorganisatie PGGM. Het doel is heel Nederland dementievriendelijk te maken.

  • Manifest WAB “zo werkt het niet” aangeboden aan Eerste Kamer

    Manifest WAB “zo werkt het niet” aangeboden aan Eerste Kamer

    Manifest WAB “zo werkt het niet” aangeboden aan Eerste Kamer

    Den Haag, 12 maart 2019 – Vorige maand is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) door de Tweede Kamer aangenomen. Samen met een aantal branches waarvoor tijdelijk werk een gegeven is en geen keuze, hebben we gelobbyd voor aanpassingen. Op 1 punt is dat goed gelukt: de hoge WW-premie gaat niet gelden voor scholieren en studenten.

    Manifest zo werkt het niet!

    We staan aan de vooravond van de behandeling van de WAB in de Eerst Kamer. De campagne “zo werkt het niet” zetten wij met VNO-NCW/MKB-Nederland  en de andere sectoren ook in om nog niet gerealiseerde verbeteringen te krijgen in de Wet. Een manifest daarover is op 12 maart aangeboden aan de commissie sociale zaken van de Eerste Kamer. Het manifest vindt u hier

  • Eerste positief resultaat in aanpak voortvluchtige veroordeelden

    Eerste positief resultaat in aanpak voortvluchtige veroordeelden

    Gorinchem, 6 maart 2019 – Het afgelopen jaar is het aantal veroordeelden dat nog een gevangenisstraf moet uitzitten iets gedaald. Dit is te danken aan het programma Onvindbare Veroordeelden waar politie, OM, CJIB en Justid samenwerken, liet Minister Dekker (Rechtsbescherming) gisteren in een brief aan de Tweede Kamer weten. 

    Het afgelopen jaar is het aantal veroordeelden dat nog een gevangenisstraf moet uitzitten iets gedaald. Dit is te danken aan het programma Onvindbare Veroordeelden waar politie, OM, CJIB en Justid samenwerken, liet Minister Dekker (Rechtsbescherming) gisteren in een brief aan de Tweede Kamer weten.

    In het programma Onvindbare Veroordeelden zijn verschillende maatregelen aangekondigd om het aantal voortvluchtige veroordeelden terug te brengen. De opsporing van voortvluchtige veroordeelden is vastgelegd als een van de prioriteiten in de landelijke beleidsdoelstellingen voor de taakuitvoering van de politie. In deze zogeheten Veiligheidsagenda 2019-2022 is de ambitie vastgelegd om vóór medio 2020 tenminste 40 procent van de naar verwachting kansrijke zaken (zo’n 1300 personen) op te sporen. Een nieuw systeem van de politie, Executie & Signalering genaamd, zal het terugdringen van de voorraad van onvindbare veroordeelden in Nederland ten goede komen.

    Als organisatieontwikkelopgaven is in de Veiligheidsagenda 2019-2022 het volgende doel opgesteld:
    Integraal werken is het uitgangspunt; samen wordt gewerkt aan een veilig Nederland. De politie zal haar werk meer en meer moeten doen in verbinding met andere publieke en private organisaties. Daarmee wordt geïnvesteerd in de samenhang in de aanpak tussen de verschillende domeinen (zorg, sociaal, ruimtelijk en veiligheid) en externe partners, die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van inwoners. 

  • Handleiding beschikbaar basisscan integriteit kandidaat-bestuurders

    Handleiding beschikbaar basisscan integriteit kandidaat-bestuurders

    Handleiding beschikbaar basisscan integriteit kandidaat-bestuurders

    Den Haag, 5 maart 2019 – Integere bestuurders zijn de basis van een sterke en gezonde democratie. Minister Ollongren (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) zet met de Handleiding basisscan integriteit voor bestuurders in op het versterken van een goed functionerend, integer en weerbaar bestuur. Zij heeft de handleiding integriteit vandaag overhandigd aan dijkgraaf Rogier van der Sande (voorzitter van de Unie van Waterschappen). De handleiding is beschikbaar voor alle politieke partijen en kandidaat-bestuurders. Met de handleiding wordt een stevige basis gelegd voor een meer eenduidige en zorgvuldige screening van kandidaat-bestuurders.

    Foto: Marcel van der Meulen

    Om de weerbaarheid van politieke ambtsdragers te versterken en ondermijning door criminelen te voorkomen heeft minister Kajsa Ollongren (BZK) onder andere al het netwerk Weerbaar Bestuur opgericht en de site www.weerbaarbestuur.nl, ook zijn de standaard Woningscan en de training Omgaan met intimidatie en agressie gelanceerd. Onlangs zijn daar de veiligheidspakketten voor nieuwe burgemeesters aan toegevoegd. Vandaag neemt de minister het initiatief om de integriteit van kandidaat-bestuurders verder te versterken. 

    Minister Ollongren: “Integriteit van politieke ambtsdragers is cruciaal in onze democratie. Het gaat om het vertrouwen van burgers in de overheid. Voor mij persoonlijk is het heel belangrijk. Integriteit staat binnen het openbaar bestuur inmiddels hoog op de agenda, en terecht. Het is voor alle Nederlanders van belang dat we integere bestuurders hebben, van wethouders tot ministers.” 

    Bij gemeenten, provincies en waterschappen is behoefte aan een helder en zorgvuldig proces rond de benoemingen van bestuurders en meer eenduidigheid in de wijze waarop risicoanalyses op integriteit worden uitgevoerd. Daarom is de handleiding bassiscan integriteit voor kandidaat-bestuurders ontwikkeld.

    Dijkgraaf Van der Sande: “Goede en integere bestuurders zijn noodzakelijk voor een geloofwaardige overheid. Met de waterschapsverkiezingen van 20 maart voor de deur, zullen we het thema en deze handreiking dan ook bij alle gekozen waterschapsbestuurders onder de aandacht brengen.”

    De handleiding is bruikbaar voor gemeenten, provincies, waterschappen en uiteraard ook de BES-eilanden. Hij biedt uitgangspunten voor een transparante en zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van risicoanalyses integriteit voor alle typen kandidaat-bestuurders. Daarmee ondersteunt de minister burgemeesters, commissarissen van de Koning en voorzitters van het algemeen bestuur van de waterschappen in hun wettelijke zorgplicht voor integriteit. Hoewel de handleiding vooral bedoeld is voor de risicoanalyse bij kandidaat-bestuurders, is deze ook bruikbaar voor politieke partijen bij de selectie van kandidaat-volksvertegenwoordigers.

    De handleiding is tot stand gekomen op basis van een verkenning waarin vele partners een bijdrage hebben geleverd en sluit daarom goed aan op wat de praktijk reeds wordt toegepast en waar behoefte aan is. Na de verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschapsbesturen wordt hij geëvalueerd en waar nodig aangescherpt.

    De primaire verantwoordelijkheid voor het benoemen van decentrale bestuurders (anders dan Kroonbenoemden) ligt bij de zogenoemde volksvertegenwoordigende bestuursorganen, zoals  Provinciale Staten, algemeen bestuur van het waterschap, eilandsraad en gemeenteraad.

    Screening is geen wettelijke benoemingsvereiste voor decentrale bestuurders. Dat maakt dat het ministerie van BZK niet kan voorschrijven, maar uiteraard wel kan faciliteren. Dat is met deze basisscan een feit.

    Online is de Handleiding hier te vinden: https://www.politiekeambtsdragers.nl

  • Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Voorzitterswisseling de Nederlandse Veiligheidsbranche

    Den Haag, 20 februari 2019 – Laetitia Griffith neemt afscheid als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Ard van der Steur, oud-minister van Veiligheid en Justitie, wordt voorgedragen als haar opvolger. De benoeming vindt plaats door de algemene ledenvergadering op 4 april.

    Laetitia Griffith
    Ard van der Steur

    Mr. Laetitia Griffith (1965) werd acht jaar geleden voor het eerst benoemd als voorzitter van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Ze werd drie keer herbenoemd. 

    Het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche zegt Griffith zeer dankbaar te zijn voor haar inzet om van de branche een gerespecteerde gesprekspartner voor de overheid en het georganiseerde bedrijfsleven te maken.
    ‘Zij heeft gedurende haar voorzitterschap terecht een sterk accent gelegd op de professionaliteit en integriteit van beveiligers en de kwaliteit van de dienstverlening. Ook het Keurmerk Beveiliging als kwaliteitsoordeel is een van haar belangrijke speerpunten geweest. Bovendien heeft ze in tijden van economische crisis en grote veranderingen op het terrein van veiligheid (minder politie, meer terroristische dreiging) particuliere beveiliging en particulier onderzoek goed op de kaart gezet en daarbij ook veel aandacht gegeven aan de positie van kleine en middelgrote bedrijven. Ook heeft ze zich met passie ingezet voor publiek-private samenwerking tussen de partners in de veiligheidsketen en wederzijdse informatie-uitwisseling om Nederland veiliger te maken. Wij zijn haar dankbaar dat zij de afgelopen jaren de positie van de veiligheidsbranche heeft versterkt.’

    Het bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche vindt het jammer afscheid te moeten nemen van de huidige voorzitter, maar kijkt ook uit naar de samenwerking met haar opvolger Ard van der Steur, die ook ruime ervaring heeft in het veiligheidsdomein. ‘Hij is de juiste voorman om de positie van de branche verder te versterken en haar betekenis voor de samenleving een nog scherper accent te geven.’

    Ard van der Steur is zeer gemotiveerd om het Meerjarenbeleidsplan ‘Kwaliteit in Veiligheid’ (2018-2021) van de Nederlandse Veiligheidsbranche verder te realiseren. Net als onder zijn voorgangster blijft de branche, volgens Van der Steur, een professionele, betrouwbare en vanzelfsprekende partner voor overheid en particuliere sector als het gaat om beveiligingsvragen en veiligheidsbeleid.

    Een van zijn aandachtspunten zal zijn het verder moderniseren van de opleiding van beveiligers. Dat is nodig omdat aan beveiligingsbedrijven nieuwe eisen worden gesteld, bijvoorbeeld als het gaat om integratie van de dienstverlening met techniek, maar ook op het gebied van hospitality. Belangrijk is volgens Van der Steur ook dat de branche aantrekkelijker wordt voor jongeren. “Binnen de branche maar ook daarbuiten krijg je als deskundige beveiligingsprofessional veel kansen op interessante vervolgstappen” aldus Van der Steur.

    Ard van der Steur (1969) werkte na zijn studie lange tijd als advocaat. Van 2010 tot 2015 was hij lid van de Tweede Kamer en onder andere woordvoerder voor veiligheid en justitie. Van 2015 tot 2017 was Van der Steur minister van Veiligheid en Justitie. Na zijn aftreden ging hij onder andere aan de slag als directeur van een advocatenkantoor. Daarnaast vervult hij verschillende maatschappelijke functies.

    De Nederlandse Veiligheidsbranche behartigt de belangen van bedrijven die zich bezighouden met beveiliging en beheersing van risico’s met betrekking tot personen, objecten en bedrijfsvoering. Van alle beveiligingsmedewerkers in Nederland werkt 90 procent bij een bedrijf dat is aangesloten bij de Nederlandse Veiligheidsbranche.

  • De Nederlandse Veiligheidsbranche over AVV’en CAO

    De Nederlandse Veiligheidsbranche over AVV’en CAO

    De Nederlandse Veiligheidsbranche over AVV’en CAO

    Gorinchem , 11 februari 2019 – De Nederlandse Veiligheidsbranche heeft in september 2018 met de vakbonden FNV, CNV en De Unie voor het eerst na vele jaren een langjarige cao en wel voor vijf jaar afgesloten. De onderhandelingen hebben geresulteerd in een cao waarin heldere afspraken zijn gemaakt over loon- en pensioenontwikkeling, roosters, verhouding flex/vast en het terugbrengen van de arbeidstijd in 2023. Een consistent geheel dat ziet op de primaire arbeidsvoorwaarden.

    Alle sociale partners zijn blij met deze langjarige cao. Zij zien de voordelen hiervan in omdat de tot voor kort afgesloten kortlopende cao’s niet voor rust en voorspelbaarheid zorgen bij voor werknemers, werkgevers én klanten. De cao van vijf jaar biedt tijd en ruimte om met elkaar complexe vraagstukken te bespreken, zoals: roosters, gezond hun pensioen halen en invloed van technologische veranderingen. 

    Momenteel loopt het proces van algemeen verbindend verklaren van de cao door de minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid. Naar verwachting zal dit in het voorjaar van 2019 gebeuren. Dit betekent dat de cao voor alle werkgevers en 30.000 werknemers in de veiligheidsbranche zal gelden.

    Bij de onderhandelingen hebben de sociale partners de belangen van alle werknemers ongeacht of zij voor een groot bedrijf of MKB bedrijf werken voor ogen gehad. Alle beveiligers zijn namelijk gebaat bij gezondere roosters, duurzame inzetbaarheid, betere pensioenregeling en loonsverhoging van 13,25% in de komende jaren tot 2023. Alle sociale partners hebben ingestemd met het bereikte resultaat. Het doel van het algemeen verbindend verklaren van de cao is primair zorgen dat concurrentie op arbeidsvoorwaarden binnen de beveiligingssector wordt voorkomen. Het is een terechte bescherming van alle werknemers in onze sector.

    De Nederlands Veiligheidsbranche vindt dat meerdere cao’s in één sector leidt tot onduidelijkheid bij opdrachtgevers en werknemers en tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Dat is geenszins in het belang van de beveiligers. Daarnaast hecht zij aan de extra waarborgen die een cao die algemeen verbindend is verklaard biedt. Een daarvan is dat het cao-controleorgaan op regelmatige basis onderzoek kan doen naar de naleving van cao-voorschriften, zoals naleving van de arbeidsvoorwaarden, de loonvoorschriften en de arbeids- en rusttijden. Alleen op die manier kan gewerkt worden aan eerlijke concurrentie of een level playing field in onze sector.

    Update 27 februari 2019: In de februari editie van Security Management verscheen het artikel ‘Cao is voor iedereen een goede zaak’. Dit artikel is links te lezen.